Onderduiken tussen leeuwen, tijgers en olifanten: 'Ineens voelde hij een slurf'

EMMEN - In 1943, nu 75 jaar geleden, deed de dierentuin in Emmen ook dienst als onderduikpost. Boven de wilde dierengalerij, zoals dat toen heette, sliepen achttien onderduikers.
"Ze kwamen niet allemaal tegelijk", vertelt Jan Oosting, zoon van oprichter en toenmalig directeur Willem Oosting. Hij kent de verhalen van zijn ouders en heeft later gesproken met onderduikers. 

Boven de leeuwen, tijgers en olifanten
"Het waren jonge mannen van 19 of 20 jaar. Die waren op de vlucht voor de Arbeidseinsatz (het inzetten van gevangenen voor dwangarbeid red.)", vertelt Oosting. "Later kwamen daar verzetsmensen bij. Ook heeft er een joods meisje ondergedoken gezeten."

's Nachts sliepen de onderduikers boven de olifanten, tijgers en leeuwen op de hooizolder. "Dat was niet een heel grote zolder. Er was een middengedeelte dat iets hoger was en twee zijvleugels."

Deze plek werd gekozen omdat het niet gemakkelijk was om daar onverwachts binnen te vallen. "Er ging een keer een nieuwe onderduiker bij het luik liggen en die voelde 's nachts ineens iets. Toen hij gingen voelen, raakte hij plots een slurf aan. Die schrok zich een hoedje", lacht Oosting. "Die olifanten gingen met de poten op elkaar staan en konden bij het luik. Ze wisten dat daar wat te halen viel natuurlijk."

Generaal Christiansen naar Emmen
De opperbevelhebber van de Duitse Wehrmacht in Nederland, generaal Christiansen, kwam in januari 1945 naar Emmen. Hij vestigde zijn hoofdkwartier in Villa Lindenhof, naast de dierentuin. 

Dat leidde tot aparte situaties. "De Duitsers waren dol op dierentuinen en gebruikten het park als wandelpark. Op een gegeven moment liep de generaal met zijn staf door het park en raakten al discussiërend de weg kwijt."

De onderduikers werkten overdag in het park. "De Duitsers vroegen aan iemand die aan het werk was of hij wist waar de uitgang was. Hij leidde ze naar de uitgang en kreeg sigaretten. De Duitsers wisten alleen niet dat het om een onderduiker ging", aldus Oosting. 

Razzia op komst?
Op een gegeven moment ging het gerucht rond dat er een razzia zou komen in Emmen. Op 9 maart 1945. "Er was een Duitser die zo aardig was om het aan de Nederlanders te vertellen", legt Oosting uit. "Onderduiker Leendert Flier wist dat er nog boeken in de kantine lagen en daar stonden namen van onderduikers in."

Flier verstopte de boeken deels op de hooizolder en wilde de rest onder de vloer in het paviljoen stoppen. "Maar toen kreeg hij een signaal van een oppasser dat hij weg moest wezen, dus ging hij onder de vloer zitten."

Dat werd hem bijna fataal. "De Duitsers kwamen in het paviljoen en liepen over de vloer. Er dwarrelde allemaal stof naar beneden. Hij moest echt zijn keel dichtknijpen, zichzelf bijna wurgen, om te voorkomen dat er een geluid uit zijn keel ontsnapte. Dat ging echt net goed."

'Over gedroomd'
Alle onderduikverhalen hebben indruk gemaakt op Oosting. "Ik heb er weleens over gedroomd dat ik door de Duitsers werd opgepakt, terwijl ik de oorlog niet heb meegemaakt. Ik heb die spanning meebeleefd via mijn ouders: voor hen was het een heel spannende tijd. Ik denk dat veel naoorlogse kinderen dat herkennen."