De grafrede bleek niet nodig voor Balou

DE PUNT - Het huis van Balou is niet te missen: op zijn oprit is een groot wit brandweerlogo gespoten. De mannen van het brandweerkorps deden dat voor zijn vijftigste verjaardag. Balou is er trots op. Hier woont een brandweerman.

Balou staat in de deuropening. Een grote, brede man. Grijze snor. Een beer van een vent, zeggen zijn vrienden. Maar knuffelbaar. Balou, zoals iedereen hem noemt, zoals de beer in Jungle Book. Hij zucht. En opent de deur.

Het is vandaag precies tien jaar geleden dat een loodsbrand op een scheepswerf bij De Punt drie brandweermannen het leven kostte. Vanmiddag wordt daar bij stilgestaan tijdens een herinneringsbijeenkomst. Op Radio Drenthe zenden we om 12.30 uur een documentaire uit over de brand.

Achttien was-ie, en toen al was het duidelijk: ik wil bij de brandweer. Voor de eer. Om iets te doen voor je dorp. 

Balou en de brandweer, die horen bij elkaar. Dat zegt ook een vriend van hem, Maurice Rozema. Naast zijn werk voor de vrijwillige brandweer, werkt Balou als kraanmachinist. "Soms pakte hij gewoon z'n eigen kraan om een brand te blussen. Heeft-ie nooit iets voor gerekend, geloof ik", zegt Rozema. 

Brandweerman Balou (eigen foto)

Het is 9 mei 2008, iets na twee uur 's middags. Het weer nog. Vandaag en morgen volop zon. Met temperaturen tot 26 graden. Het blijft tot na Pinksteren zomers weer. Dit was het NOS Journaal.

Balou is aan het werk achter op het veld in Eelde, op de Hooiweg. De pieper gaat: woningbrand.

"Collega's kennende, die haasten zich naar de kazerne. Een woningbrand komt niet zo vaak voor. Dus ik denk: ik doe rustig aan, want als ik bij de kazerne kom, zijn de jongens al weg. Ik ging in alle rust verder met m'n werk."

14.10 uur. Het blijkt te gaan om een brand in een botenloods op een scheepswerf in De Punt. Brandweermannen moeten naar binnen om te blussen. Vier mannen gaan naar binnen, met warmtebeeldcamera.

Dan wordt de situatie nijpend. Een zwarte rookpluim wordt uit de nok geperst, geelbruine rook komt met kracht door de dakrand heen. Een plotselinge drukgolf blaast een van de brandweermannen van zijn voeten. Brokstukken vallen naar beneden, maar op handen en voeten weet hij weg te komen. De andere drie blijven achter.

Er wordt opgeschaald naar zeer grote brand. Personen vermist. GRIP 1.

15.15 uur. Drie slachtoffers worden geborgen. Later blijkt dat het gaat om Anne Kregel, Egbert Ubels en Raymond Soyer.

Waar ben jij?
Vrouw van Balou

Balou heet officieel Anne Kregel. Net als zijn neef. En nog een andere neef. Alle drie zitten ze bij de brandweer. Om misverstanden te voorkomen bedachten de neven bijnamen voor elkaar. Zo had je Anne Slager, Anne Bloempie en Balou. "Zo is mijn naam ontstaan, Anne Balou."

Een van hen overleeft de brand niet.

"Op een gegeven moment belt mijn vrouw. 'Waar ben jij?' Ze krijgt mee dat het niet goed is. Ze haalt me op en rijden snel naar de kazerne. Daar pak ik mijn kleren, mijn overall. Op het moment dat ik bij De Punt kom, zie ik Anne, Egbert en Raymond liggen, voor de loods", zegt Anne Balou.

Balou's vrouw en dochter worden die week meerdere keren gecondoleerd. Uiteindelijk belt hij naar school om te zeggen dat niet hij, maar een van zijn neven is omgekomen. Net op de tijd: de docent had de grafrede al klaar. 

De drie overleden brandweerlieden worden met brandweereer begraven. Tijdens hun uitvaarten vormen korpsgenoten een erehaag en dragen ze de kisten. Twee dagen hebben ze geoefend. Balou was een van de kistdragers.

Na afloop komen de tranen. "We zeggen tegen elkaar: hier komen we sterker uit. Anders weten we het niet meer met elkaar. Ik hoor het nog zeggen. Hier komen we sterker uit. Tja."

Wat volgt is een jarenlange periode van onbegrip tussen brandweerlieden en de leidinggevenden. Er is meer nazorg nodig, vinden ze. Maar de postchef denkt daar anders over.

Vier jaar na de fatale brand schuift Balou zichzelf naar voren als klokkenluider. Hij zegt waar het op staat. De groep mist naar eigen zeggen een goede leidinggevende. Ze zijn bang voor het voortbestaan van het korps.

Een onderzoek naar de situatie volgt. Maar al snel wordt duidelijk dat Balou en Maurice er alleen voor staan. Onder druk besluit Balou op de stappen bij de vrijwillige brandweer. Maurice volgt een week later.

Balou heeft spijt. Hij wil helemaal niet stoppen bij de brandweer. Hij praat met de burgemeester, met de brandweercommandant, met diens commandant. Hij belt met de directeur. Maar het heeft geen zin. Hij heeft zijn pieper ingeleverd. Dan is het einde oefening. 

De ruzie binnen de brandweer wordt groter. Vijf brandweerlieden zijn intussen opgestapt uit onvrede. Maurice Rozema is niet meer welkom op de kazerne. Ook niet bij de herdenking op 9 mei 2013. Balou naar eigen zeggen ook niet, al ontkent de Veiligheidsregio dat. 

Die vijf jongens horen erbij. Ze hebben de kist gedragen.
Ria Soyer, moeder van de omgekomen Raymond

Vijf jaar na de brand bij de scheepswerf worden voor het eerst twee herdenkingen gehouden. Een georganiseerd door de gemeente, de tweede door Hans en Ria Soyer. Ouders van de omgekomen Raymond. "Die vijf jongens horen erbij. Ze zijn er geweest. Ze hebben de kist gedragen. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen dat ze er niet bij mogen zijn." Op hun herdenking komen tweehonderd mensen af.

Hans en Ria Soyer zijn boos. Voelen zich miskend. De korpschef is volgens het echtpaar nooit bij hen thuis geweest na de fatale brand. Dat hadden ze wel op prijs gesteld. Ze horen niks meer van de brandweer sinds ze hun eigen herdenking houden. 

Met Balou gaat het ondertussen niet goed. Hij mist de brandweer en snapt niet waarom hij niet mag terugkomen. "Ik blijf erbij: ons is onrecht aangedaan. Er is niet naar ons geluisterd. Dat doet je zo'n pijn. Zo'n pijn."

Hij is een brandweerman in hart en nieren.
Maurice Rozema

Na een aanvaring op werk krijgt hij hulp. Hij gaat naar een therapeut. Het redt zijn baan en zijn huwelijk. "Op een gegeven moment is het ook klaar. Kan ik het een plek geven. Maar soms borrelt het weer op."

Ook bij Rozema komt de klap hard aan. Hij blijkt PTSS, een posttraumatisch stresssyndroom, te hebben. Ook hij zoekt hulp. En inmiddels gaat het beter. 

"Elke keer als Balou bij me op visite komt zeg ik: we gaan het niet over de brandweer hebben. Maar na nog geen drie seconden begint hij er weer over. Het zit hem nog steeds ontzettend hoog. Het is een brandweerman in hart en nieren."

Balou en Maurice in Duitsland (eigen foto)

Twee jaar geleden krijgt Balou een aanbod. Na een reeks gesprekken mag hij terugkomen bij de brandweer. Hij moet dan onderaan de ladder beginnen. 

Na lang twijfelen, bedankt hij voor die eer. "Hoe oud ben ik nou? Ik ben 57. Dan had ik nog drie jaar kunnen werken, tot mijn zestigste. Een mooie mijlpaal. Maar na alles wat er is gebeurd? Hoe moet ik de jongens onder ogen komen? Nee. Ik kan niet meer terug. Het is tijd voor wat anders. Koffie?"

De brandweer is om een reactie gevraagd, maar wil niet voor de microfoon reageren. De korpschef zegt: mijn woorden veranderen toch niks.

De toenmalige en huidige directeur van de Veiligheidsregio, Fred Heerink, wil wel reageren. Het vertrek van Balou en Maurice Rozema was onvermijdelijk, zegt hij. "Toen is een keuze gemaakt om afstand te nemen, want de gemoederen liepen hoog op. Daarom was Maurice niet meer welkom op de kazerne. Wat het effect daarvan is? Je kunt je afvragen of het een goede keuze is. En dat vraag ik me ook af."
Deel dit artikel: