Niet meer brandstichtingen in Hoogeveen dan in vergelijkbare gemeenten

HOOGEVEEN - Het aantal brandstichtingen in 2014 en 2015 in Hoogeveen lag niet hoger dan in andere, vergelijkbare gemeenten. Tot die conclusie komt Crisislab, een onderzoeksgroep op het gebied van veiligheid van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Er zijn geen feiten gevonden die aantonen dat in de bewuste jaren in Hoogeveen 'iets bijzonders' aan de hand was, stelt het CrisisLab. "2014 is wel een hausse geweest, dat kun je niet ontkennen, maar dat is een toevalligheid. Dat kan in elke gemeente een keer gebeuren. In 2015 en 2016 was het al veel minder", zegt burgemeester Loohuis van Hoogeveen.

Quickscan
De politie heeft in 2016 op verzoek van de burgemeester een quickscan uitgevoerd. In de gemeente leken buitengewoon veel autobranden te woeden. Ook gebouwen, overkappingen bij woningen, schuttingen en coniferen moesten het ontgelden.

Uit de quickscan bleek dat het aantal brandstichtingen in de jaren 2011-2015 in Hoogeveen inderdaad hoger zou liggen dan in andere gemeenten met een vergelijkbare omvang. De gemeente heeft vervolgens aan Crisislab gevraagd om diepgaander onderzoek te doen naar het aantal brandstichtingen en de aard van de brandstichters.

Data niet betrouwbaar
De registraties en de data die zijn gebruikt voor de quickscan geven volgens Crisislab geen betrouwbaar beeld van de werkelijkheid. De brandweer houdt niet bij naar welke branden wordt uitgerukt. De gegevens uit het meldkamersysteem van de brandweer bieden ook geen soelaas, omdat niet wordt bijgehouden of er sprake is van een (vermoeden tot) brandstichting, aldus de onderzoekers. "Er werden ook zaken dubbel of verkeerd geregistreerd en dat geeft geen goed beeld", aldus Loohuis.

Honderd branden
Crisislab heeft ook gekeken naar de aard van de brandstichters. De onderzoekers stellen dat er twee pyromanen aan het werk zijn geweest bij ten minste twaalf van de honderd branden. Er waren tenminste zestien branden waarbij het motief 'relationeel' aan de orde was. Bij minstens 22 branden was het motief 'opportunisme/criminaliteit'. En vijftig branden vielen in de categorie vandalisme.

Geen maatschappelijke onrust
Verder is onderzocht wat het publiek van de branden vond. De meerderheid achtte de kans om slachtoffer te worden van brandstichting klein tot zeer klein. Er was geen sprake van brede maatschappelijk onrust, zoals de media meldden. Wel heeft het publiek de indruk dat er in Hoogeveen meer branden worden gesticht dan elders.

De onderzoekers stellen dat de media veel aandacht aan de branden hebben besteed en dat dit waarschijnlijk heeft bijgedragen aan de beeldvorming over het aantal brandstichtingen. De onderzoekers bevelen aan de registratie door politie en brandweer, maar ook de informatievoorziening richting burgemeester te verbeteren.
Deel dit artikel: