Eiken en beuken bevorderen verzuring

Het ene bos is het andere niet. Dat blijkt wel uit een bezoek aan het Gasterse Holt en het Schipborger Holt in het noorden van Drenthe. Landschapsecoloog Harm Smeenge laat het verschil zien.
"Het Gasterse Holt staat uitbundig in bloei. De bosanemoon, de bosmuur: het zijn bijzondere soorten die typisch zijn voor oude, rijke bossen", aldus Smeenge. Een paar kilometer verderop in het Schipborger Holt is het minder florissant gesteld met de soortenrijkdom.

Humus-happer
Om uit te leggen hoe dit komt, gaat Smeenge de bodem te lijf met een profielsteker. "Ze noemen dat ook wel een humus-happer. Die ram je de grond in en dan haal je een verticale plak omhoog." De bodemdoorsnede laat een humeuze bovengrond zien met nauwelijks bladstrooisel.

Gasterse Holt
De boombladeren die in het Gasterse Holt op de grond vallen, worden direct door wormen en ander bodemleven afgebroken. De voedingstoffen worden zo in de bodem opgenomen en komen geleidelijk voor de planten ter beschikking.

Schipborger Holt
Ook in het Schipborger Holt gebruikt Smeenge zijn profielsteker. Een pH-papiertje in de grond laat zien dat de bodem hier een stuk zuurder is. "Dit bos is jarenlang geplaagd. En als er al sprake was van bosherstel, dan werden er eiken en beuken geplant. Bomen die juist een zuur strooisel produceren. Daardoor is de soortenrijkdom achteruit gegaan."

Lindebomen
"Het blad van de linde verteert sneller, waardoor de voedingstoffen sneller in de bodem worden opgenomen", aldus boswachter Evert Thomas. Staatsbosbeheer heeft daarom zestig jaar geleden lindebomen aangeplant op het voormalige werkkamp van de Nederlandse Arbeidsdienst in Schoonloo. "Nu zie je hier ook andere soorten opkomen zoals de esdoorn, de salomonszegel en de bosandoorn."

In deze uitzending van ROEG! zie je meer over de Drentse bodem.

Meer over dit onderwerp:
ROEG! natuurnieuws
Deel dit artikel: