NS gaat tientallen miljoenen betalen aan holocaustslachtoffers

De Nederlandse Spoorwegen gaan bijna 75 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog overlevenden van concentratiekampen en directe nabestaanden van Holocaustslachtoffers die tijdens de oorlog met Nederlandse treinen zijn vervoerd, financieel tegemoetkomen.
President-directeur Roger van Boxtel maakte dat besluit vandaag bekend tijdens een bijeenkomst in het Spoorwegmuseum in Utrecht.

Geld voor slachtoffers
Een onafhankelijke commissie onder leiding van Job Cohen heeft advies aan de NS uitgebracht over een financiële tegemoetkoming. Het spoorbedrijf neemt dit advies in zijn geheel over. De NS betaalt ongeveer vijfhonderd overlevenden 15.000 euro en nabestaanden en weduwen 7.500 of 5.000 euro.

Dubieuze rol
De commissie werd afgelopen november aangesteld om onder meer te onderzoeken wie er precies in aanmerking zouden komen voor de schadevergoedingen en hoe hoog die zouden moeten zijn. In de oorlogsjaren verdiende de NS geld aan het vervoeren van Joden vanuit heel Nederland naar onder andere doorgangskamp Westerbork. Dat deed de NS in opdracht van de Duitsers.

Zo waren ook de ouders van Salo Muller twee van de meer dan honderdduizend joden die via Westerbork naar een vernietigingskamp werden gestuurd. De tegemoetkoming is een uitkomst van een discussie tussen de NS en Muller.

Dirk Mulder, afzwaaiend directeur van het Herinneringscentrum in Westerbork, riep de NS twee jaar geleden al op om serieus in gesprek te gaan met nabestaanden en overlevenden van de Holocaust. Toen lieten de Spoorwegen nog weten geen individuele schadevergoedingen te willen uitbetalen.