Het zal ook echt stinken in Museum De Proefkolonie in Frederiksoord

Na een paar jaar voorbereiding opent 1 mei de deur van het nieuwe Museum De Proefkolonie in Frederiksoord. Dat gebeurt 'in alle stilte', want volgens directeur Peter Sluiter volgt er pas in september een echte grootse opening.
"Zo kunnen we deze zomer even kijken of alles werkt zoals het zou moeten werken. En of alle onderdelen geslaagd zijn, of dat er iets bijgesteld zou moeten worden", aldus Sluiter vanmiddag in het Radio Drenthe-programma Cassata.

Openingsfeest in september
Bovendien wilde de provincie Drenthe graag ergens in september een mooie aanleiding, om alle stakeholders voor de Unesco Werelderfgoedstatus voor de Koloniën van Weldadigheid bij elkaar te roepen. "En dan is een openingsfeest een mooie gelegenheid", vindt Sluiter. Want het jaar daarop moet het gebeuren, het verkrijgen van de felbegeerde status, zo is de bedoeling.

Museum De Proefkolonie is ondergebracht in het Huis van Weldadigheid in Frederiksoord. Dat is het bezoekerscentrum van de Koloniën van Weldadigheid, waar verder een Toeristisch Informatie Punt zit en sinds deze maand ook de historische vereniging van Vledder, 't Fledder Kerspel, met haar complete archief.

Met de stank van de stad
Museum De Proefkolonie moet de mensen 200 jaar mee terugnemen in de tijd, toen Johannes van den Bosch de eerste kolonisten naar Frederiksoord haalde, de eerste vrije landbouwkolonie. Toen stonden er 52 boerderijtjes klaar om arme stedelingen te ontvangen.

Museumbezoekers krijgen een beeld van hoe het was, doordat ze meegenomen worden in het verhaal van de eerste vijf armoedige koloniegezinnen, die vanuit de stinkende en hongerige steden vanuit het westen naar Drenthe moesten.

"Je beleeft als het ware hoe het daar was, in de stad, in die achterbuurten, met alle ellende en stank erbij", vertelt Sluiter. "Dus alle zintuigen worden zoveel mogelijk aangesproken, zodra je voet over de drempel zet: je ogen, je gehoor en ook je reukorgaan. Nee, een mandje met wasknijpers bij de deur, zo erg is het nu ook weer niet."

Mouwen opstropen
Volgens Sluiter, die ook directeur is van het Gevangenismuseum Veenhuizen, is het een beleefcentrum, waar de gasten aan den lijve ondervinden hoe het is om kolonist te zijn. "Je moet ook de mouwen flink opstropen, en aan de slag met boter karnen en het weefgetouw. En als je niet goed weeft, krijg je dat ook zeker te horen."

De reis die de bezoeker door het Museum De Proefkolonie maakt, bestaat uit drie onderdelen, legt Sluiter uit. "Je begint dus in de armoede en de stank van de stad, komt dan als kolonist binnen in de landbouwkolonie en ervaart dan aan den lijve wat er allemaal van je verwacht wordt. En aan het einde van de rit ontdek je wat er terecht komt van alle ambities van Generaal Van den Bosch en zijn sociale experiment", aldus Sluiter. Bovendien kun je er ook chatten met Van den Bosch: "We hebben wifi tot in de hemel", zegt Sluiter.

Unesco-status als keurmerk
De verwachting is dat dit eerste aanloopjaar 40.000 bezoekers oplevert, maar de jaren erna zeker 80.000 mensen. En als volgend jaar de Werelderfgoedstatus van Unesco er uiteindelijk dan toch komt, gaat dat zeker als een magneet werken, verwacht Sluiter.
"Dan zul je zien dat alles rond de Proefkolonie in Frederiksoord, maar ook van de strafkolonie Veenhuizen, meer belangstelling zal trekken. Als toeristen hier dan zitten, in een hotel of recreatieverblijf, en er liggen foldertjes met daarop die Unesco-status, dan is dat toch het keurmerk dat het echt iets bijzonders is."

De grote zes
Museum De Proefkolonie in Frederiksoord, hoort volgens Peter Sluiter voortaan in hetzelfde rijtje belangrijkste musea in Drenthe thuis. Dat zijn tot nu toe het Drents Museum, Gevangenismuseum Veenhuizen, Herinneringscentrum Kamp Westerbork, het Hunebedcentrum in Borger, en Museum De Buitenplaats in Eelde. "Je hebt de grote vijf nu, met Drents Museum in Assen als hele bijzondere buitencategorie, en dan volgt de rest die jaarlijks 100.000 euro van de provincie krijgt als subsidie. Daar hoort Frederiksoord nu ook bij."