Soort van de maand: waar foerageert de veldleeuwerik?

In de maand mei zetten we samen met Heel Drenthe Zoemt, IVN Regio Noord en Natuurmonumenten de veldleeuwerik in het zonnetje.

Het aantal veldleeuweriken in Nederland is in bijna veertig jaar met 95 procent afgenomen. Dit komt doordat er steeds minder plekken zijn waar deze broedvogel kan overleven. De veldleeuwerik zoekt naar open gebieden ver weg van huizen en andere bebouwing. Hij heeft een halfhoge begroeiing nodig om zijn nest te maken en een iets kortere begroeiing om naar eten te zoeken.

In de problemen
De broedvogel, die op de Rode Lijst staat, is nog te vinden in akkerbouwgebieden in Groningen, Drenthe, Zeeland en Limburg en op de heidevelden in Drenthe en op de Veluwe. Hij heeft het moeilijk omdat er vaak te weinig tijd zit tussen het maaien van de graslanden om zijn jongen groot te brengen. Ook is het aantal verschillende gewassen minder geworden, waardoor hij moeite heeft om voldoende voedsel te vinden.

Voedsel voor de jongen
Vanaf eind maart legt de veldleeuwerik zijn eieren in een nest op de grond tussen de akkerbouwgewassen of in grasland. Het duurt ongeveer anderhalve maand voordat de jongen het nest uit kunnen vliegen. In de tussentijd is de veldleeuwerik druk met het zoeken naar voedsel voor zijn jongen.

Het steeds weer zoeken en vinden van voedsel heet foerageren. Net zoals hij zijn eieren op de grond legt, foerageert de veldleeuwerik ook alleen maar op de grond. Daar gaat hij op zoek naar insecten zoals kevers, spinnen, vliegen en rupsen. In de winter leeft hij van bladeren, grassen, granen en zaden.



IVN doe-tip: Foerageer je buikje vol!
Een veldleeuwerik houdt ervan om in een gebied te leven waar veel verschillende bloemen en planten groeien en waar goede plekjes zijn om een nest te maken. Deze plekken zijn er in Nederland niet zoveel meer, waardoor er steeds minder veldleeuweriken zijn.

Als de jonkies uit het ei zijn gekropen, willen ze heel veel insecten en andere beestjes eten zodat ze gauw heel groot worden. De ouders zoeken deze beestjes tussen het hoge gras en de bloemen en voeren ze aan de jonkies.

Jullie gaan ook op zoek naar beestjes! Pak een wit laken uit de kast en neem een loeppotje of een ander klein bakje mee.

* Sleep het laken achter je aan door het hoge gras en kijk eens wat voor beestjes op het laken zitten.

* Leg het laken onder een kleine boom of een struik en schud aan de takken. Welke beestjes zijn er op het laken te vinden?

Doe de beestjes in het loeppotje of in het bakje en bekijk ze van dichtbij. Hoeveel verschillende beestjes heb je gevonden? Welke lijkt jou lekker? In de winkel kun je insecten kopen om te eten, zoals meelwormen of sprinkhanen. Heb je die wel eens gehad? Misschien kun jij je ouders eens een lekker hapje voeren.
Meer over dit onderwerp:
ROEG! natuurnieuws
Deel dit artikel: