'De MS Oranje veranderde mijn leven'

In het Scheepvaartmuseum is afgelopen weekend een nieuwe tentoonstelling over de MS Oranje geopend. Het schip bracht na de Tweede Wereldoorlog duizenden Indische Nederlanders van Java naar hun nieuwe vaderland, onder wie Jan de Vos uit Gieten. Hij was bij de opening van de expositie in Amsterdam.

"Het klinkt heel gek", zegt Jan de Vos, terwijl hij de camera in kijkt. "Toen mijn vader thuiskwam in Nederland in juli '46 vroeg ik aan hem: wie ben jij?" De Vos valt even stil. "Hij zegt: ik ben je vader." 

Een verdrietige herinnering, constateert interviewer Coen Verbraak, als De Vos emotioneel wordt. "Ja", zegt hij.

De Vos is niet de enige met deze herinneringen aan zijn terugkomst in Nederland, nadat hij moest vluchten van Java. "Mijn vaderland", noemt hij het nog steeds. Andere gerepatrieerden halen gelijksoortige herinneringen op in de film die Coen Verbraak maakte over de MS Oranje voor het Scheepvaartmuseum.

We waren bang. De snelle rennende voetstappen 's nachts waren het ergst.
Jan de Vos

Na de overgave van Japan en de daarop volgende Indonesische Onafhankelijkheidsstrijd, kwam een eerste migratiestroom vanuit Nederlands-Indië en later Indonesië naar Nederland op gang. Tussen 1945 en 1965 maakten naar schatting 300.000 Indische Nederlanders de overtocht naar hun nieuwe ‘vaderland’. Enkele duizenden van hen maakte deze overtocht met de MS Oranje.

"Kijk, dit ben ik." De Vos is net weer terug van de opening van de tentoonstelling in Amsterdam en heeft de fotoboeken erbij gepakt van zijn jeugd. "Onze eigen fotoboeken zijn er natuurlijk niet meer. Maar mijn moeder stuurde fotoboeken naar haar ouders in Nederland. Daar komen deze foto's van."

De Gietenaar is 84 jaar en woont nu het grootste deel van zijn leven in Nederland. Hij mist zijn Nederlands-Indië nog steeds. Al zijn de herinneringen aan die tijd soms ook moeilijk, nu ze weer naar boven komen door de tentoonstelling.

"In '42 werd mijn vader gevangen genomen", zegt De Vos. "Hij had zich aangemeld voor het KNIL (Koninklijk Nederlands Indisch Leger, red.) en werd daarna tewerkgesteld in Birma." De achtjarige Jan kwam een paar maanden daarna in een jappenkamp terecht met zijn broer, zusje en moeder.


(foto: archief Jan de Vos)

"In het jongenskamp kregen we het moeilijk. Ik moest werken op de sawa's (rijstvelden, red.)", zegt hij. "Als een Jap een verkeerde bui had, dan werd je gemept." Een Japanner kreeg zelfs een bijnaam: Jan de Mepper. Echt graag praat hij niet over deze periode.

Vooral over de tijd na de oorlog, de Bersiapperiode, wordt nauwelijks gesproken in huize De Vos. Nederlands gezag ontbrak en Indonesische revolutionairen probeerden de macht te grijpen. "We waren bang. De snelle rennende voetstappen 's nachts was het ergst. Je hoorde ze. Wanneer kwamen ze je halen?" Tijdens de Bersiapperiode maakten Indonesische organisaties en bendes jacht op niet-inlanders. Onder Indische Nederlanders vielen duizenden slachtoffers.

"Dat is moeilijk", zegt De Vos. "Daar kan ik met niemand over praten. Mijn vrouw niet, mijn kleinkinderen niet. Afgelopen weekend waren twee, misschien drie mensen bij de opening van de tentoonstelling die hetzelfde hebben meegemaakt. Met hen kan ik wel praten."

Het schip speelde een grote rol in mijn leven.
Jan de Vos

Tijdens de Bersiapperiode deed moeder De Vos er alles aan om het gezin veilig naar Nederland te krijgen. "Ze ging van kantoor naar kantoor, net zo lang tot het lukte en we alle drie met haar mee konden." Met z'n vieren vluchtten ze met de MS Oranje naar Nederland. Een jaar later kwam ook zijn vader terug. 

"Ik heb nu nog een model van het schip boven staan", zegt De Vos. "Tja", verzucht hij. "Die speelde een grote rol in mijn leven. Sentimenten moeten er zijn in deze wereld."

Het hele verhaal van Jan de Vos is te beluisteren in het radioprogramma Drenthe Toen, aanstaande zondag tussen 19.00 en 21.00 uur.
Meer over dit onderwerp:
gemeente Aa en Hunze
Deel dit artikel: