​Besef van het kwaad na de moord op Andrea

Een herdenkplek voor Andrea Luten (Rechten: RTV Drenthe)
Een herdenkplek voor Andrea Luten (Rechten: RTV Drenthe)
GIJSSELTE - Weet jij nog het moment waarop jouw kinderlijke bubbel barstte? Het moment waarop je besefte dat de wereld niet alleen goed is, dat niet iedereen goede bedoelingen heeft? Voor mij was dat moment de moord op Andrea Luten, morgen 25 jaar geleden.
Ik weet het nog heel goed. Als tienjarig meisje bestond het ‘kwaad’ voor mij hooguit uit mijn ouders die mij niet mijn zin gaven, mijn pesterige klasgenoten en grote broers én de meester die mij steeds tot stilte maande. Op de kleine pesterijen na had ik een onbezorgde jeugd.
Tot die 10 mei 1993. De 15-jarige Andrea Luten is vermist en een dag later wordt zij verkracht en vermoord gevonden in de bossen bij Gijsselte. De dood van Andrea was groot nieuws, je kon er niet omheen, ook niet bij mij thuis. De hele dag stond Radio Drenthe aan, elke ochtend de Drentse Courant op tafel en mijn ouders keken trouw het Achtuurjournaal. De moord op Andrea kwam letterlijk bij ons binnen.

In deze column vertelt presentatrice en redacteur Herma Boer over de impact van de de moord op Andrea voor haar en haar gezin.

De moord voelde ineens heel dichtbij, in mijn veilige Drenthe. Een meisje dat maar een paar jaar ouder was dan ik, wie doet zoiets? En het gevoel dat het dichtbij was, werd ook nog eens aangewakkerd door de angst bij mijn ouders. De angst dat hun jonge dochter ook zoiets vreselijks kan overkomen.
Tot die mei 1993 voelde ik me altijd heel vrij en mijn ouders lieten mij ook heel erg vrij. Zoals ik het me herinner, veranderde dat na de moord op Andrea. In een serieus gesprek aan de keukentafel legden mijn ouders mij uit dat het voor een jong meisje zoals ik niet altijd veilig is om alleen onderweg te zijn.
De mooiste en kortste route naar mijn beste vriendinnetje mocht ik ineens niet meer alleen fietsen. Niet meer alleen over de stille heide, langs de Brunstingerplassen. “Dan maar liever een stukkie om”, volgens mijn ouders. Ik was dan wel iets langer onderweg, maar een fietstocht langs verschillende boerderijen voelde voor hen toch een stuk veiliger. En moest ik tegen de tijd dat het al ging schemeren op de fiets naar huis, dan fietste mijn vader of moeder mij tegemoet.

Het gevoel van veiligheid was niet meer vanzelfsprekend. Ineens kreeg ik als tienjarige besef van het échte kwaad in de wereld, het kwaad dat Andrea in levende lijve heeft ontmoet. Noem het achterdocht of misschien juist wel een verstandig einde van mijn kinderlijke naïviteit.
Vanaf dat moment keek ik met andere ogen naar mijn omgeving. Een auto die net even te langzaam achter mij reed? Of een man die in zijn eentje langs een rustig landweggetje stond, terwijl ik er langs moest? Ik dacht dan al vooruit aan wat ik zou doen als iemand kwade bedoelingen zou hebben. Gillen, heel hard wegfietsen, schoppen, slaan? Gelukkig heb ik het nooit hoeven doen.
Een flinke sprong in de tijd: van het moment dat ik niet meer alleen over de heide mocht fietsen, naar het moment van nu. Het moment waarin ik zelf moeder ben van twee jonge meisjes. In deze tijd is het misschien wel te laat om je kind pas met tien jaar te vertellen over het kwaad in de wereld.
Met alle nieuwe media is het waarschijnlijk zelfs onmogelijk een heftig verhaal als dat van Andrea buiten de deur te houden. Maar wanneer en hoe vertel je een kind over het kwaad? Hoe bescherm je je kind, zonder dat je hem of haar bang maakt om de wijde wereld in te gaan? Vragen waar ik nu, net als mijn ouders 25 jaar geleden, mee worstel...