Werkstraf geëist tegen Iraakse artiest voor jarenlange uitkeringsfraude

Voor het plegen van uitkeringsfraude heeft justitie donderdagavond 180 uur werkstraf geëist tegen een Iraakse man uit Sleen. Daarbij eiste de aanklaagster een half jaar voorwaardelijke celstraf.

De gemeente Coevorden deed in 2017 aangifte van de fraude: de man zou de gemeente sinds 2010 voor 118.000 euro hebben benadeeld. Volgens het OM verdiende hij geld als zanger en verrichtte hij werk voor zijn stichting om oorlogskinderen in Irak te steunen. Beide had hij moeten melden bij de gemeente.


Woede
De rechtszaak in Assen begon om vier uur ’s middags en was pas om half acht afgelopen. De communicatie met de man, die werd bijgestaan door een tolk, was voor de rechters niet makkelijk. Hij praatte veel, maar gaf nauwelijks antwoord op vragen. Een paar keer werd hij boos en emotioneel. Nadat hij zijn bekertje water over de tafel had gegooid, laste de rechtbank een pauze in om af te koelen.

De officier van justitie wilde eigenlijk een onvoorwaardelijke celstraf eisen, maar ze deed dat niet vanwege de geestelijke toestand van de man.

Anonieme tips
De Irakees kwam in 1998 als vluchteling naar Nederland. In Irak was hij een bekend artiest, vertelde hij. Hij lijdt aan een posttraumatische stress-stoornis (ptss) vanwege de oorlog die hij heeft meegemaakt. In 2007 kreeg hij een verblijfsvergunning en een uitkering. Bij de gemeente meldde hij dat hij niet kon werken vanwege zijn psychische klachten.

Tien jaar later kreeg de politie anonieme tips over de zanger: hij zou stiekem geld verdienen met optredens. Uit het politieonderzoek bleek dat de man meerdere keren grote bedragen op zijn rekening gestort had gekregen en dat hij behalve in Nederland optrad in Duitsland, Amerika, Canada en ook in zijn geboorteland. Daarnaast kreeg hij geld van sponsoren voor het opnemen van clips en een cd en kreeg hij vliegtickets voor zijn reizen. 

Jackpot winnen
De advocaat van de artiest zei dat de man geen cent aan de optredens overhield; alles ging naar zijn stichting voor de kinderen in Irak. “Mijn cliënt had alleen maar goede bedoelingen. De zaak is enorm opgeblazen”, aldus de advocaat. Op kritische vragen van de rechters over dat hij na het storten van grote bedragen vaak meerdere keren per dag geld opnam, antwoordde de man dat hij daarmee gokte. “Mijn doel was de jackpot winnen, dat geld zou dan naar de kinderen gaan”, reageerde hij. 

Dat hij inkomsten naast zijn bijstandsuitkering had moeten opgeven, heeft hij nooit geweten, vertelde hij. Zijn advocaat weet dat aan ‘onoverbrugbare cultuurverschillen’ tussen Nederland en Irak. Ze vindt dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk verklaard moet worden, onder meer omdat de man bij zijn eerste politieverhoor geen bijstand heeft gehad van een advocaat.
Deel dit artikel: