Wijster blikt terug op treinkaping 1975: 'Ik zie het nog voor me'

WIJSTER - 2 december 1975. Die datum zal Toon Verschelling niet gauw vergeten. Veertig jaar geleden werd zijn boerderij na de treinkaping bij Wijster gebruikt als belangrijkste politiepost. "Hier zat de staf. Bij ons werd alles geregeld."
Vanuit zijn boerderij waren telefoonlijnen naar het crisiscentrum, het provinciehuis en naar Den Haag. "De instructies kwamen bij ons thuis binnen. Wij hadden de belangrijkste post."

'Bouwt zich langzaam op'
Verschelling woonde op zo'n driehonderd meter van de trein. Hij was die dag met zijn vader in Slagharen geweest. Toen hij thuiskwam, stond er politie voor de deur. "Tegen de avond waren het er een stuk of zes, zeven. Daarna kwam een politieauto met een grote megafoon erop", zegt Verschelling.

"Die auto ging een eindje verderop staan. Ze riepen: 'Het is een zinloos avontuur waar jullie je in storten, het is beter dat je ermee stopt.' De agenten wilden weten of de kapers het hadden begrepen", vertelt hij. "Ja, ze hadden het begrepen. Maar de kogels kwamen door de bomen heen. Dus de politieauto was weer heel rap achter de boerderij."

Lees ook: Treinkaping Wijster 40 jaar geleden: 'De kogels vlogen mij om de oren'

Proviand inslaan
Verschellings vrouw Hennie was die dag aan het werk in Hoogeveen. "Ik werd in de loop van de middag opgebeld door mijn man. Hij zei dat er een gekaapte trein bij ons achter de boerderij stond." Ze mocht pas de volgende dag weer thuiskomen, maar dan moest ze wel proviand meenemen. Veel van de mensen in de boerderij hadden geen eten en de bodem van de diepvries was in zicht. "Ik heb dus allerlei inkopen gedaan", zegt Hennie Verschelling. "Koffie, thee, van alles..."

Ingrijpen?
De Molukse kapers uit Bovensmilde hielden bijna twee weken lang tientallen passagiers gegijzeld. De machinist en twee passagiers werden doodgeschoten. De vraag was hoe er ingegrepen moest worden. "De majoor van de mariniers had al een plan gemaakt. Ik zie hem nog zitten, met z'n kleine sigaar in de mond", beschrijft Toon Verschelling. "Achterop het sigarendoosje was hij aan het schrijven."

"Op een gegeven moment zaten de scherpschutters met langeafstandsgeweren bij ons. Andere scherpschutters zaten binnen 110 meter van de trein in het land. De majoor had graag gehad dat het commando 'uitschakelen' gegeven zou worden. Dat betekende niet doodschieten, maar door de benen schieten", zegt Verschelling. "Ze waren er klaar voor. Het antwoord uit Den Haag kwam: nee, onderhandelen. Dat was een domper voor die jongens."

'Ik zie het nog voor me'
Frits Brink was veertig jaar geleden chefstaf van de Rijkspolitie in Drenthe. Hij gaf toen leiding aan de politie-inzet. "Ik zie het nog precies voor me", zegt Brink. "We zaten in een kleine bespreking op de kamer van mijn chef. Dan stopt alles. We hoorden dat er geschoten was. Toen ging het heel snel."

Er moest van alles gebeuren. Volgens Brink gingen de plaatselijke politie en de recherche die kant op. "Wat er vooral ook moet gebeuren, is het afzetten van de plaats. Dat je het in de hand houdt, heeft met afzettingen te maken. In de loop van de dag is het uitgebreid met versterkingen, ook vanuit andere districten", vertelt hij. "Later kwamen ook het leger en de marechaussee erbij."

Inwoners van Wijster
Brink beschrijft hoe bewoners hun huizen beschikbaar stelden als belangrijke posten. "Je werkt aan zoiets ernstigs. Je ziet je verantwoordelijkheid, werkt eraan mee en doet wat je kunt. Ik vind dat mensen dat geweldig opgepakt hebben."

Zelf woonde Brink in die periode net in Wijster. "Het geeft wel iets aparts, omdat je de mensen kent. Ook als je nu praat met mensen die vlakbij woonden en medewerking hebben verleend, dan merk je hoe ze er nu nog steeds bij betrokken zijn. Dat moet je niet vergeten. Het is niet niks wat je in je achtertuin krijgt."

Ons radioprogramma Drenthe Toen besteedt komende zondag ook uitvoerig aandacht aan de gebeurtenissen van veertig jaar geleden.
Deel dit artikel: