Stolpersteine als ereschuld aan 220 vermoorde Joodse Hoogeveners

Al op 70.000 plaatsen in Europa liggen Stolpersteine. En het worden er nog meer, ook in Hoogeveen. Vandaag zijn er 28 geplaatst. Er waren er al 15.

"Het is een ereschuld", vindt historicus Albert Metselaar. Een ereschuld aan de joodse Hoogeveners.

Veel Joodse families woonden aan Het Haagje, vlakbij de kruising van vaarten waar Hoogeveen ontstond. Bij de plek ook waar de Duitsers Hoogeveen binnentrokken begin mei 1940. Veel van hun huizen staan er niet meer, ook die van de familie Simons niet. Bij de huidige Beuke Hage-flat liggen zeven stolpersteine die herinneren aan de leden van de familie Simons en een paar meter verder nog twee voor het echtpaar Muller-Conen. Zij kwamen om in Auschwitz of Sobibor.

Albert Metselaar: "Hier stond een mooie 19e eeuwse gevel en hier had je de slagerij van de familie Simons. En vanuit dit punt kun je ze ook binnen zien komen, op 10 mei, de rijen Duitse soldaten. Men realiseerde zich op dat moment dat er iets heel ergs te gebeuren stond. De mensen in Hoogeveen waren toch ook niet achterlijk."

Melden bij de Duitsche Wacht
Een van de Joodse buren pleegt binnen een paar dagen zelfmoord. De rest van de joodse bevolking, 220 mannen, vrouwen en kinderen, worden nog geen week later afgevoerd. Al op 16 mei 1940 krijgen ze per huishouden een briefje van de gemeente. Het is een bevel ondertekent door de toenmalige burgemeester Tjalma. Ze worden geacht zich op 18 mei 'des voormiddags negen uur' te melden bij de 'Duitsche Wacht' aan de Schutstraat aan de andere kant van de kruising.

Eddy Seinen is voorzitter van de stichting Hoogeveense Herdenkingsstenen die drie jaar geleden is opgericht: "Het moeilijkste is het om eventuele overlevenden en nabestaanden en familieleden te vinden. Heel af en toe kom je erachter dat ze er nog zijn. Er zijn er gelukkig een paar die het kunnen navertellen. De heer Braaf en mevrouw Stern bijvoorbeeld. Ze vertellen dat ze verraden zijn, opgepakt, op transport gezet, gefolterd, zonder enige vorm van proces vermoord. En daar willen we een steentje aan bijdragen om dat in herinnering te houden. Een mens is pas vergeten als zijn naam vergeten is."

Briefje van de burgemeester
Voor toenmalig burgemeester Tjalma heeft historicus Metselaar geen goed woord over. Een paar dagen na de capitulatie van Nederland leverde hij de Duitsers de adressen en namen van de Joodse Hoogeveners. Metselaar: "Rotterdam brandde nog, de inkt van de capitulatie was nog niet droog." Toch is Tjalma na de oorlog herbenoemd en het parkje bij het gemeentehuis draagt zelfs zijn naam.

Wel een goed woord heeft Metselaar over voor de toen nog jonge ambtenaar die het briefje moest schrijven. "Ik heb degene gesproken die het lijstje gemaakt heeft. En die vindt het ook schokkend, dat besefte hij toen al. Er kwam destijds een vraag binnen bij de burgemeester, die heeft het doorgegeven aan het hoofd van het bevolkingsregister. De jongste bediende is onder druk gezet en als hij het niet deed zou hij ontslagen worden. En uiteindelijk zette de burgemeester zijn handtekening er onder. Er zijn maar weinig plekken waarvan bekend is dat dit zo snel na het begin van de bezetting gebeurd is."

De Hoogeveners worden afgevoerd op zaterdag 18 mei 1940 naar kamp Westerbork. Twee jaar later worden de meesten vervoerd naar de concentratiekampen.

Ereschuld
Metselaar: "Ik weet niet of dit een smet op Hoogeveen is. Maar als je deze medewerking vertaalt in een mooi woord, dan heb je het over collaboratie. Met Stolpersteine kun je het niet goed maken. Je kunt dit nooit goedmaken. Maar het is een ereschuld. Om ze in herinnering te houden. En je hebt meteen een wakker-maker voor de toekomst."

Vorig jaar werden er 15 Stolpersteine op verschillende plekken geplaatst, dit jaar 28 op zeven plekken aan Het Haagje. De stichting is nog niet klaar. Bij de Joodse synagoge aan de Schutstraat verderop staat een monument dat herinnert aan de holocaust. Daar wordt volgend jaar aandacht besteed aan joodse plaatsgenoten van destijds die niet genoemd zijn.
Deel dit artikel: