40 jaar na gijzeling provinciehuis: het verhaal van mijn opa

ASSEN - Het is 13 maart 1978, even na tien uur ’s ochtends. Bram van Gool is aan het werk op het provinciehuis. Hij belt met een collega op een andere afdeling, zoals hij dat zo vaak doet. Maar op deze ochtend hoort hij ineens allemaal schoten aan de andere kant van de lijn.

Na de treinkapingen in Wijster (1975) en De Punt (1977) en de gijzeling van de basisschool in Bovensmilde (1977) is nu het provinciehuis in Assen aan de beurt.

Bram van Gool is mijn opa.

Na een uur wordt iemand doodgeschoten
Drie Molukkers dringen die ochtend het gebouw binnen en gijzelen 55 mannen en 16 vrouwen op de eerste verdieping. Ze eisen de vrijlating van ruim twintig Molukkers, die vastzitten na eerdere acties. Er wordt een ultimatum gesteld: de volgende dag, 14 maart, 14.00 uur. Al na een uur wordt planoloog Ko de Groot doodgeschoten en vanuit het raam naar beneden gegooid.

Mijn opa zit gelukkig niet op die eerste etage. Zijn afdeling, ‘Paspoorten en Rijbewijzen’, zit dicht bij de ingang van het provinciehuis. De Molukkers zijn daar voorbij gelopen. Ze zoeken commissaris van de koningin Tineke Schilthuis. Opa weet dat het menens is. Hij en zijn collega's proberen te ontsnappen.

Ik wist urenlang niet waar hij was.
Jenny van Gool-Snoeijer

Mijn oma Jenny is inmiddels ook op de hoogte. In hun huis aan de Paganinilaan in Assen heeft ze zoals altijd de radio aan. Het nieuws van 11.00 uur klinkt door de woonkamer. Er wordt gesproken over een gijzeling van het provinciehuis. Oma wordt bang. “Je was in die periode echt aan het wachten tot er weer iets ging gebeuren. Die angst was er echt”, herinnert ze zich veertig jaar later. En inderdaad, het is weer raak. Maar het zal nog uren duren voor ze iets van opa hoort.

Ondertussen probeert opa te vluchten. Samen met zijn collega’s gooien ze stoelen en typemachines tegen de ruiten. Maar die springen niet. De ramen zijn van dik, kogelvrij glas. Ze besluiten om alles tegelijk tegen het raam te gooien. Ditmaal met succes. Helaas hebben ze de typemachines tegen het verkeerde raam gegooid. Eronder zit het gat naar de kelder. Het is een paar meter diep en ook nog eens heel breed. Ze moeten springen. Opa roept dat de vrouwen als eerste moeten gaan, maar zijn chef is zó bang dat hij als eerste gaat. Hij haalt daarbij zijn hele arm open aan het glas. Opa gaat als laatste en neemt in zijn sprong een vrouw mee die niet durft.

Een black-out
Opa is buiten, maar veilig is hij nog niet. Hij blijft plat op zijn buik liggen, want de kogels vliegen in het rond. Uiteindelijk kan hij onder dekking van een pantservoertuig zichzelf in veiligheid brengen. Medewerkers die zijn ontsnapt, moeten zich melden bij de ijsbaan, aan de overkant. Maar opa weet dat niet. Hij krijgt een black-out.

Later hoort hij dat anderen hem hebben zien dwalen door de stad. Opa loopt in zijn colbertje, zonder overjas, in de regen. Hij weet niet hoe hij thuis moet komen. Het duurt nog even voordat hij weer helder kan nadenken.

Einde aan de onzekerheid
Aan de Paganinilaan zit mijn oma al uren in spanning en onzekerheid. Uiteindelijk gaat om 15.30 uur de telefoon. “Dat tijdstip vergeet ik nooit meer”, vertelt oma. Eindelijk dat verlossende telefoontje. Het is opa. Hij loopt op de Groningerstraat en mankeert niets. “Toen ben ik in mijn Volkswagentje gestapt en heb hem opgehaald”, zegt oma. “En eenmaal thuis zat opa aan de radio gekluisterd.”

Want de gijzeling is nog altijd niet voorbij en zal nog bijna 24 uur duren. De Molukkers stellen het ultimatum de volgende dag met zo’n drie kwartier uit, maar even na 14.30 uur op 14 maart vallen mariniers van de Bijzondere Bijstands Eenheid (BBE) het provinciehuis binnen. De kogels vliegen over en weer en uiteindelijk geven de Molukkers zichzelf over. De bevrijdingsactie duurt maar een paar minuten. Tijdens die actie wordt gedeputeerde Jakob Trip geraakt door een Molukse kogel. Hij overlijdt een paar weken later in het ziekenhuis in Assen.



Tastbare herinneringen
De gijzeling is voorbij. Veel nagepraat wordt er niet. Ook niet bij mijn opa en oma. Het zijn de jaren '70. Het waren 'andere tijden', zoals we nu zouden zeggen. Toch hebben de gebeurtenissen van 13 en 14 maart 1978 diepe indruk gemaakt op mijn opa. Na de gijzeling krijgen medewerkers van het provinciehuis een bundel met alle krantenberichten uit de hele wereld over de gijzeling. Opa heeft die altijd bewaard, samen met een kogelhuls en een kapot stuk glas. Herinneringen aan die 13e maart. Jaren geleden kreeg ik ze van opa.

Toen ik nog wat jonger was, heeft mijn opa mij het verhaal één keer verteld. En daar bleef het verder bij. Ik zou hem nog zoveel meer willen vragen, maar dat kan niet meer. Opa overleed in 2011. Veertig jaar na dato heb ik het verhaal nu opgeschreven. Het verhaal van mijn opa.

Mijn opa en ik in 2009.


Het is vandaag veertig jaar geleden dat het provinciehuis in Assen werd gegijzeld. RTV Drenthe besteedt daar met meerdere verhalen aandacht aan.
Deel dit artikel: