'Grijze drab met stukjes' en jenever van aardappelschillen

De Koloniën van Weldadigheid werden in de 19e eeuw gesticht. Om de armen uit de stedelijke gebieden uit de armoe te halen, landlopers en bedelaars onder te brengen en later gedetineerden te huizen.
De Koloniën van Weldadigheid waren zo veel mogelijk zelfvoorzienend en waar zie je dat beter dan op het land, in de keuken en op je bord? Loes Talens en Rik Dortmond, horeca-ondernemers in Veenhuizen, organiseren sinds een jaar of twee zogeheten erfgoed-diners, in het kader van het 200-jarig bestaan van de Koloniën in 2018.

En nu is er een boek: 'Culinair Erfgoed Diner. 200 jaar Koloniën van Weldadigheid op je bord'. Talens schreef het samen met Mirjam Veenman, geassisteerd door (zaken-)partner Rik en een handvol deskundigen op culinair en historisch vlak. 

Menu van de dag
Hoe kwamen ze te weten wat de gemiddelde 19e eeuwse kolonist at? Bron van onschatbare waarde bleek een schaftlijst uit 1815, afkomstig uit het Drents Archief in Assen. Loes Talens: "Die lijst was een mooie leidraad voor wat wij op tafel wilden zetten. Nu vindt men koken met het seizoen bijzonder, toen was het niet anders, dat was zoals het was. Vonden wij een mooie conclusie."

De schaftlijst biedt een gedetailleerd inzicht in wat er op het dagelijks menu van de paupers stond. Dat was om de dag gortesoep. "Als je gort te lang kookt, en dat deden ze, wordt het draderig en papperig, er zit heel veel zetmeel in." Het water loopt chef-kok Rik Dortmond niet bepaald in de mond. Zo wordt die soep 200 jaar later dan ook niet meer opgediend. En dat geldt voor de meeste historische recepten. 

'Lekker of vies'?
De vraag of het wel lekker was wat de 19e eeuwse kolonisten aten en dronken is niet zo relevant, vindt Talens: "Men at het. Dat het niet smakelijk was, daar was men niet mee bezig. In de tijd dat de koloniën gesticht werden woonden veel Drenten in plaggenhutten met 13, 14 kinderen en die hadden ook bijna niks te eten. De zelfvoorzienendheid van de koloniën was belangrijk en er was in elk geval eten; hadden ze in de achterbuurten in Amsterdam ook niet."

Anno 2019 heeft smaak de hoogste prioriteit, en dat zie je terug in het boek. Van boekweit, het 'voedsel van de armen', en het enige geschikte gewas dat de eerste kolonisten konden verbouwen, worden nu bijvoorbeeld gefrituurde 'pittige boekweitsnacks' gemaakt, met een Oostenrijks wit wijntje ernaast.

Jenever van aardappelschillen
Het maakte natuurlijk wel uit wie je was. De maaltijd van de pauper was niet hetzelfde als die van de gegoede stand. Zo aten de armsten gortesoep en de hogere heren en dames blanc-manger (een soort basissoep, die ook als dessert werd gegeten).

Het verhaal van 200 jaar culinair erfgoed is breed. Het begint bij de voedselvoorziening; de verbouw van allerlei gewassen, het houden en slachten van dieren en niet te vergeten het brouwen van bier en het stoken van alcoholhoudende dranken. Dat laatste mocht niet, maar gebeurde op grote schaal. Van aardappelschillen stookte men jenever. Bier werd vaker en liever gedronken dan thee, zo staat in het boek te lezen. Maar dat laatste kwam omdat het drinkwater zo vaak verontreinigd was dat het niet drinkbaar was. 

'Culinair Erfgoed Diner. 200 jaar Koloniën van Weldadigheid' wordt uitgegeven door Koninklijke Van Gorcum in Assen. Wij mogen twee exemplaren verloten. Meedoen? Stuur een mailtje naar drenthetoen@rtvdrenthe.nl. Het hele gesprek met Loes Talens en Rik Dortmond wordt uitgezonden op Radio Drenthe, in Drenthe Toen. Zondag 26 mei van 14.00-16.00 uur. Daarna via uitzending gemist of de podcast.