'Drent in vroeger tijden massaal op wolvenklopjacht'

Een 'onafzienbare menigte' van wolven kwam volgens de 17e eeuwse dominee-historicus Johan Picardt vroeger in Drenthe voor. Naar een, alleen voor hem, bekende bron zouden er rond 1283 zoveel wolven zijn geweest, dat niet alleen het vee meer dan ooit werd verscheurd, maar dat zelfs dode mensen bij nacht en ontij uit hun graven werden 'geschrubt en verslonden'.

Daarom zou men genoodzaakt zijn geweest de graven van hun dierbaren met zerken af te dekken. "Enige fantasie lijkt de dominee niet vreemd. Maar ja, wolven stonden bekend als ongure verscheurders van schapen en wie weet waartoe ze nog meer in staat waren", zegt historisch onderzoeker Henk Luning (83) uit Assen.

Wolvenjachten
Luning, vaste leverancier van bijdragen aan het geschiedenisprogramma Drenthe Toen, probeert de historische verhalen over Drenthe en de wolf in beeld te krijgen. Dat blijkt nog niet zo eenvoudig.

"Over wolvenjachten in de Olde Landschap is weinig bekend. Meestal zijn het toevallige vondsten, bijvoorbeeld opgetekende geschillen, die er op wijzen dat er een grote jacht is gehouden. Zo is door de onenigheid tussen de wolfvoogden van het dingspel Zuidenveld en de ingezetenen van Zweeloo bekend dat er in 1489 een jacht plaats vond. Ook in 1526 is dat het geval, waarbij iemand uit Eext probeert een boete te ontlopen door te beweren dat hij niet wist dat er een klopjacht zou worden gehouden. Ieder die gezond was van lijf en leden had namelijk de verplichting mee te gaan op dergelijke jachten."

Halve ton bier boete
De Drenten pakken het wolvenprobleem dus vooral met gezamenlijke drijfjachten aan. "Ja, daar lijkt het zeker op. Blijkbaar was de overlast door wolven zo groot dat het Landschapsbestuur in 1596 vaststelde dat op alle zondagen tot Martini (11 november, red.) op de wolf gejaagd moest worden. Zij die niet op kwamen dagen verspeelden een halve ton bier aan de jagers en vijfentwintig goudgulden aan het dingspel", zegt Luning.

Maar ook dat was kennelijk niet effectief genoeg. Daarom werden er in het vervolg voor het doden van wolven premies uitgeloofd. Zo kregen de inwoners van Hijken in 1606 een bedrag van dertig gulden voor het vangen van negen jonge wolven en in Ees ontving men twintig gulden voor zes jongen.

Luning: "Albert Nijsinge in Leggeloo ving twee halfvolwassen wolven en hij liet ze beide, de één dood en de andere levend, in de vergaderzaal aan de Drost en Gedeputeerden in Assen zien!"

Tien dagen jagen 
Luning vertelt dat in het jaar 1618 een wolvenjacht wordt georganiseerd die acht tot tien dagen duurt en waaraan de hele provincie deelneemt.

"Grote wolvenjachten werden in Drenthe soms wel vier keer of vaker per jaar gehouden waarbij een heel leger op de been werd gebracht. De schulten werden naar Assen geroepen om overleg te plegen en een inschatting te maken hoe de jacht moest verlopen en naar welk punt de wolf gedreven moest worden. Meestal was dit bij het baken op het Ellertsveld bij Quekenbos in de zogeheten moordkuile." 

Paar duizend man
Bekend is dat in 1737 uit Zuidlaren 202, uit Anloo 266 en uit Gieten 104 personen present waren bij de jacht. Die dag trokken ook de inwoners van Norg, Roden, Peize, Eelde, Vries, Gasselte, Borger, Rolde, Westerbork, Beilen, Dwingeloo en Diever mee ter jacht.

Er moet dus een paar duizend man op de been zijn geweest. Een klein deel was uitgerust met een geweer. De rest gebruikte lange puntige spiesen en netten.
Henk Luning

Het was de bedoeling dat de kring van jagers langzaam steeds kleiner werd om uiteindelijk bij het opgestelde baken de wolf in het nauw te drijven en te doden. 

Dubbele boetes tijdens wolvenjacht
"Jachtongevallen kwamen ook toen voor", zegt Luning. "Op 21 september 1740 heeft een groep boeren op het Ellertsveld een wolf in het nauw gedreven. Drie broers Leving uit Zuidlaren geven met hun pieken het beest de genadesteek. Hendrik Lamberts uit Bonnen staat er twee passen vandaan. Op dat moment valt er een schot en stort de man dood ter aarde. Velen stonden erbij en keken er naar."

Had hij zichzelf doodgeschoten of had iemand anders het gedaan? Door de rookontwikkeling heeft niemand iets gezien. De Etstoel, Drenthes hoogste rechtscollege, is kennelijk van oordeel dat het slachtoffer zichzelf had doodgeschoten en maakt er verder geen zaak van.

"Je komt er niet achter wat er gebeurd is, maar zeker na afloop van een wolvenjacht wilde men zich nogal eens te goed doen aan bier en jenever, waarbij en passant oude vetes werden uitgevochten. Niet voor niks golden voor allerlei overtredingen, vooral vechtpartijtjes, tijdens de wolvenjacht dubbele boetes", zegt Luning. 

Cirkel rond
In Drenthe wordt de laatste wolf in het jaar 1772 ten noordoosten van Dwingeloo opgejaagd. Het dier weet aan zijn belagers te ontkomen maar vertoont zich daarna niet meer in onze provincie. De wolf heeft zich intussen weer gevestigd in Nederland. Op de Veluwe heeft in ieder geval één dier inmiddels een vast territorium. "En daarmee is deze geschiedkundige cirkel voorlopig rond", zegt Luning glimlachend.

Meer over de Drenten en de wolvenjacht aanstaande zondag in het radioprogramma Drenthe Toen, tussen 14.00 en 16.00 uur.
Meer over dit onderwerp:
Drenthe Toen geschiedenis wolven Henk Luning
Deel dit artikel: