Overspannen Rodenaar vindt hoogsensitiviteit een vloek en een zegen tegelijk

Voor de vijfde keer kampt de 41-jarige Debby Engbers-Verbree uit Roden met een burnout. Ze werkt in de operatiekamer van een ziekenhuis. Ze is hoogsensitief en heeft last van de felle operatielampen en de ruis in de OK. "Daarnaast is het werkterrein in het midden. Het geluid komt vanuit een cirkel op je af", zegt Engbers.
"Als het een opbouw is van prikkels, bijvoorbeeld veel geluid, herrie en blikken van mensen die chagrijnig binnen komen, dan is aan het einde van de dag het lontje op. En als er dan nog iemand komt die iets van me wil, dan kan ik heel lelijk reageren. Dan denk ik: 'wat voor zwarte heks komt hier tevoorschijn.' Want zo ben ik helemaal niet. Maar zo ben ik dus soms wel", zegt ze.

Vaker overspannen
Engbers is niet de enige, want één op de vijf mensen is hoogsensitief. Daarvan heeft maar liefst 57 procent te maken met een burnout of heeft ermee te maken gehad, zo blijkt uit onderzoek van sociaal wetenschapper Esther Bergsma uit Assen. Over haar bevindingen heeft Bergsma recentelijk het boek 'Het hoogsensitieve brein' uitgebracht.

Engbers ontdekte dat ze hoogsensitief was toen haar zoon in groep 3 zat en deze eigenschap bleek te hebben. "Ik was aan het lezen en zoeken wat ik als moeder kon doen om hem hierin zo goed mogelijk te begeleiden en toen ontdekte ik dat het ook voor mij geldt. Mijn zoon lijkt heel veel op mij in zijn gedrag", zegt ze.

Onbegrip
Op haar werk kampt Engbers met veel onbegrip over haar eigenschap. "Van een heleboel mensen weet ik dat ik het ze niet hoef te vertellen. Ze hebben hun oordeel al klaar. Ze denken dat hoogsensitiviteit niet bestaat, vinden het zweverig of zeggen dat het een excuus is voor iets anders." Ze durfde er lange tijd niet open over te zijn uit angst voor negatieve reacties. "Mensen zeggen: 'je bent raar, je bent anders.' Dat doet pijn. Maar ik leer daar steeds beter mee om te gaan."

Engbers heeft veel foute diagnoses gehad. "Rouwverwerking, een posttraumatische-stressstoornis, een angststoornis. Dan ging ik een tijdje praten en keerde ik weer terug. Maar de factoren op het werk die het voor mij lastig maken, werden niet veranderd."

Mag het stiller?
Tegen de ruis heeft haar werkgever oordoppen ter beschikking gesteld, maar tegen het felle licht is niet zoveel te doen. "Ik kan wel veranderen hoeveel er van buitenaf naar binnen komt door te zeggen, 'mag het wat stiller?'. Als je dat elke dag moet zeggen, voel je je weer zo'n vervelend en irritant persoon. Maar ik doe het wel, want daardoor kan ik mijn patiëntenzorg beter uitvoeren", aldus Engbers. En als dat ook niet helpt, trekt ze zich even terug op de wc. Ook al hoeft ze niet.

Ander werk heeft ze wel overwogen. "Maar ik blijf dit sowieso doen. Ik vind het veel te leuk. Machtig mooi werk."

Fijne kant eigenschap
Ook al heeft haar hoogsensitiviteit nadelen, ze zou het voor geen goud willen missen. "Ik merk dingen op die andere mensen ontgaan en ik geniet veel intenser. Zo kan ik echt enorm genieten van een stukje chocolade in mijn mond. Ook voel ik aan dat mensen lekker in hun vel zitten. Bijvoorbeeld mijn man, mijn kinderen, maar ook mijn huisdier. Daar kan ik heel erg gelukkig van worden."
Deel dit artikel: