Vragen in Tweede Kamer over schadeafhandeling na aardbeving Zuidlaren en omgeving

ASSEN - GroenLinks-Kamerlid Liesbeth van Tongeren vindt dat er landelijk een eenduidige regeling moet komen als het gaat om het afhandelen van aardbevingsschade.

"Het kan niet dat je onder een andere regeling valt als je toevallig in een andere provincie woont. Het is hoog tijd dat voor alle gedupeerden de omgekeerde bewijslast geldt", zegt zij tegen Dagblad van het Noorden

Afgelopen vrijdag maakte ingenieursbureau Witteveen+Bos de resultaten bekend van het onderzoek naar de schade die is ontstaan na een aardbeving tijdens kerst in 2016. Toen bleek dat volgens het bureau een derde van de schades 'mogelijk beïnvloed' is door de aardbeving van 2,4 op de schaal van Richter.

Het bureau concludeerde dat in alle 350 huizen sprake was van een constructiefout en dat de aardbeving in sommige gevallen mogelijk 'het laatste tikje' gaf.


De onduidelijkheid en onzekerheid die nu leeft bij inwoners in Zuidlaren en andere gebieden buiten de provincie Groningen, is nu aanleiding voor Kamervragen. Van Tongeren van GroenLinks legt deze vragen vanmiddag voor aan minister Eric Wiebes van Economische Zaken. Ze wil volgens Dagblad van het Noorden dat de minister ervoor zorgt dat inwoners zo snel mogelijk weten waar ze aan toe zijn.


Vorig jaar werd Witteveen+Bos ook door de NAM ingeschakeld om schades te onderzoeken in Emmen en de buitengebieden van Groningen. Die schades waren volgens het bureau niet te wijten aan aardbevingen. Op die conclusie, en op de onderzoeksmethode van W+B, kwam veel kritiek.
Deel dit artikel: