OM in hoger beroep in afpersingszaak No Surrender

Het Openbaar Ministerie gaat in hoger beroep tegen de uitspraken in de afpersingszaak No Surrender. De rechtbank vond dat in het voorbereidend politieonderzoek onherstelbare fouten zijn gemaakt en legde daarom veel lagere straffen op dan geëist. Twee van de zeven verdachten werden zelfs vrijgesproken.
Eind november 2016 werd een 47-jarige Groninger naar een woning van een ex-vriendin in Eelde gelokt. De man was eerder met 'bad standing' uit de motorclub gezet. De Groninger werd in de woning opgewacht en mishandeld door leden van No Surrender. Zij bedreigden hem met het afknippen van vingers en het afbranden van een tatoeage op zijn lijf. De man werd later half naakt in de bossen bij Glimmen gedropt, waar zijn zoon losgeld moest betalen.

Tot zes jaar cel
Vier mannen kregen voor afpersing, mishandeling en ontvoering celstraffen tot bijna zes jaar (68 maanden) opgelegd. De 31-jarige vrouw uit Eelde werd voor haar aandeel veroordeeld tot vier jaar cel, waarvan een jaar voorwaardelijk.  

Het Openbaar Ministerie (OM) eiste celstraffen van dertig maanden tot acht jaar. Volgens woordvoerster Melanie Kompier gaat het OM in hoger beroep, omdat het niet eens is met de beslissing van de rechtbank dat een deel van het bewijs vanwege vormfouten onbruikbaar werd geacht. Het OM wil (laten) onderzoeken of dit terecht is geweest.

Gaten in bandopnamen
Advocaten ontdekten hiaten in de bandopnamen van de verhoren van de aangevers. Volgens de wet moet in dergelijke gevallen een opnameband meelopen. Die werd telkens op pauze gezet. Er was niet meer na te gaan wat in die pauzemomenten was besproken met de slachtoffers in deze zaak.

De bandopnamen van hun verhoren konden volgens de rechtbank niet meer als bewijs worden meegenomen. De rechters benadrukten dat hier sprake was van fouten, niet van misleiding. Door de uitsluiting van dit bewijsmateriaal vielen de straffen niet alleen lager uit, voor twee van de verdachten bleef onvoldoende bewijs over voor een veroordeling. Voor de overige vier mannen en de vrouw zaten wel meer bewijsmiddelen in het dossier, zoals telecomgegevens, tapgesprekken en DNA-sporen.

De vijf kregen ook een strafkorting opgelegd in verband met het tijdsverloop. Daarnaast moest een schadevergoeding van 10.000 euro worden betaald en werd hen een contactverbod opgelegd.
Deel dit artikel: