Leliebollenteler niet blij met ophef over bestrijdingsmiddelen

Voorbarig. Dat noemt leliebollenteler Albert Joling uit Dwingeloo de discussie over blootstelling van omwonenden van bloembollenvelden aan bestrijdingsmiddelen.
Zembla meldde gisteren dat voor het eerst in Nederland is aangetoond dat omwonenden van bloembollenvelden aan hogere concentraties bestrijdingsmiddelen worden blootgesteld dan mensen die verder weg wonen.

Omwoners zouden ook langer worden blootgesteld dan tot nu toe bekend was. Zelfs in de luiers van baby’s die binnen 250 meter afstand van bollenvelden wonen zouden pesticiden zijn aangetroffen. Zembla zegt zich te baseren op een onderzoek in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken dat nog moet verschijnen.


Joling benadrukt dat niet bekend is of de blootstelling aan de bestrijdingsmiddelen ook schadelijk is. "Daarvoor is meer onderzoek nodig", zegt Joling. De leliebollenteler wijst erop dat uit eerder onderzoek van het RIVM blijkt dat mensen die rond landbouwpercelen wonen juist iets gezonder zijn dan mensen die er verder vandaan wonen.

'80 procent niet in lelieteelt'
Verder zegt Joling dat de meeste van de 57 giftige stoffen die zijn gevonden in een onderzoek van omwonenden in Westerveld niet in de lelieteelt worden gebruikt. "Momenteel worden misschien nog 14 of 15 van die stoffen gebruikt. Dus 80 procent komt ergens anders vandaan. Dan hebben we het bijvoorbeeld over ruitenwisservloeistof. Dat heeft niets met lelieteelt te maken", aldus Joling.

LTO Nederland, de Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur (KAVB) en de Nederlandse Fruittelers Organisatie (NFO) melden in een gezamenlijk persbericht het zeer kwalijk te vinden dat Zembla de definitieve resultaten van het onderzoek niet afwacht.
Deel dit artikel: