Wie heeft er nog een echte bedstee?

"Hahaha! Natúúrlijk lagen de boer en de boerin samen in de bedstee, anders was het boerengeslacht snel uitgestorven!", lacht kunsthistoricus Ineke den Hollander. Ze deed veel onderzoek naar en in Drentse boerderijen. Eigenlijk kun je haar een interieur-historicus noemen.
Jarenlang bestudeerde ze vele Nederlandse rijksmonumenten. Daar zaten flink wat Drentse boerderijen bij. Momenteel bestudeert Den Hollander vooral de Drentse bedstee. Veel is voorgoed verdwenen, maar lang niet alles. Zo komen er nog steeds originele bedsteden, rijk versierde tegeltableau's en kunstig gedecoreerde bedsteewanden op haar pad.

'Los hoes'
Kort door de bocht ontwikkelt de boerderij zich, ook in Drenthe, van een ruimte waarin mens en dier samenleven, tot een (bedrijfs-)pand waarin wonen en werken gescheiden zijn. 

"Dat was tot en met het grootste deel van de 17e eeuw zo. Het woongedeelte was net als het werkgedeelte opgebouwd uit gebinten en daardoor dus in drie delen verdeeld: twee zijbeuken die laag afliepen en het middengedeelte. Het woongedeelte was zo ingericht dat in de zijbeuken bedsteden en bergruimte zaten. Het middengedeelte had een centrale vuurplaats, er was geen schouw en er was geen schoorsteen. De rook ging zo door de ruimte naar boven en door het dak naar buiten. Meubilair was functioneel en sober. Tafels, stoelen, kisten en kasten, dan had je het wel gehad", aldus Den Hollander.

Een gang met kamers
Vanaf midden 17e eeuw komen er ruimtes bij. "Vanaf 1730 zijn bakstenen hier beter beschikbaar en goedkoper. De boeren in de akkerbouw deden het goed: er was een behoorlijke toename van de graanoogst en die werd omgezet in het veranderen van de vakwerkwanden naar verstening." 

Met bakstenen muren kon men ook de plattegrond van de boerderij aanpassen. "Dat ziet je vooral in Zuidwest-Drenthe waar in het midden van de woning een gang komt met aan beide zijden een kamer. Gericht op status en uitstraling. En een enorme verbetering qua kou en tocht! Ook heel belangrijk: met bakstenen kon er een schouw gebouwd worden mét een schoorsteen, zo werd het vuur beter verspreid en hadden mensen minder last van de rook."

Halfzittend in de bedstee
Terug naar de bedstee. Hoe sliep dat eigenlijk? Den Hollander: "De mensen waren heel praktisch. De ruimte in die zijbeuken was niet benutbaar voor andere zaken, dus daar bouwden ze gewoon een bed. Ik weet niet hoe groot ze precies waren in de 17e eeuw. De meeste bedsteden die er nog zijn - en die ik heb kunnen bezoeken - zijn uit de 18e en de 19e eeuw. Tussen de 1.70 meter en de 1.96 meter lang, dus dat is best krap".

Mensen waren sowieso wat kleiner in die tijd, maar ze hadden ook het idee dat je beter half zittend kon slapen. "Dat zie je ook aan de inrichting van zo'n bedstee: eerst een strozak, dan drie matrassen achter elkaar en daarop lag dan weer een tijken zak met veren. Dáárop een peluw, 'peul' genoemd in Drenthe, een dubbel hoofdkussen aan het hoofdeinde en dáárbovenop komen dan weer de normale kussens."

Korte en lange inventarislijsten
Hoe zo'n bedstee er vanbinnen uitzag weten we dankzij boedelinventarissen. Den Hollander: "Als één van de ouders overleed en er waren minderjarige kinderen in het spel, moest er een boedelinventaris worden opgesteld. Dat deed men om te weten wat die kinderen aan erfenis hadden, want de overblijvende partner hertrouwde meestal. De erfenis werd opgesteld door de mombers en mede-mombaren, een soort van voogden." 

Die inventarissen bieden een rijke schat aan informatie over wat mensen aan spullen hadden. "Het viel me op dat in de boerderijen alles in één keer wordt genoemd, dus alle landbouwwerktuigen, ploegen, eggen, karren, kuipen enzovoort, met daartussendoor de tafels en de bedden. Er wordt geen onderscheid gemaakt in ruimte, dus je zou denken dat er maar één of twee ruimtes geweest zijn. Ik heb tot nu toe vooral van de 18e eeuw de boedelinventarissen uitgespit."

Een huis met negen kamers in Gasselte
Maar het kan ook anders, zegt Den Hollander. "Je hebt enorme boedelinventarissen. Bijvoorbeeld die van de familie Buiting in Gasselte. Ze hadden een huis met negen kamers, buiten de keukens om. Van een zaal en een schotelkamer tot het gele kamertje (de opkamer), de knechtenkamer en een bruin kamertje".

In bijna alle kamers staat een bed of wordt een bedstede genoemd. "Ze hadden heel veel spullen. Zo geeft de schotelkamer al aan dat ze serviesgoed hadden en ze hadden ook een enorme hoeveelheid porselein. En iets van twaalf verschillende lakens met bijbehorende servetten."

Het ondergeschoven kindje
Den Hollander is nog volop bezig met haar bedstedenonderzoek en bezoekt graag authentieke bedsteden. Ze heeft ze nog lang niet allemaal gezien. "Ik ben aan het inventariseren: wáár staan ze in de woning? In de 17e eeuw was het in de zijkeuken, maar na de verstening gaan ze meer naar het midden. Je ziet ook wel tussenwanden waar de bedsteden tegenaan gebouwd werden, en je had de bedstee voor de knecht. Kinderen lagen soms in de bedstee van de ouders, met een plank aan de achtermuur waar een wiegje op kon. Of je was het 'ondergeschoven kindje', dat onder de bedstee lag in een soort la waar ook wel aardappels in werden bewaard."

Anno 2019 slaapt bijna geen mens meer in een antieke bedstee. "Vandaag de dag zijn de meeste oude bedsteden in de boerderijen veranderd in (televisie-)kasten, kantoortjes, of computerkamertjes", besluit Den Hollander.

Het hele gesprek met Ineke den Hollander is te horen op radio Drenthe, in Drenthe Toen, zondagavond 10 maart van 19.00-21.00 uur. Na te luisteren via uitzending gemist of de podcast. Heeft u een tip voor Ineke? Mail naar drenthetoen@rtvdrenthe.nl.
Deel dit artikel: