Grote herbestemmingsklus voor Lentis op Dennenoord in Zuidlaren

GGZ-instelling Lentis gaat aan de slag met een grootschalig herbestemmingsplan voor landgoed Dennenoord in Zuidlaren. Het psychiatrisch ziekenhuisterrein kampt met leegstand en dat kost te veel geld. Maar zomaar panden slopen kan niet, want Dennenoord is beschermd dorpsgezicht.
Al bijna 125 jaar doet het cultuurhistorische park dienst als psychiatrisch ziekenhuisterrein. Maar waar er ooit 1.250 patiënten het terrein bewoonden, zijn dat er nu nog maar 500. "En dat worden er steeds minder, want er zijn maar 250 'echte patiënten' die hier voor hun hele leven zullen moeten blijven. En dat is ook een uitstervend ras", vertelt manager Piet Schollema.

Meer thuis behandeld
Schollema zwaaide meer dan dertig jaar als hoofd vastgoed de scepter over alle panden op het landgoed. Hij kent ze als zijn broekzak. Nu wordt hij speciaal ingezet om de herbestemmingsoperatie te begeleiden.

In 1895 begon het psychiatrisch ziekenhuis met drie patiëntengebouwen op landgoed Dennenoord. Inmiddels staan er 35 panden, waarvan er 5 een monumentale status hebben. Maar gebouwen komen leeg te staan, doordat de nieuwe filosofie is dat patiënten beter in hun vertrouwde thuisomgeving behandeld kunnen worden. Tegelijkertijd is er stevig bezuinigd op GGZ-budgetten, waardoor patiënten minder gebruik kunnen gebruik maken van huisvesting op Dennenoord. Die zorg is simpelweg te duur.

'Sloop kan ook'
"We moeten dus iets met de gebouwen, want zonder zorggeld drukken die zwaar op onze begroting", aldus Schollema. Daarom is een speciale projectgroep in het leven geroepen om Dennenoord als cultuurhistorisch park met al zijn monumentale panden te behouden.

"Maar het moet financieel wel uit kunnen", vertelt Schollema. "Dus we moeten voorzichtig te werk gaan. Waar we waardevolle gebouwen een nieuwe bestemming kunnen geven, die te maken heeft met zorg, gaan we dat zeker doen. Maar sloop kan ook, wanneer gebouwen niet van grote cultuurhistorische waarde zijn."

Het uitgangspunt van Lentis is wel dat de zorginstelling 'als een beschermheer' het cultuurhistorische landschap van Dennenoord zo veel mogelijk in tact houdt. Het liefst dus ook als therapeutisch zorglandschap. "Dat moet ook wel, want er staan hier drie rijksmonumenten en nog twee gebouwen met een provinciaal en gemeentelijke monumentenstatus", vertelt Schollema vol trots. Ook de aangelegde lanenstructuur is van historisch belang.

Woontrainingscentrum
Zo staat het bijzondere pand Vredestein, waar vroeger de vrouwenafdeling in zat, al een tijd helemaal leeg. Maar er is geen sprake van dat dit gebouw verdwijnt. "Dit is qua uiterlijk van grote historische waarde. Hier zoeken we een nieuwe bestemming voor, bijvoorbeeld een woontrainingscentrum voor mensen die weer op zichzelf moeten leren wonen."

Het grote gebouw De Schakel - vroeger dienstkeuken, nu restaurant -  is een voorbeeld van een pand dat mogelijk ten prooi valt aan de slopershamer. "Nieuwbouw op deze plek zou kunnen. Bijvoorbeeld woningen, maar dan wel huizen die een link hebben met zorg, zoals een ouderenwoongroep."

Meer open karakter
Het open karakter dat het parkachtige landgoed Dennenoord in de loop der jaren heeft gekregen, moet in elk geval zo blijven. "Misschien nog wel opener, met meer maatschappelijke invloeden van buitenaf. De 4 Mijl-route loopt hier bijvoorbeeld over het terrein, en ook het Pieterpad. Wat ons betreft zijn meer activiteiten hier welkom, want je moet hier absoluut niet het idee krijgen van een besloten ziekenhuisterrein. Iedereen is er welkom", aldus Schollema

Het plan van aanpak voor Dennenoord, dat vele miljoenen gaat kosten, zal medio volgend jaar klaar zijn, verwacht Schollema. De gemeente Tynaarlo, de provincie Drenthe, de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en ook omwonenden worden daar nauw bij betrokken, "We willen dat iedereen vooraf kan meepraten en ideeën kan aandragen. Er wordt dus beslist geen plan van bovenaf gedropt waarbij we als Lentis zeggen: 'dit gaat het worden'. We doen het in stappen en nemen alle betrokkenen mee in het toekomstverhaal."

Nog vijf jaar
Voordat er daadwerkelijk een slopershamer tegen de gebouwen gaat, of dat er panden worden verbouwd, duurt volgens Schollema nog zeker vijf jaar. "Je zit met omgevingsvergunningen, bouwprocedures en allerlei bestemmingswijzigingen. Dan ben je zo enkele jaren verder. Dat je er daadwerkelijk iets van merkt, is zeker niet morgen."