'Menselijkheid zoek bij instanties die oordeelden over Amir'

EMMEN - Er moet een onafhankelijk onderzoek komen naar alles wat er de afgelopen jaren misgegaan is rondom de zorg voor de ernstig zieke en verstandelijk gehandicapte Amir Mouradi uit Emmen. Dat vindt Marianne Bathoorn, die het Afghaanse gezin de afgelopen zes jaar heeft bijgestaan.
Amir overleed gisteravond op 10-jarige leeftijd in het bijzijn van zijn familie in hun huis in Groningen, waar ze sinds twee maanden woonden.

In september plaatste de Raad voor de Kinderbescherming Amir uit huis. Weg van zijn ouders, broertje en zusje, die in het asielzoekerscentrum (azc) in Emmen woonden. Volgens de kinderbescherming waren de ouders onvoldoende in staat hem de juiste zorg te geven.

Kale kamer in Bedum
Amir belandde in een instelling in Bedum van waaruit hij met spoed naar het UMCG in Groningen werd gebracht. "In Bedum kwam hij terecht in een koude omgeving. Een kale kamer zonder bijvoorbeeld een televisie, waar hij zo graag naar keek. Dat mocht daar niet. Zo'n instelling kan nooit zo goed één-op-één-zorg leveren als ouders dat kunnen. Er was gewoon minder tijd voor hem", is Bathoorns overtuiging.

"Hij was er slechter aan toe, nadat hij in Bedum was geweest. Hij had bijvoorbeeld last van infecties en ontstekingen. Amir was een jongetje dat leefde op het contact met zijn ouders. Hij functioneerde op het niveau van een baby. Als het met zijn ouders goed ging, ging het met hem ook goed. Hun band was gigantisch sterk."


Op de dag na het trieste nieuws uit Groningen blikt Bathoorn terug op de strijd die Amirs ouders hebben moeten voeren tegen de instanties. Ze is verdrietig, maar wist net als zijn familie dat het einde van Amirs korte leventje naderde. "We hadden alleen niet verwacht dat het zo snel zou gaan."

"Er is veel misgegaan in deze zaak.", vervolgt ze. "De ouders hebben eigenlijk alleen maar stress en tegenslag meegemaakt. Het was allemaal niet nodig geweest. Ik weet zeker dat het zijn leven heeft verkort."

Een kind dat stervende is bij zijn ouders weghalen, is nooit goed, vindt de Emmense. De instanties hebben het volgens Bathoorn vooral druk met protocollen. "De menselijkheid is verdwenen."

'Te triest voor woorden'
Een onafhankelijke organisatie moet de gang van zaken rondom Amirs situatie tegen het licht houden, vindt Bathoorn. "Ik denk wel dat er kritisch naar gekeken moet worden hoe het de afgelopen zes jaar is gegaan. Het is een hopeloze strijd geweest. De ouders hebben altijd moeten knokken voor het welzijn van hun kind, terwijl ze door jeugdwerkers juist geholpen en ondersteund hadden moeten worden. Daar zijn ze voor. Wat hier is gebeurd, is echt schandalig. Te triest voor woorden."

Of de betrokken instanties zelf lessen trekken uit wat er gebeurd is, betwijfelt ze. "Ze zijn vooral bezig geweest met het corrigeren van Amirs ouders, terwijl die zo hun best hebben gedaan. Hen corrigeren was helemaal niet nodig."

Bovendien staat de bezorgdheid die de instanties dit jaar uitspraken haaks op de situatie van twee jaar geleden, toen Amirs vader met zijn zoon op straat belandde, omdat hij tijdelijk uit het azc in Emmen moest. "Waar was de kinderbescherming toen? Destijds heb ik ternauwernood een opvangplek voor ze kunnen regelen. De bezorgdheid die de instanties nu zeiden te hebben toen ze Amir uit huis plaatsten, zegt me daarom niks. Het sloeg nergens op."

Meer gevallen
Bathoorn weet zeker dat er meer schrijnende gevallen zijn in het Emmer azc, maar vreest dat mensen vanwege de procedures waarin ze zitten niet durven te praten. Ze wil dat er een einde komt aan het soms kille beleid. "Het gezin Mouradi was zeker niet het eerste gezin met dit soort problemen, maar ik hoop wel dat het de laatste was."