Nieuwe schatten ontdekt bij historisch onderzoek in kerk Dwingeloo

Nieuwe verhalen van de Sint Nicolaaskerk worden na bouwhistorisch onderzoek vandaag blootgelegd. Zo is de kerk in Dwingeloo tweehonderd jaar ouder dan gedacht. Het dorp mag vanavond naar de verhalen komen luisteren en de nieuwste schatten van de kerk bekijken.
Vanaf het moment dat Jim Klingers de Sint Nicolaaskerk in Dwingeloo binnenloopt beginnen zijn mondhoeken op te krullen. "Dit is een hele bijzondere kerk, met veel mooie verhalen." De afgelopen maanden voerde Klingers het bouwhistorisch onderzoek uit van het rijksmonument. Dit om aan te kunnen geven welke historische elementen bij de verbouwing bewaard moeten blijven en welke onderdelen van de kerk minder waard zijn. Hij ontdekte daarbij verschillende zaken.  

In de twaalfde eeuw stond in Dwingeloo al een klein kerkje, maar van dat kleine kerkje was niets meer over. Tenminste, dat dacht iedereen. Totdat Klingers er een blik op wierp. “We hebben altijd gedacht dat dit een vijftiende-eeuwse kerk was. Dat is natuurlijk ook al erg oud. Maar nu is gebleken dat niet alleen het koor, maar ook de kapel en de toren stukken ouder zijn”, vertelt Klingers.  

Kloostermoppen 
Die informatie kon Klingers onder andere halen uit de kloostermoppen in de kerk, vlak boven de vloer. “Het zijn hele grote stenen van meer dan dertig centimeter lengte. Die stammen uit de dertiende eeuw. Echt vijfiende-eeuws is eigenlijk alleen de ruimte waar ik nu sta, het schip middenin de kerk, blijkt nu." 

De kerk zit vol bijzondere verhalen die bij de lezing vanavond van Jim Klingers en archivaris van het Drents Archief, Erwin de Leeuw, bijna allemaal aan bod zullen komen. Een van de hoogtepunten? De kraagstenen van het koorgewelf. “Ze zijn niet veel ouder dan de rest van het gedeelte, ik denk vijftiende eeuw, maar ze zijn zo ontzettend bijzonder” vertelt Klingers enthousiast. 

"Ten eerste omdat de beeldjes heel erg mooi zijn, normaal zijn beeldhouwwerken in kerken veel grover. Dit is echt de kwaliteit die je ziet in de Sint-Janskathedraal in Den Bosch of in de Domkerk van Utrecht. Dat is nogal wat voor een dorpskerk in Drenthe. Dan moet er toch het nodige kapitaal achter hebben gezeten. Ze zijn daarnaast ook bijzonder, omdat juist in de noordelijke provincies dit beeldhouwwerk nauwelijks voorkomt.” 

Sierwerk weg 
Verder zijn de kraagstenen, die hoogstwaarschijnlijk de evangelisten samen met Jozef en Maria voorstellen, één van de laatste goed bewaarde sierwerken in de kerk. Ondanks dat de kerk lang in handen van de Dwingelse adel was, is de kerk veel sierwerk kwijtgeraakt. “Je hebt natuurlijk de reformatie gehad. Alles wat hier aan beeldhouwwerk gestaan heeft, is toen verwijderd. De muren waren waarschijnlijk prachtig bepleisterd, maar werden toen witgekalkt. Ook de manier waarop de kerk werd ingericht, veranderde. Vroeger stonden mensen in de kerk en toen kwamen er zitbanken.”  

Een overig deel van de kostbare werken is vermoedelijk bij de enorme brand van 1923 in vlammen opgegaan. "De muren, zoals ze nu zijn, lijken wel heel middeleeuws, maar je moet dus bedenken dat die na een enorme brand in 1923 waarschijnlijk zijn nagemaakt. Dat werd veel gedaan om de kerk oud te laten lijken. Met de kennis van nu zijn er aanpassingen gedaan die beter niet hadden kunnen gebeuren. Er is toen eigenlijk een schat aan informatie verdwenen." 

Orgel  
Andere pareltjes die vandaag eenmalig in de kerk zullen staan, zijn onderdelen van een orgel uit 1665. De orgel stond tijdens de brand niet in de kerk, maar was elders opgeslagen. "Gelukkig maar," vertelt Klingers. “Het zijn zoals je ziet prachtig beschilderde luiken die destijds geschonken zijn door een steenrijke inwoner uit Dwingeloo, Rutger van den Boetzelaer en zijn vrouw Bathina van Lohn. Dat waren mensen, die voelden zich heel wat en dat wilden ze graag laten afstralen op de kerk. Ze schonken de kerk dit orgel, zeer kostbaar in die tijd.” Beiden staan daarom ook afgebeeld op de luiken van het orgel.  

Verbouwing 
De kerk reageert heel enthousiast over de bevindingen van Klingers. “Dwingeloo, iedereen kent die Siepeltoren, maar die bouwgeschiedenis en de historie die kent men toch niet voldoende, naar nu blijkt”, zegt kerkrentmeester Roelof Bolding. Samen met het rapport van Klingers kan hij nu kijken naar de aanpassingen in de kerk. “Het moet toekomstbestendig worden. Zo moeten er een aantal dingen gebeuren: een nieuwe toiletgroep, een ruimte waar we koffie kunnen serveren, een vergaderruimte en een nieuw bankenplan zodat iedereen het goed kan zien in de kerk." 

Nu blijkt dat in de kerk toch nog veel schatten terug te vinden zijn, zal niet alles aangepast mogen worden. Zo mag er bijvoorbeeld niets veranderen aan de middeleeuwse muren en de beeldhouwwerken.Toch is Bolding positief. “Wij gaan nu in gesprek met de gemeente en met de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Als we dan een kerkarchitect erbij hebben betrokken, hopen we dat we toch een heel aantal dingen kunnen uitvoeren. We zijn erg optimistisch dat het voor elkaar komt straks.” 

Het koetshuis aan de overkant, dat tot verkort bij de kerk hoorde, is al verkocht. Kunstenaar Wessel Bezemer zal er zijn atelier beginnen. Op 2 juni besteedt Drenthe Toen aandacht aan de geschiedenis van de kerk. Dan zal ook archivaris van het Drents Archief, Erwin de Leeuw, zijn verhaal vertellen.
Deel dit artikel: