Tekort op jeugdhulp 22 miljoen euro, gemeenten nemen maatregelen

Meer passende zorg, minder labels op kinderen en het verminderen van de administratielast.
Dat zijn een aantal maatregelen die de twaalf Drentse gemeenten willen nemen om de tekorten in de jeugdzorg terug te dringen. Sinds de Jeugdwet die in 2015 ingegaan is, zijn de gemeenten verantwoordelijk. Ook komt de rekening op hun bordje terecht.

Forse toename
De tekorten zijn de afgelopen jaren fors toegenomen. In 2016 was het tekort 3 miljoen euro, in 2017 was dat al 17 miljoen euro. Over 2018 is dat opgelopen naar 22 miljoen euro. De grootste tekorten, relatief gezien, komen voor in Hoogeveen, Assen, Emmen en Tynaarlo. Ruim 14.500 Drentse kinderen maken gebruik van jeugdhulp. Dat aantal is ongeveer gelijk gebleven.

De twaalf Drentse wethouders en de vijf grootste zorgaanbieders (Accare, Ambiq, Cosis, GGZ Drenthe en Yorneo) ondertekenden eind januari een akkoord om uit te zoeken waar de tekorten vandaan kwamen en hoe die kosten verminderd kunnen worden.



"De tekorten waren de aanleiding om dit plan te maken", zegt wethouder Robert Kleine, die namens de twaalf Drentse gemeenten en de vijf grootste zorgaanbieders spreekt. "Maar we zijn ook van mening dat het op de inhoud beter moet."

De gemeenten hebben een analyse laten maken waardoor de kosten de spuigaten uitlopen. "Veel was gebaseerd op aannames, maar sommige dingen blijken wel te kloppen", aldus Kleine. "Zoals het inzetten van zwaardere zorg."

Prijsopdrijvend
Zo blijkt dat de manier waarop Emmen de jeugdzorg inkoopt, prijsopdrijvend werkt. Emmen heeft alles ingedeeld in blokken, van licht tot zwaar.

"Vaak wordt er in het belang van het kind voor de zekerheid voor zwaardere zorg gekozen. Terwijl dat niet per se zo hoeft te zijn", aldus Kleine.

De gemeenten willen nu gezamenlijk aan de slag om efficiënter en dus goedkoper te gaan werken. "De overgang van het Rijk naar de gemeenten ging samen met een korting op de kosten", zegt Kleine. "Die was vijftien procent. Als je de tekorten nu ziet, dan komt het ongeveer weer neer op vijftien procent."

Minder doorschuiven
De gemeenten willen voortaan minder dossiers doorschuiven, minder administratieve rompslomp en minder kinderen met een label. Daarnaast staat ook het goed bijhouden en monitoren van informatie op de agenda, net als het uitwisselen van kennis. "Dat kan allemaal nog beter", stelt de Emmer wethouder.

De kleine en middelgrote zorgaanbieders zijn bijgepraat over de eerste bevindingen sinds het akkoord van eind januari. Zij mogen zich daar nu over buigen. In mei moet meer duidelijk worden over de manier waarop de gemeenten de maatregelen gaan doorvoeren.

Anders inkopen
"Het is wel spannend, want het gaat ook over contracten. We gaan vanaf 2020 anders inkopen", vertelt Kleine. "Maar ik merk dat alle partijen in het belang van het kind en goede zorg denken en handelen, dus ik ben er erg positief over."
Deel dit artikel: