Stelpstra nog niet tevreden met schaderegeling Drenthe

De regeling voor gasschades in Drenthe verschilt op belangrijke punten van de Groningse afhandeling. Gedupeerden moeten bewijzen dat de schade door gaswinning komt en de Staat is minder betrokken. Dat zegt gedeputeerde Tjisse Stelpstra.
Stelpstra is kritisch over het voorstel dat minister Eric Wiebes vanmorgen presenteerde voor schade door mijnbouwactiviteiten buiten Groningen. Hij is blij met de erkenning dat ook voor kleine velden een goede regeling van belang is. Maar Stelpstra houdt vast aan het principe 'gelijke monniken, gelijke kappen'. 

Jammer
"Wij zijn blij dat dit er nu ligt, want het is beter dan dat het was. Maar ik vind het jammer dat dat de minister voor een ander systeem wil kiezen dan in Groningen", zegt de Drentse gedeputeerde.

De omgekeerde bewijslast geldt wel in Groningen, maar niet in de rest van Nederland. Dat betekent dat in Groningen een huiseigenaar niet hoeft te bewijzen dat schade door gaswinning komt. Bij onenigheid ligt de bewijslast bij het verantwoordelijke winningsbedrijf. In Drenthe moet een gedupeerde wel aantonen dat de schade het gevolg is van mijnbouwactiviteiten.

Goeie afspraken
Verder is de Staat minder betrokken in de regeling die voor Drenthe moet gaan gelden. "De minister zegt dat hij daarover goeie afspraken wil maken", aldus Stelpstra. 

In Groningen heeft de Staat een schadefonds opgericht. In Drenthe moet je met de winningsbedrijven zelf in de slag. Bij onenigheid betekent dat ook dat je verschillende juridische trajecten moet volgen: een Groninger staat tegenover een ander soort rechter dan een Drent. 

In de praktijk
"Of we hiermee echt slechter af zijn, dat is nog maar de vraag. De regeling moet zichzelf in de praktijk bewijzen. En de minister heeft alleen nog maar het voornemen gepubliceerd. Ik hoop dat er nu in hoog tempo aan gewerkt wordt. Eerste kwartaal volgend jaar, zoals de minister zegt, dan wordt het wel tijd."
Deel dit artikel: