Pluimveehoudster Mariska Oving: De tranen stonden me in de ogen

Tot tranen toe geroerd was pluimveehoudster Mariska Oving uit Odoornerveen vandaag bij de rechtszaak van landbouworganisatie LTO en 124 pluimveehouders tegen de NVWA. "Alles kwam weer boven, vooral toen twee collega's hun verhaal deden. Dan beleef je alles opnieuw, want wij hebben het precies zo beleefd."
In 2017 moesten Mariska Oving en haar man Bert al hun legkippen ruimen, tienduizenden eieren vernietigen en de stallen ontsmetten. Het verboden middel fipronil zat erin, achtergebleven na een schoonmaakactie tegen bloedluis onder de kippen.

Eerder moeten waarschuwen
Oving is één van de 124 pluimveehouders, die vandaag een rechtszaak voerden tegen de Staat en de Nederlandse Voedsel en Waren- Autoriteit (NVWA) in de fipronilzaak. Die had veel eerder in actie moeten komen, vinden de kippenboeren. De NVWA had na de eerste signalen de sector nadrukkelijk moeten waarschuwen over de schadelijke stof fipronil, dat in een 'wondermiddel' tegen bloedluis van het bedrijf ChickFriend bleek te zitten.


Mariska Oving werd er weer boos en verdrietig van, toen er vandaag tijdens de rechtszaak met de beschuldigende vinger richting de pluimveehouders werd gewezen. "Het was een pittige zaak, alles werd weer opgerakeld. Van onze kant was het een goed verhaal, onze advocaten hielden een goed pleidooi. Maar dan komt de tegenpartij aan bod en dan hoor je argumenten die heel erg pijn doen. We kregen het verwijt dat we zelf nalatig zijn geweest."

'Onterecht beschuldigd'
De Drentse vindt dat die bal juist bij de NVWA hoort te liggen. "Er waren daar al veel eerder tips binnengekomen over dat ChickFriend iets gebruikte wat niet deugde. En dan beschuldigen ze ons dat wij nalatig zijn geweest. Dat wij niet goed gecontroleerd hebben op voedselveiligheid", zegt Oving. "Wij wisten van niks, handelden uit liefde voor de kippen, die gigantisch veel last hadden van bloedluis. En als er dan eindelijk iets is wat echt helpt en meerdere collega's gebruiken dat, dan ga je dat ook gebruiken. Met alle gevolgen van dien, zo bleek achteraf pas."

Tonnen schade
Bij Bert en Mariska Oving ging in de zomer van 2017 ook de boel helemaal op slot, omdat er na metingen ook fipronil in hun eieren bleek te zitten. De kippen werden vergast en alle opgeslagen eieren werden vernietigd. De boel kon pas weer draaien als beide stallen brandschoon waren en dat was niet één-twee-drie klaar, omdat fipronil hardnekkig spul bleek dat nauwelijks weg te krijgen was. Tonnen schade hebben ze geleden. Want ze konden bijna een half jaar niet leveren, terwijl ze een forse kostenpost hadden aan ruim- en schoonmaakacties.


Oving vond het zeer emotioneel om alles weer opnieuw aan te horen. "Je wordt zelfs als fraudeur neergezet, wat dus zwaar onterecht is. En als je dan het relaas hoort van de collega-pluimveehouders die hun verhaal mochten doen, dan lopen mijn ogen wel vol. Dat raakte me enorm", vertelt Oving. "En dan is het des te pijnlijker dat er dan ook nog een beschuldigende vinger naar je wordt uitgestoken, alsof je een fraudeur bent. "

'Voor de bus gegooid'
Volgens Oving is door falend optreden van de NVWA en de Nederlandse Staat de fipronilcrisis op een groot drama uitgelopen. "Als er serieuzer met de tips was omgegaan, dan was ons als sector een hoop leed bespaard gebleven. Maar we zijn als sector voor de bus gegooid. Het ging vooral mis toen ze van de NVWA zeiden dat het voorlopig beter was dat de mensen geen eieren aten."

Het meest pijnlijke dat vandaag in de rechtbank in Den Haag werd gezegd, vindt de Drentse pluimveehoudster de opmerking 'dat er geen acuut gevaar is geweest voor de volksgezondheid'. "Waarom hebben we dan miljoenen kippen en tientallen miljoenen eieren moeten vernietigen? Ons bedrijf draait nu weer goed. We hebben de focus op de toekomst en zijn weer bezig met onze normale werkzaamheden. Dat is heel fijn, maar er zijn ook pluimveehouders die moesten stoppen. En dat is erg."

Pas op 10 juli velt de rechter een oordeel in deze zaak. "Dat betekent wel erg lang wachten. Maar laten we het beste ervan hopen. Hoop moet je houden tot het laatst", besluit Oving.