Stage lopen over de grens: 'Veel mogelijkheden in Duitsland'

ASSEN - Vierhonderd Duitse en vierhonderd Nederlandse zorgstudenten gaan over de grens stagelopen.
Het project 'Sorgen für, sorgen dass' is een samenwerking tussen de drie noordelijke provincies en regio's in Noord-Duitsland. "In het grensgebied hebben we vaak te maken met een halve cirkel", zegt de kersverse gedeputeerde Cees Bijl. "We kunnen eigenlijk alleen in Nederland terecht voor stages, opleidingen en werk. Maar in Duitsland is er veel werkgelegenheid en zijn er veel stagemogelijkheden."

'Het lijkt één Europa'
Volgens Bijl zijn er nog te veel obstakels. "Het lijkt één Europa, de euro is in beide landen geldig", zegt hij. "Maar je hebt verschillende diploma's en regels. Binnen de zorg is het belangrijk dat stageplekken en diploma's over en weer erkend worden. Het werk is er, de behoefte aan mensen ook."

Bijl denkt dat Nederland en Duitsland allebei veel hebben aan het project. "De Duitsers willen graag dat hun zieken verpleegd worden. Dus het is voor hen boeiend om een Nederlandse verzorgende te krijgen. Andersom hebben Nederlanders meer kans op de arbeidsmarkt."

'Echt een aanrader'
Melinda Bijzitter en Inge Prins hebben een stage gedaan in Duitsland. Voor Bijzitter was het wel even omschakelen. "De taal is wennen en je bent er niet bekend. Je moet alles zelf doen, want je woont er twintig weken. Maar het was heel leuk!"

Prins is ook enthousiast en wil weer terug naar Duitsland. "Ik heb zes maanden in Papenburg gezeten op de chirurgieafdeling. Het was geweldig, echt een aanrader voor iedereen. Ik wil heel graag weer terug naar het ziekenhuis om daar mijn eindstage te doen."

Scholen en zorginstellingen
De bestuurders van de provincies en regio's willen meer samenwerken tussen opleidingen, stage- en werkzoekenden. Verschillende scholen en zorginstellingen in de gebieden doen mee. De samenwerkende organisaties zetten in op onder meer het begeleiden van studenten en het ontwikkelen van een introductieprogramma.

Geld uit Europees Fonds
Het project wordt gefinancierd met geld uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) en door het ministerie van Economische Zaken, de Niedersächsische Staatskanzlei en de provincies Drenthe, Groningen en Friesland.