Asser onderzoeker: gevoelig type krijgt veel vaker burnout

Een op de vijf mensen is hoogsensitief. Ze zijn gevoeliger voor prikkels en verwerken die intenser. In Nederland krijgt 57 procent van de hoogsensitieve mensen een burnout op het werk. Bij de rest van de bevolking is dat 15 procent. Dat blijkt uit onderzoek van sociaal wetenschapper Esther Bergsma uit Assen die daarover het boek 'Het hoogsensitieve brein' heeft gepresenteerd.
"Hoogsensitiviteit wordt vaak gezien als iets zweverigs. Maar het is wetenschappelijk aangetoond dat de werking van de hersenen anders is. Er zijn zelfs genen mee verbonden. Het is een temperament, een combinatie van karaktereigenschappen, en geen stoornis zoals autisme. Er komt meer informatie binnen, die wordt diepgaand verwerkt en daarop wordt intenser gereageerd. Er is meer hersteltijd nodig. Als die er niet is blijven de stresshormonen hoog en kan een burnout ontstaan", zegt Bergsma.

Gevoeliger voor prikkels
Hoogsensitieve mensen zijn volgens Bergsma gevoeliger voor vier soorten prikkels: fysieke prikkels zoals licht, geluid, smaak, maar ook huidprikkels zoals bijvoorbeeld kledinglabels. Verder voor emotionele prikkels zoals sfeer en stemmingen en leed van anderen. Ook is de gevoeligheid hoger voor nieuwe situaties, wat zich uit in het eerst observeren van de situatie en dan pas meedoen. Daarnaast bestaat er een grotere gevoeligheid voor sociale prikkels; zo hebben hoogsensitieve mensen vaak meer moeite met grote groepen en staan ze liever niet in het middelpunt van de belangstelling.

Die prikkels worden ook anders verwerkt. "Het hoofd van hoogsensitieve mensen staat nooit stil. Ze zijn constant bezig met allerlei vragen voor ze in actie komen. Wat kan er misgaan? En wat zijn dan de gevolgen? Raken mensen teleurgesteld in mij?", aldus Bergsma.

Ook bij dieren zie je volgens haar dat 20 procent wat terughoudender is. En dat heeft ook zijn nut, zegt ze. "Stel dat er een nieuwe situatie is waarbij gevaar dreigt en de groep stormt er op af. Dan kan het zijn dat de dieren met zijn allen worden opgegeten en dan is de hele soort uitgestorven. Maar die groep moet ook weer niet te groot worden, want dan worden nieuwe gebieden voor voedsel niet genoeg verkend. Dus uit biologisch onderzoek blijkt dat 20 procent tegenover 80 procent de ideale verhouding is."

Betrokken werknemers
Als werknemer zijn ze volgens Bergsma waardevol voor een werkgever. "Ze zijn erg loyaal, hebben een hoog verantwoordelijkheidsgevoel, ze zijn creatief en lopen vaak net een stapje extra. Verder zijn ze vaak erg betrokken bij het werk, hebben ze veel inlevingsvermogen en kunnen daarom hun patiënten, klanten of leerlingen goed helpen," zegt Bergsma.

Nadeel van de eigenschap is dus de snellere overprikkeling. Ook komen faalangst en een laag zelfbeeld vaker voor. "Hoogsensitieve mensen willen alles graag in een keer goed doen."

Om hoogsensitieve mensen goed te laten functioneren op het werk is volgens Bergsma een goede sfeer heel belangrijk. "Ruzies raken hen bijvoorbeeld erg, ook als ze daar zelf niet bij zijn betrokken. Daarnaast vinden ze voldoening halen uit het werk nog belangrijker dan anderen. En vanwege de langere hersteltijd is genoeg vrije tijd ook nodig."

Kleine aanpassingen werkplek helpen
Wat kunnen werkgevers doen om een burnout bij deze groep te voorkomen? "We weten van een kantoortuin dat dit voor hoogsensitieve mensen heel belastend kan zijn. Het is vaak niet te realiseren om een aparte werkplek voor ze te creëren. Maar misschien is het wel mogelijk om ze af en toe thuis te laten werken, met een koptelefoon op te laten werken, in een hoek te laten zitten waar het rustiger is of om de gemeenschappelijke radio uit te zetten."
Deel dit artikel: