200 jaar Frederiksoord: de verzorgingsstaat in het klein

FREDERIKSOORD - Dat er in de omgeving van Frederiksoord nog zo veel te zien is uit de 200 jaar geschiedenis is uniek. Misschien wel omdat er in het verleden zoveel armoede was en er geen geld was om nieuw te bouwen.
Koning Willem-Alexander bekijkt die historie morgen met eigen ogen tijdens de viering van het tweehonderdjarig bestaan van de Maatschappij van Weldadigheid. Toch ziet de koning maar een klein stukje. Meer tijd heeft hij niet.

Wie niet werkt, zal niet eten
Het verhaal van Frederiksoord begint nadat de Fransen Nederland berooid en in grote armoede achterlaten. Er wordt veel gebedeld en werk is er niet. Generaal Johannes van den Bosch schrijft in 1818 een plan om armen en bedelaars weer 'op het rechte pad' te krijgen en ze een toekomst te geven. Door te werken voor de kost in een landbouwkolonie, moeten ze een nieuw bestaan opbouwen.

Het is de start van de Maatschappij van Weldadigheid. Met hulp van donateurs krijgt Van den Bosch het voor elkaar. Een grote rol daarin speelt ook het koningshuis. Prins Frederik is de voorzitter van de Maatschappij. Vandaar ook de naam Frederiksoord. En hetzelfde koningshuis springt regelmatig bij in de vorm van financiële donaties als er weer eens geld tekort is.

Breng die armen maar naar Drenthe
Een win-winsituatie zou je het nu noemen. De steden zijn van hun bedelaars af. Die verdienen de kost in Drenthe en zorgen ervoor dat het plan van de generaal niks kost. Althans, dat is de bedoeling. Maar het blijkt een utopie te zijn. Zo maakbaar is de samenleving niet. Niet iedereen kan of wil in een landbouwkolonie aan de slag. Bovendien zijn er nogal wat tegenslagen als het gaat om de landbouwopbrengsten. De Maatschappij kost geld in plaats van dat het geld oplevert.

Arbeid, tucht, godsdienst en onderwijs zijn de belangrijkste begrippen. Alle kinderen vanaf zes jaar moeten verplicht naar school. En dat al in 1818. De leerplicht in Nederland gaat pas in 1901 in. Er is ook een ziekenfonds. De kolonisten betalen elke maand een bijdrage. En voor de ouderen wordt ook gezorgd. Er worden rusthuizen gebouwd. De kerken kwamen pas later. Frederiksoord is in de geschiedenis het begin van de verzorgingsstaat.

Veel doorzettingsvermogen
Generaal van den Bosch stopte niet in Frederiksoord. In een razend tempo bouwde hij kleine hoeves en stichtte hij nieuwe koloniën. Wilhelminaoord, Willemsoord en Boschoord bijvoorbeeld. Daarnaast stichtte hij strafkoloniën in Veenhuizen en Ommerschans. Ook in België werden twee koloniën gesticht. En dat met militaire precisie. Van den Bosch moet iemand zijn geweest met een sterke eigen wil en vooral veel doorzettingsvermogen. Misschien wel iemand zonder geduld.

In het landschap rondom Frederiksoord is de tweehonderdjarige geschiedenis nog steeds te zien. Monumenten worden in stand gehouden en de lanenstructuur is heilig. Het moet, samen met Veenhuizen, Ommerschans en twee Belgische koloniën, de status van werelderfgoed krijgen. Koning Willem-Alexander krijgt een deel te zien van de geschiedenis. Hij rijdt in zijn auto langs Hotel Frederiksoord en een aantal koloniehuisjes. Ook de toegangspoort tot de eerste kolonie kan hij zien.

En misschien heeft hij dat in het verleden ook weleens gedaan toen hij in de buurt logeerde. Het is een publiek geheim dat leden van het koninklijk huis in het verleden en misschien nu ook wel, in de buurt paardreden. Of zelfs hun verjaardag vierden.
Deel dit artikel: