Shell Papers: Drenthe koos voor NAM bij energietransitie, NAM koos voor zichzelf

provinciehuis laadpunt met shell paper logo
Van het energietransitieplan is weinig terecht gekomen © RTV Drenthe
Als in 2018 bekend wordt dat de gaswinning in Groningen wordt beëindigd, dreigen er in Drenthe duizenden banen te verdwijnen. De provincie wil de werkgelegenheid behouden door in te zetten op de energietransitie en stelt daarvoor het plan Drenthe 4.0 op. Als partner in dit project kiest de provincie voor de NAM. Deze 'logische stap' eindigt uiteindelijk in een teleurstelling. Het bedrijf is vooral geïnteresseerd in eigen belangen, blijkt uit een reconstructie van Follow the Money en RTV Drenthe op basis van de Shell Papers van de provincie Drenthe.
Door Birte Schohaus, Jilles Mast, Petra Wijnsema
"Mijn hoop was dat grote bedrijven zouden zeggen: 'We gaan investeren en de profits komen later wel.' Maar die hoop is niet uitgekomen," verzucht gedeputeerde Tjisse Stelpstra nu terugkijkend in een interview. De teleurstelling bij het provinciebestuur is groot, want van het plan om samen met de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) de energietransitie en daarmee de economie in de provincie aan te zwengelen, is weinig terecht gekomen.
Hoewel er jarenlang voor is gestreden en om is gesteggeld, komt het in april 2018 toch nog als een verrassing: minister Eric Wiebes van Economische Zaken kondigt aan de gaskraan in Groningen helemaal dicht te draaien. Inwoners hopen dat er eindelijk een einde komt aan de aardbevingen en daarmee gepaard gaande schades.
Tegelijkertijd valt er een hele industrietak weg. In het noorden zijn naar schatting 20.000 banen gemoeid met de gaswinning, ook Drentse banen. De NAM heeft in Assen immers het hoofdkantoor en exploiteert hier ook een aantal kleine gasvelden. Met het einde van de gaswinning komen in Drenthe zo'n 7000 banen op de tocht te staan.
Aan de andere kant levert de energietransitie ook banen op, mogelijk ook in Drenthe. De provincie lijkt zich dit in 2018 te realiseren en bedenkt een plan: wat als we de werkgelegenheid kunnen behouden door nieuwe banen te creëren in de groene energie?
Voor de uitwerking van Drenthes groene en gasloze kansen is een samenwerkingspartner nodig en die heeft de provincie snel gevonden in de NAM, de grootste producent van olie en gas in Nederland.
Uit deze reconstructie op basis van stukken die de provincie Drenthe in het kader van de Shell Papers begin dit jaar heeft vrijgegeven, blijkt dat de provincie zich op het baanbehoud heeft verkeken. Voor de NAM lagen de belangen namelijk anders.

Drenthe kiest voor de NAM

Wat nu ironisch klinkt, is voor Drenthe voor de hand liggend. Wie kan de werkgelegenheid immers beter behouden dan een van de grootste werkgevers in de regio zelf? Gedeputeerde Stelpstra: "De werkgelegenheid is belangrijk voor de regio. Het is logisch dat je dan het bedrijf aanspreekt. En we zagen kansen in de energietransitie, ook daarvoor lag de NAM voor de hand. Ze hebben hier bijvoorbeeld al heel veel infrastructuur."
Voor de NAM komt het plan van de provincie Drenthe precies op het juiste moment. Het businessmodel van de Nederlandse Aardolie Maatschappij is namelijk gebaseerd op de gaswinning in Groningen. Al na de beving in Huizinge in 2012 weet het bedrijf dat deze winning mogelijk eerder dan voorzien zal moeten worden beëindigd, vanwege een advies van de toezichthouder. Toch is er in 2018 nog geen alternatief verdienmodel ontwikkeld.
Consequenties voor de werkgelegenheid zijn het belangrijkst, niet de energietransitie.
Erik Bos, voormalig teamleider van de afdeling economie van de provincie Drenthe
Door de beslissing van Wiebes komt het voortbestaan van de gas- en oliewinnaar in gevaar. De combinatie van minder gaswinning en hoge kosten van de schadeafhandeling zet de winstgevendheid van de NAM onder grote druk. Dat de dividenduitkering aan de aandeelhouders Shell en ExxonMobil dat jaar met 613 miljoen euro hoger is dan de winst (497 miljoen euro) voedt speculaties dat de NAM geen lang leven meer beschoren is. De aandeelhouders zouden het bedrijf proberen 'leeg te trekken' en aan zijn lot over laten als het bedrijf de schade als gevolg van de aardbevingen niet meer kan betalen, vat NRC de kritiek samen in een artikel vorig jaar.
Gerard Schotman, tot september 2018 directeur van de NAM, zegt in hetzelfde artikel: "Het voortbestaan van de NAM staat niet vast, en dat hoeft ook niet." Toch wil hij proberen de aandeelhouders van Shell en ExxonMobil te overtuigen van het bestaansrecht van de NAM met een combinatie van exploitatie van kleine gasvelden en projecten op het gebied van de energietransitie.
Als de provincie in 2018 bij de NAM aanklopt om samen de energietransitie aan te gaan, ruikt het gasbedrijf een kans. De NAM vraagt dan ook om erkenning als volwaardig transitiepartner. Die erkenning krijgt het bedrijf zonder moeite. Opmerkelijk, want de NAM zegt zelf in een gesprek met de provincie dat het op dat moment maar "10 man in huis (heeft) die werken aan (het) onderwerp New Energy" en die werken "aan innovaties die een logische link hebben met wat we nu doen". Een gering aantal, gezien het feit dat er dan ongeveer 2.000 mensen werken.
De gemeente Emmen vraagt zich daarom in een reactie op de plannen af waarom uitgerekend gekozen is voor de NAM: "Ik vraag me heel stilletjes af of door alle commotie rondom de NAM en gaswinning: is de NAM het juiste uithangbord voor deze actie? Heeft de gedeputeerde de ministeries hierover al gepolst? Zo niet, dan is het een goed idee om dat te doen."
Drenthe 4.0
Volgens Stelpstra was de samenwerking niet meer dan logisch. "Het was niet zo dat we kozen voor de NAM als partner. Dat was toen al een gegeven." De provincie gaat dan ook voortvarend aan de slag. Samen met het bedrijf worden tijdens een driedaagse 'pressure cooker' de ambities op het gebied van de energietransitie in kaart gebracht. De NAM is hier "als stakeholder en belangrijke partner" bij elke stap nauw betrokken.
Deze ambities worden later in 2018 met hulp van adviesbureau Berenschot uitgewerkt tot 'Drenthe 4.0, een ontwikkelperspectief voor de Drentse economie en voor een duurzame energievoorziening'.
Drenthe presenteert zich daarin als energieprovincie. Na turf, olie en gas moet nu ook een vierde energievorm uit de provincie komen: groen. Concreet beslaat het rapport plannen voor hergebruik van de aanwezige gas-infrastructuur, een kennisinstituut voor de ondergrond dat kan werken aan geothermie, waterstof en een impuls voor het (technisch) onderwijs. Het prijskaartje: 152 miljoen euro, mogelijk later meer.
Wat lijkt op een plan voor verduurzaming heeft eigenlijk een ander doel: behoud van banen. Dat blijkt onder andere uit een kanttekening van Erik Bos, teamleider van de afdeling economie van de provincie, op een conceptversie van het plan. "Consequenties werkgelegenheid is [het] belangrijkst, niet de energietransitie," krabbelt hij in de kantlijn. Onder het kopje "Doel pressure cooker", herhaalt hij bij het zinnetje "Doel is het opstellen van een plan met de Drentse ambities voor de energietransitie", in de kantlijn: "Werktransitie is doel!"
NAM
De NAM is voor de provincie partner in de energietransitie © RTV Drenthe / Petra Wijnsema
Op jacht naar 152 miljoen
De NAM heeft andere redenen om mee te werken aan het plan. En een daarvan is: geld. Voor de voorgestelde energietransitie-projecten zijn investeringen nodig die provincie, noch NAM kunnen of willen opbrengen. Voor de benodigde 152 miljoen euro wil de provincie, met in haar kielzog de NAM, aankloppen bij het ministerie van Economische Zaken in Den Haag.
Hoe beter de projecten in Drenthe 4.0 aansluiten bij de investeringsagenda van NAM-aandeelhouder Shell, hoe meer de NAM kan profiteren van de beoogde subsidiepot. En dat is meer dan welkom, getuige de woorden van bestuursvoorzitter van Shell Nederland Marjan van Loon, tijdens een gesprek met de gedeputeerden en afgevaardigden van de NAM in november 2018. "Wegens de maatschappelijke druk [wordt] het wellicht moeilijk [..] om door te gaan met fossiel. Daarom wordt er door Shell gekeken naar nieuwe toepassingen en naar de rol van de Shell en de NAM in de energietransitie."
De betrokkenheid van de NAM bij het opstellen van Drenthe 4.0 werpt haar vruchten af. De projecten in het plan sluiten naadloos aan bij Shells ambities. Bijvoorbeeld het plan om gasinfrastructuur te hergebruiken voor waterstof, een van Shells belangrijkste stokpaardjes in de energietransitie. Ook op het gebied van geothermie is Shell begonnen met pilots.
Geen Drenthe-potje
Op 21 november 2018 is het zover. De provincie mag haar plan presenteren op het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK). Weliswaar niet aan de minister, want die heeft geen tijd, maar wel aan directeur-generaal Sandor Gaastra. Wie er ook bij is: de NAM. De sfeer is goed, het ministerie neemt het rapport Drenthe 4.0 "graag in ontvangst" en belooft er "goed naar te gaan kijken". Toch is de presentatie geen succes: er komen geen financiële toezeggingen. "Het Rijk heeft geen Drenthe-potje en dat zit ook niet in de planning," maakt directeur-generaal Gaastra tijdens de bijeenkomst meteen duidelijk.
Voor Drenthe is dit een teleurstelling. Des te meer omdat Drenthe het ministerie op een ander vlak tegemoet is gekomen. Tegelijkertijd met de ontwikkelingsbeoordeling van Drenthe 4.0 moeten de provincie, de gemeente Assen en enkele andere Drentse gemeenten namelijk kiezen of ze in beroep gaan tegen het besluit van het ministerie om gaswinning onder en rond Assen toe te staan.
Assen gaat wel in beroep, maar de provincie niet om Drenthe 4.0 niet in gevaar te brengen. "Drenthe wil meer van de minister (Drenthe 4.0), wat veel grotere belangen omvat. De publieke winst van een waarschijnlijk onsuccesvol beroep weegt niet op tegen het negatieve effect op de relatie, net nu een gesprek over Drenthe 4.0 op gang is gekomen."
Het mag niet baten. Drenthe zal het voor de uitvoering van Drenthe 4.0 moeten doen met de bestaande subsidies voor de klimaatverandering en de energietransitie. Het plan van Drenthe om zich te positioneren als energieleverancier van Nederland vindt geen gehoor in Den Haag. Niet alleen komt er geen extra subsidiepotje, ook de energietransitie hoeft wat betreft het ministerie niet per se in Drenthe vorm te krijgen. Zo wil de minister in gesprek met de NAM over geothermie in Nederland, blijkt uit een verslag van de presentatie, en dus niet specifiek in Drenthe.
Voor Shells karretje?
Shell en de NAM gebruiken de samenwerking met Drenthe ondertussen voor hun eigen agenda, blijkt uit de documenten. Zo legt NAM-directeur Johan Atema tijdens een overleg een paar dingen op tafel waarbij zijn bedrijf de hulp van de provincie kan gebruiken. "Er wordt veel weerstand ondervonden bij de gemeenten voor het aanvragen van vergunningen. Hiervoor wordt aan de provincie gevraagd om daarin mee te denken."
Ook ziet de NAM een rol weggelegd voor de provincie als het gaat om het wegnemen van weerstand tegen ondergrondse activiteiten als geothermie in Assen. De bal wordt bij de provincie gelegd als het gaat om de transitie: "Shell nodigt de provincie uit om in te zetten op de duurzame projecten en dan kan Shell daarop aanhaken".
Gedeputeerde Stelpstra geeft in een interview aan dat Drenthe zich niet voor het karretje van het gasbedrijf heeft laten spannen. "Natuurlijk proberen ze te lobbyen, dat snap ik wel, maar wij doen echt alleen dingen die in onze agenda passen. Bij andere verzoeken is het antwoord gewoon: 'nee'."
Het Rijk heeft geen Drenthe-potje en dat zit ook niet in de planning
Sandor Gaastra, in 2018 directeur-generaal van het ministerie van Economische Zaken
NAM-aandeelhouder Shell is zo slim verzoeken in te dienen die in lijn liggen met de plannen van het provinciebestuur. Op 7 december 2018 mailt het bedrijf naar de provincie bijvoorbeeld: "Urgent Drenthe 4.0 support nodig". Shell wil de oude NAM-gaszuiveringsinstallatie (GZI) in Emmen ombouwen tot een energieverzamelplaats waar zon, groen gas en waterstof samenkomen. Hiervoor is een electrolyzer en een pijpleiding nodig, waar Shell 1,6 miljoen euro EU-subsidie voor wil aanvragen. Maar de Europese subsidiepot waarmee Shell het project wil financieren is voor Emmen niet beschikbaar. Hier ligt een taak voor de provincie. Shell schrijft: "Dit criterium houdt geen rekening met de realiteit dat rondom Emmen veel transport plaatsvindt, dit criterium moet van tafel".
Shell vraagt of de provincie zich daarvoor wil inzetten en of ze ook meteen een 'regisseur' wil benoemen. "We merken dat extra support nodig is, vooral op gebied van regie en lobby. Het aanbod van de provincie om de regierol met inhoudelijke kennis van subsidies, lobbykracht en regelgeving op zich te nemen waarderen we en we zouden dit graag zsm heel concreet ingevuld zien worden."
Wanneer de provincie niet meteen voortvarend reageert, blijft Shell aandringen. "Ik begrijp dat het sneller concreet wordt dan verwacht en dat het even schakelen is, maar als deze vragen niet voor de jaarwisseling positief beantwoord worden missen we bijna 2 miljoen euro subsidie."

Kans op banenverlies blijft

Of en bij wie de provincie heeft gelobbyd blijkt niet uit de documenten. Wel wordt op 11 november 2020 duidelijk dat een eventuele poging niet succesvol is geweest. Voor Shell veroorzaakt dit geen probleem. Het is niet het olieconcern, maar de provincie Drenthe die de benodigde 1,6 miljoen euro uiteindelijk ophoest.
Wat in het begin zo logisch klonk, een grote lokale werkgever inzetten voor de ontwikkeling van een innovatieve sector, draait voor de provincie uit op een teleurstelling. De subsidie van het Rijk komt er niet en partner NAM blijkt alleen geïnteresseerd in de eigen projecten. Ook het beoogde kennisinstituut, dat volgens de plannenmakers bij de provincie zo mooi in het oude hoofdkantoor in Assen had gepast, komt er niet. En dus dreigt nog altijd het gevaar van werkgelegenheidsverlies.

Duivels dilemma

Derk Loorbach, hoogleraar socio-economische transities en directeur van het Dutch Research Institute For Transitions (DRIFT) aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, begrijpt dat zo'n samenwerking tussen overheden en bestaande partijen logisch lijkt, maar volgens hem is dat ook precies het probleem. "Het is een duivels dilemma. Je moet met bestaande partijen van wie je nog afhankelijk bent op de een of andere manier een nieuwe samenwerking zoeken."
Volgens Loorbach kan zo'n samenwerking alleen werken als een overheid vanuit een eigen onafhankelijke visie op energietransitie werkt. Als voorbeeld noemt hij fossielvrij of zo goedkoop en beschikbaar mogelijk. Die visie zou de overheid dan moeten vasthouden als ononderhandelbare richting. "Plannen en ambities van partners zou je hieraan moeten toetsen. Als deze niet passen, diskwalificeren ze zich eigenlijk als partner."
Uiteindelijk blijkt een zwart cijfer onder de streep voor de NAM het enige doel te zijn
Gedeputeerde Tsjisse Stelpstra terugkijkend op het mislukte plan Drenthe 4.0
In Drenthe 4.0 was nergens sprake van duidelijke eisen of verplichtingen richting de NAM. Het bedrijf kon daarom ook nergens aan worden gehouden. Dit is ook hoe de NAM het zelf ziet, blijkt uit een schriftelijke reactie op onze vragen: "Drenthe 4.0 was een initiatief van de provincie waarbij wij hen op hun verzoek mee op weg hebben geholpen. De implementatie van het plan lag geheel bij de provincie, zonder commitments en verwachting van en naar NAM."
Ondertussen ging men er op het provinciehuis van uit dat een beroep op de morele plicht voldoende zou zijn, blijkt uit de mailwisselingen tussen ambtenaren: "Juist de manier waarop Drenthe en Assen in het bijzonder door het gasbesluit economisch wordt getroffen, lijkt mij het doorslaggevende argument om een nationaal instituut in Assen te vestigen. Zowel voor EZK als Shell is dit niets minder dan een morele verplichting."
Dat bleek verkeerd gegokt. Shell werkt verder aan de energietransitie, maar dat dit niet per se in Drenthe hoeft te gebeuren, blijkt uit het feit dat Shell NAM-medewerkers met kennis van geothermie uit Assen naar Rotterdam heeft gestuurd. Daar werkt het bedrijf aan een groot aardwarmteproject.

Braindrain uit Drenthe

Shell komt dus niet naar de kennis toe, zoals Drenthe had gehoopt, maar haalt de deskundigen daarheen waar het voor Shell het handigst is. Gedeputeerde Stelpstra had juist die kennis graag in de provincie gehouden, zoals bedacht in Drenthe 4.0. "Het zou heel erg helpen als ze hier net zo makkelijk investeren als in Rotterdam."
Hij steekt ook de hand in eigen boezem: "Misschien waren onze plannen niet concreet genoeg om er subsidie voor te vragen." Dit had hij eerder kunnen weten. Want al tijdens het schrijven van Drenthe 4.0 uiten ambtenaren deze twijfel. In de bespreking van het concept in juni 2018 wordt de vraag opgeworpen of "het aanbod aan minister Wiebes aansprekend genoeg is. Dragen we hiermee een oplossing aan voor een landelijk probleem en is Drenthe de meest geëigende schaal/locatie hiervoor?" Het advies luidt dan al: "het rapport is nog niet voldoende als agenda, maar is wel een goed begin. Omdat ons bod nog niet heel sterk is, vragen we niet concreet om geld." Dat laatste zal uiteindelijk dus wel gebeuren, met teleurstellend resultaat.
Was Drenthe achteraf gezien naïef? Gedeputeerde Stelpstra is vooral teleurgesteld: "Ik had gehoopt dat de NAM of Shell actiever was geweest en haar maatschappelijke verantwoordelijkheid had genomen, ook al was het misschien voor even wat verliesgevend. Maar uiteindelijk blijkt een zwart cijfer onder de streep het enige doel te zijn."
Dit artikel kwam tot stand met medewerking van Alexander Beunder (Platform Authentieke Journalistiek)
In een schriftelijke reactie ontkent de NAM de provincie te hebben gebruikt voor lobby-doeleinden: "Er is geen enkele sprake geweest van het inzetten van de provincie voor een (subsidie) lobby. Het idee voor het plan Drenthe 4.0 kwam geheel bij de provincie vandaan en de NAM heeft op verzoek van de provincie deelgenomen aan dit initiatief omdat we kennis en inzicht hebben in een aantal aspecten van de energietransitie en uiteraard de huidige NAM werkgelegenheidsgetallen."
Ook schrijft het bedrijf maatschappelijke verantwoordelijkheid anders te definiëren: "NAM kent zoals vele grote bedrijven fondsen voor bijdragen aan maatschappelijke initiatieven, donaties en sponsoring. (...) Naast financiële ondersteuning vanuit fondsen biedt NAM waar mogelijk ook inhoudelijke ondersteuning aan lokale duurzame initiatieven, bijvoorbeeld in het kader van de energietransitie."