Smilde eert Jacob Israël de Haan met een monument

SMILDE – In het parkje, achter de koepelkerk in Smilde, onthulde wethouder Gert Jan Bent van de gemeente Midden-Drenthe een monument voor schrijver en dichter Jacob Israël de Haan.
"Jacob Israël de Haan was zijn tijd ver vooruit", vertelt Gert Hekma, docent homo- en lesbische studies aan de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam, in zijn speech voorafgaand aan de onthulling.

"Zijn roman Pijpelijntjes, over een homoseksuele relatie, veroorzaakte een schandaal."
Ook Gerard Nijenhuis, nestor van de Drentse poëzie, vertelt beïnvloed te zijn door De Haan. "De Haan kon in mooie taal dingen zeggen die toen officieel nog niet gezegd werden. Hij is voor mij een schrijver waar ik dingen van mijzelf in herken."

Jood
Jacob Israël de Haan werd op 31 december 1881 geboren in een groot orthodox joods gezin in Smilde als zoon van een gazzan, voorzanger in een synagoge. Schrijfster Carry van Bruggen, geboren als Caroline Lea de Haan, was zijn zus. Jacob Israël de Haan werd vooral bekend door zijn roman Pijpelijntjes uit 1904 en de dichtbundel Kwatrijnen uit 1924.

Pijpelijntjes
Het meest bekende werk van De Haan, Pijpelijnjtes uit 1904, speelt zich af in de Amsterdamse wijk De Pijp en beschrijft een homo-erotische relatie. Het is een van de eerste boeken waarin een homoseksuele relatie openlijk wordt beschreven. De eerste druk van het boek is opgedragen aan zijn goede vriend en letterkundige Arnold Aletrino. Aletrino was geschokt.

Boeken vernietigd
De Haan voerde Aletrino min of meer als herkenbaar personage op in zijn debuutroman. Aletrino en de vrouw van De Haan, Johanna de Haan-van Maarseveen, voelden zich gedwongen de hele oplage van dat boek op te kopen en te vernietigen. Daarmee werd Pijpelijntjes een van de zeldzaamste literaire werken van de Nederlandse literatuur.

De Haan herschreef het boek vervolgens in een paar maanden tot een geheel andere roman waaruit de toespelingen op Aletrino waren verwijderd, maar het homoseksuele thema bleef. De publieke belangstelling bleef echter gering en ook deze tweede druk werd een zeldzaam boek.

Vermoord
Op maandag 30 juni 1924 werd De Haan met drie pistoolschoten om het leven gebracht op de trappen van het Sja'arei Tsedek-ziekenhuis in Jeruzalem toen hij terugkwam van het avondgebed in de synagoge.

Achter de moord op De Haan bleek de seculiere zionistische organisatie Hagana te zitten.
De politieke moord op De Haan is zorgvuldig onderzocht en beschreven in het boek De Haan: De eerste politieke moord in Palestina. De schrijvers, Shlomo Nakdimon en Shaul Mayzlish, deden diepgaand onderzoek en zij wisten de moordenaar te traceren: Avraham Tehomi, die toen als bejaarde zakenman in Hong Kong woonde.

Tehomi heeft nooit spijt van de moord gehad. "Ik heb gedaan wat de Hagana besloten had”, vertelde hij in een interview met Nakdimon, “Ik heb geen spijt, want hij wilde ons hele zionistische idee verwoesten.'