Minister Kamp: Geen reden om regie windparken terug te geven aan gebied

DEN HAAG - Minister Kamp van Economische Zaken ziet geen enkele reden om te twijfelen aan de rechtsgeldigheid van de zogenaamde Rijkscoördinatieregeling, de RCR. Deze regeling geeft de minister de mogelijkheid om zonder de toestemming van gemeenten en provincie de bouw van twee windparken in de Veenkoloniën door te zetten.
De gemeenten Borger-Odoorn en Aa en Hunze zijn het daar niet mee eens. Zij willen via de rechter de regie over de bouw van de windparken weer terug halen.

Lees ook: Borger-Odoorn en Aa en Hunze zetten strijd tegen windmolens voort met rechtszaak

Kamp heeft vandaag een brief met een feitenrelaas over de ontwikkeling van een groot windmolenpark in de Veenkoloniën naar de Tweede Kamer gestuurd.

Windparken waren veel groter
In de brief zegt de minister de hij de eerste plannen binnen kreeg in december 2009. Het begon met een windpark in de gemeente Borger-Odoorn met een capaciteit van 255 MW (megawatt). Dat werd een paar maanden later opgeschroefd tot maximaal 500 MW. In oktober 2011 kwam daar nog een windpark van 150 MW in de gemeente Aa en Hunze bij.

Vanaf dat moment ziet de minister de twee parken als één geheel met een omvang van 600 megawatt. Dat zijn 171 windturbines van gemiddeld 3,5 MW per stuk.

Park uiteindelijk veel kleiner
Uiteindelijk heeft de minister besloten dat de omvang van de parken in Borger-Odoorn en Aa en Hunze wordt vastgesteld op 150 megawatt.

Volgens Kamp is sprake van een samenwerkingsverband van de windboeren. "Mijn conclusie is dat windpark De Drentse Monden en Oostermoer één productie-installatie betreft met een omvang van meer dan 100 MW, waarop de Rijkscoördinatieregeling van toepassing is. Ik heb dit op 2 september medegedeeld aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Borger-Odoorn."
Deel dit artikel: