UMCG gaat baarmoederhalskanker-thuistest verbeteren

Het UMCG krijgt 400.000 euro om onderzoek te doen naar het vrouwvriendelijker maken van het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker. Ook zou de aanpassing tot betere resultaten leiden.
Het noordelijke universiteitsziekenhuis doet onderzoek naar de aanpassing van de zogenoemde zelfafnameset, waarbij vrouwen thuis zelf kunnen testen of ze het baarmoederhalskanker veroorzakende virus hebben, zonder dat ze hiervoor naar de huisarts hoeven voor een uitstrijkje.

Vrouwen met een infectie van het humaan papillomavirus (HPV) hebben een grotere kans om uiteindelijk baarmoederhalskanker te ontwikkelen. Het bevolkingsonderzoek is er op gericht om baarmoederhalskanker in een vroeg stadium op te sporen aan de hand van de aanwezigheid van HPV.

Hoe het bevolkingsonderzoek nu in zijn werk gaat
Vrouwen die 30 jaar worden krijgen een oproep om mee te doen aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker. In het bevolkingsonderzoek wordt eerst op HPV getest via het gebruikelijke uitstrijkje bij de huisarts óf thuis, met een zelfafnameset.

Ongeveer 7 procent van de vrouwen gebruikt deze zelftest. Hierbij maakt de vrouw zelf thuis een uitstrijkje en stuurt dit op met de post. Als de thuistest positief is voor HPV, gaat de vrouw alsnog naar de huisarts voor een uitstrijkje om te bepalen of doorverwijzing naar een gynaecoloog nodig is.

Omdat veel vrouwen een uitstrijkje onaangenaam vinden, kan dit leiden tot uitstel en soms afstel van het bezoek aan de huisarts. Deze vrouwen testen met de thuistest dus positief op HPV, maar vanwege angst voor het uitstrijkje gaan ze dan tóch niet naar de huisarts. Het gevolg is dat afwijkingen in een vroeg stadium dan worden gemist.

Waar doet het UMCG nu onderzoek naar?
In het onderzoek dat het ziekenhuis gaat doen zal het opgestuurde uitstrijkje van de zelftest geanalyseerd worden met een nieuwe DNA-test. Dit gebeurt alleen als er positief getest wordt op HPV. Met deze test is te bepalen of vrouwen direct een doorverwijzing naar de gynaecoloog nodig hebben. Ze hoeven dan dus niet meer eerst langs de huisarts voor een extra uitstrijkje. 

Dit onderzoek moet dus voordeel opleveren voor de vrouw: eerdere opsporing van kanker, een efficiëntere screening, en meer gemak. Daarnaast wordt er een stap in het proces overgeslagen als je niet meer eerst naar de huisarts hoeft, dus lagere kosten voor de gezondheidszorg. 

Hoe werkt die DNA-test dan?
De onderzoeksgroep van het ziekenhuis is al 16 jaar bezig met het verbeteren van de screening en vroegtijdige opsporing van baarmoederhalskanker. In deze tijd heeft het team unieke DNA-profielen geïdentificeerd die geassocieerd zijn met de ontwikkeling van baarmoederhalskanker. De DNA-test kijkt of de vrouwen die besmet zijn met HPV in een DNA-profiel passen met een hoog risico op de ontwikkeling van baarmoederhalskanker. Als dit zo is, dan kunnen ze meteen bij de gynaecoloog terecht voor verder onderzoek.

Het onderzoek met de DNA-profielen duurt drie jaar.

Baarmoederhalskanker voorkomen
De ontdekking van baarmoederhalskanker gebeurt - dankzij het bevolkingsonderzoek- vaak vroegtijdig. Dan zijn de cellen in de baarmoederhals zich wel al aan het muteren, maar heeft het zich nog niet volledig ontwikkeld tot kanker. Door deze cellen in dit voorstadium weg te halen, wordt baarmoederhalskanker voorkomen.

Modelberekeningen laten zien dat zonder screening in Nederland jaarlijks naar schatting 1.300 vrouwen met baarmoederhalskanker zouden worden gediagnosticeerd en dat jaarlijks ongeveer 500 vrouwen zouden overlijden aan baarmoederhalskanker. Met het bevolkingsonderzoek zullen jaarlijks naar schatting 700 diagnoses van baarmoederhalskanker en ongeveer 325 sterfgevallen als gevolg van baarmoederhalskanker worden voorkomen.