De Daler dierentuin van een bevlogen boeddhist

Midden in de uitgestrekte velden van Dalen woont Trizin Hof, een van de markante figuren die Drenthe rijk is. Hij beheert hier Akka’s Ganzenparadijs, waar honderden dieren worden behoed van een vroegtijdige dood. “Onbegrijpelijk, dat dieren nu nog voor de voedselketen moeten dienen.”
Gehuld in een rood gewaad opent Hof (35) het hek van een optrek dat je niet zonder omkijken passeert. Naast de dierenambulances op de oprit, prijkt in de voortuin een reusachtige goudkleurige boeddha, geflankeerd door kleurrijke Tibetaanse vlagjes.

Kleinschalige dierentuin
“Kijk, dit is Fauolan”, zegt Hof, als hij stopt bij een roedel honden. Hij wijst naar een sarplaninac, die net als de andere viervoeters tot boven zijn middel reikt. “Die komt uit Rusland, is geadopteerd in België en had daar geen toekomst meer. Hij heeft zes mensen gebeten en zou worden afgemaakt. Daarom vang ik hem hier op.” En zo zijn er meer in deze kleinschalige 'dierentuin'. Ganzen, eenden, katten, honden, cavia’s, kippen, zwanen;  zonder Hofs hulp waren ze er niet meer geweest.

In 2006 begon hij in Erica met het opvangen van dieren. Toen waren het nog alleen ganzen. Hij kon ze kwijt in een schuur van een boer, maar dat bleek verre van ideaal. Om die reden verkaste hij naar een andere plek in het dorp en in 2008 vond hij een nieuw onderkomen in Dalen. Daar kocht hij een boerderij met een stuk land van 4 hectare, waar nu zo’n 250 ganzen vrolijk rond waggelen. Het initiatief drijft op giften van instanties en particulieren en de inzet van circa 30 vrijwilligers uit alle windstreken.
Kapitalisme, egoïsme en materialisme zijn de doodsteek voor de mens.

Verbaasde bezoekers
De dieren in Dalen vragen veel tijd van hem. Toch ziet de Coevordenaar kans om ook op andere locaties bezig te zijn. Want veel zitvlees, dat heeft hij niet. Zo runt hij ook Hofganzen Ganzenbescherming Nederland. Met dit bedrijf adviseert Hof gemeenten hoe met dieren om te gaan. Daarnaast is hij coördinator bij DAR dierenambulance en helpt hij bij de andere opvang van Akka's Ganzenparadijs in Spankeren. De stadsboerderij in Emmen is onderdeel van het Ganzenparadijs.

“Daar heb je bijvoorbeeld slachtkonijnen uit de bio-industrie. De bezoekers vertel ik over de achtergrond van de dieren. Vaak verbazen zij zich erover hoe er eigenlijk met deze wezens wordt omgegaan. En dat snap ik. Vooral als je kijkt naar de mogelijkheden die we nu hebben. We kunnen vliegen naar de maan, maar dieren moeten toch nog dienen voor de voedselketen. Dat is toch onbegrijpelijk”, zegt Hof met gefronste wenkbrauwen. “Dat gedrag komt voort uit onwetendheid. Met egoïsme, kapitalisme en materialisme als resultaat. Samen de doodsteek voor de mens.”

Gans Akka
Omdat Hof op veel plekken is om dieren te helpen, kent hij geen doorsnee werkdag. Hij leidt een onregelmatig bestaan. Zo moest hij zich vlak voor het interview naar Hoogeveen haasten. “Er was een gans door een auto geraakt. Daar moet alles voor wijken. Ik móét daar dan heen.” En zo gaat het vaak, zegt hij. “Gisteren moesten er 280 duiven uit een huis in Den Haag worden gered, en even daarvoor zat ik in de auto omdat er een varken was gedumpt.”

Deze onvoorwaardelijke liefde is niet iets van de laatste jaren. Als klein jongetje trok hij zich het lot van dieren al aan. “Ik was zeven jaar toen ik bij het bejaardentehuis langsging, waar de oma van mijn vader woonde. Daar raakte een gans verstrikt in het visdraad. De dierenambulance werd ingeschakeld en de gans werd meegenomen. Ik mocht erbij zijn toen zij werd teruggebracht. Dat maakte enorm veel indruk op me en ik ben daarna nog vaak naar de gans teruggegaan. Hem heb ik Akka genoemd. Inderdaad, vandaar de naam van de opvang.”

