Middeleeuwse trap blootgelegd tijdens opgraving in Magnuskerk Anloo

ANLOO - In de Magnuskerk in Anloo is een trap opgegraven, die vermoedelijk uit de Middeleeuwen komt.
De trap leidt naar een grafkelder uit 1750. Archeologen doen onderzoek naar de grafkelder. Maar omdat de trap en kelder zo in tijd verschillen, hopen ze meer te weten te komen over de geschiedenis van de kerk.

De ontdekking van de grafkelder
De grafkelder werd rond 1750 gebouwd in opdracht van Evert Unico Alberda, die er vermoedelijk zijn twee echtgenotes en een dochter in liet bijzetten. Dat de grafkelder er zit was in de vergetelheid geraakt.

Martin en Ed Panman deden in de jaren 80 van de vorige eeuw onderzoek naar de geschiedenis van de kerk. Daarbij stuitten ze in een archief in Assen op het dagboek van opzichter Wobbe Alkema, die in 1942 de restauratie van de kerk leidde. Alke beschrijft zeer nauwkeurig in tekst, maar ook met tekeningen, de aanwezigheid van een grafkelder. In de jaren 80 vond het kerkbestuur opgraven grafschennis. Martin Panman: "We moesten het er toen bij laten zitten maar, we zijn onze ontdekking nooit vergeten. Nu is de tijd er wel rijp voor."

Lees ook: Op zoek naar rijke stinkerds in Magnuskerk in Anloo

Van Giffen mag niet in de grafkelder
De beroemde Drentse professor Albert Egges van Giffen deed tijdens de restauratie in de jaren 40 archeologisch onderzoek naar de geschiedenis van de Magnuskerk. Het hele schip had hij in recordtempo laagje voor laagje afgegraven, waardoor hij ontdekte dat de kerkgeschiedenis misschien wel terug gaat naar het jaar 900.

De grafkelder werd nooit door Van Giffen onderzocht. De kelder zit onder het koor van de kerk en dat maakte geen deel uit van de restauratie in 1942. Van Giffen opende de muur naar de grafkamer, maar kreeg ruzie met Alkema, zo blijkt uit het dagboek van de restauratieopzichter. Van Giffen wilde het werk een maand stilleggen om verder onderzoek te doen, maar verloor die strijd van Alkema. Die zette het werk voort.

Alkema doet zelf wel onderzoek
Kennelijk interesseerde de grafkelder Alkema wel, want hij deed zelf na het vertrek van Van Giffen onderzoek. Zijn dagboek beschrijft de vondst van drie schedels: twee volwassen schedels en een kinderschedel. Alkema maakte een gat in de zuidelijke muur van de kelder om te kijken wat er eventueel nog meer onder het koor verborgen lag. Uiteindelijk werden de schedels weer teruggelegd, de kelder weer dichtgemetseld en verdween alles onder de vloer van het koor. De restauratie moest door.

Archeologisch onderzoek 2.0
Archeoloog Pieter den Hengst uit Midlaren is bezig uit de stukken van Van Giffen, Alkema en anderen de geschiedenis van de kerk opnieuw te interpreteren. Voor het graven in en naar de kelder krijgt hij deskundige hulp van archeoloog Cuno Koopstra. Beiden hebben nu de trap naar de kelder blootgelegd. Hun sterke vermoeden is dat de trap met keien al in de Middeleeuwen gebouwd moet zijn en toen heel ergens anders voor diende.

Den Hengst: "Het kan zijn dat er een apsis, een ronde muur van de kerk, heeft gezeten en misschien ook een crypte waarin een heiligdom werd bewaard." Koopstra: "De bouwers van de achttiende-eeuwse grafkelder hebben vermoedelijk handig gebruikgemaakt van het bestaan van de trap. Maar hoe wisten ze dat die er zat? Dat hopen we nog te weten te komen."

Wat ligt er nu in de grafkelder?
In de toegangsmuur van de grafkelder is vanmiddag een gat geboord en met een endoscoop naar binnen gekeken. Duidelijk is dat Alkema de kelder in 1942 niet heeft volgestort met zand of restauratiepuin van de kerk, want de ruimte lijkt hol te zijn.

De 'sneak preview' leverde geen duidelijke beelden op van de hele kelder. Volgens beide archeologen moet daarvoor toch echt de kelder geopend worden. Morgen wordt misschien de toegangsmuur doorbroken. "Wordt vervolgd", besluit Koopstra.