Dieren geen nummers
“Tijd om ze te voeren”, zegt Hof dan, waarna hij richting het ganzengedeelte stiefelt. Voor hij op de plek van bestemming is, moet hij zich een weg banen langs talloze kippen, eenden en honden. Zodra ze het wapperende gewaad opmerken, veren ze op en snellen naar hun verzorger toe. Allemaal willen ze wat aandacht. En die krijgen ze. De één een aai, de ander een lief woordje.
Dat ik zo leef heeft te maken met mijn vorige levens.

Tien minuten later vult hij dan toch de voederbak. “Het is prachtig om te zien dat dieren die zo hebben geleden, nu zo genieten”, roept hij boven het schelle gegak van de ganzen uit, die massaal naar het voer zijn toegestormd. “Ze komen uit heel Nederland, en zorgden bijvoorbeeld voor overlast in de wijken.” Hof zegt ze allemaal bij naam te kennen. “Die daar met dat vlekje is Helmut en daarachter loopt Jonathan. De dieren hier zijn geen nummers.”

Afbeelding


Boeddhisme als katalysator
Terwijl de ganzen gulzig het voer naar binnen werken, zet Hof een pot thee in de keuken, waar een wierooklucht en vele boeddhabeeldjes je verwelkomen. Hof is aanhanger van de Tibetaanse stroming van het boeddhisme.

Toch is de opvang geen resultaat van deze keuze. “Mensen plaatsen je graag in hokjes. Daarom koppelen ze het redden van dieren aan mijn levensovertuiging. Je zou het boeddhisme misschien als katalysator kunnen zien, maar de liefde moet toch echt vanuit jezelf komen.” Hof helpt de dieren daarom ook niet vanwege het karma. “Dan zou ik het niet vanuit altruïstisch oogpunt doen. Het moet volledig egoloos zijn. Dat kun je jezelf aanleren. Want denk aan de drie L’s: je leven lang leren.”

Hof heeft het boeddhisme niet van huis uit meegekregen. “Dat ik zo leef heeft te maken met mijn vorige levens. In de loop der jaren is de overtuiging toegenomen. Je zou kunnen zeggen dat het boeddhisme met me is meegegroeid.”

‘Ik sla geen vlieg dood’
Als Tibetaans boeddhist gelooft Hof in reïncarnatie: de wedergeboorte van je ziel in een ander lichaam van mens of dier na je overlijden. “Ik sla dan ook geen vlieg dood. Het zou m’n moeder uit mijn vorige leven kunnen zijn.”

Hof gelooft dat je ervaringen en kennis uit vorige levens meeneemt. “Hoe denk je anders dat het komt dat een kind van drie Tjaikovski kan spelen?”, stelt hij. “Het karma van het vorig leven heeft gevolgen voor dit leven. Het leven dat je nu leidt heeft weer consequenties voor dit leven en het volgende.”
Soms denk ik ook, 'Trizin, wat zie je er weer uit'.

Ondanks dat hij aangaf weinig regelmaat in zijn dagen te hebben, is er toch een stuk routine in zijn dag. Elke ochtend van 04.00 tot 08.00 uur zit hij in de lotushouding op een comfortabele bank. Daar mediteert hij, terwijl de Dalai Lama en andere boeddhistische leiders vanuit de fotolijstjes meekijken. Zo vindt Hof rust.

Opvallend voorkomen
Met zijn gewaad gaat hij bijna op in de meditatieruimte, die is gesierd met vele kleden. Sinds hij in 2009 is erkend als boeddhistisch lama, draagt hij de opvallende kledij. Ook in de supermarkt. “Ja, mensen kijken mij wel eens aan natuurlijk. En als ik het idee heb dat ze iets willen vragen dan ga ik graag het gesprek met ze aan. Die interactie vind ik alleen maar leuk. Zelf denk ik trouwens ook wel eens ‘Trizin wat zie je er weer uit’.” Zijn mondhoeken krullen.

Het uiterlijk hoort volgens hem maar een kleine rol te spelen. “Het doet er niet toe hoe je eruitziet, het gaat om je daden. Je moet tegen jezelf kunnen zeggen dat je uit zuivere motieven handelt en dat je iets doet waar je voor staat. Dat is de kern.”

Voor Hof is dat ‘iets’ het redden van dieren. Hij is tevreden met zijn opvang en blijft zich daar met hart en ziel voor inzetten. “Voor mij is dit heel belangrijk. Vooral omdat mens en dier in zekere zin hetzelfde zijn. We komen van een moeder en streven allemaal naar geluk.”

Dan gaat zijn telefoon, en na een kort gesprek: “Ik moet er nu echt vandoor. Een duif bij de boerderij in Emmen ophalen”, zegt Hof. “Nekje verdraaid.”
Deel dit artikel: