Hoe ziet Drenthe eruit zonder koeien in de wei?

Om het stikstofprobleem rigoureus aan te pakken moet de veestapel inkrimpen. Dat komt uit een voorlopig, uitgelekt advies van de commissie Remkes. Maar wat betekent het voor boeren als het aantal koeien, varkens en kippen in de veehouderij wordt teruggedrongen?
De commissie Remkes buigt zich over de problemen die zijn ontstaan na de uitspraak van de Raad van State. Het adviesorgaan van de regering concludeerde eind mei dat Nederland te weinig doet om de uitstoot van stikstof te reduceren.

Remkes adviseert om maatregelen te treffen in álle sectoren, maar landbouw en verkeer springen eruit. Naast de inkrimping van de veestapel zou de maximum snelheid op snelwegen van 130 km/u naar 100 km/u gebracht moeten worden. Door de maatregelen moet het op korte termijn weer mogelijk worden om projecten door te laten gaan, zoals woningbouw en de aanleg van wegen en andere infrastructuur. Daarin moet kabinet samen met provincies optrekken.

Geen koeien meer in de wei?
De inkrimping van de veestapel heeft vanzelfsprekend ook voor Drenthe consequenties. Onze provincie heeft 2.802 bedrijven in de landbouw. Meer dan de helft van die landbouwbedrijven houdt graasdieren, zoals geiten, schapen en koeien. Koeien vormen de grootste groep van de grazers; daarvan zijn er meer dan 100.000 in Drenthe.

Een inkrimping van de veestapel treft naar alle waarschijnlijkheid dan ook de melkveehouders. Weinig boeren willen nu al reageren. "We wachten eerst de uitkomsten af", klinkt het. Maar wat als er straks minder koeien op het land lopen? Wat is dan de bestemming van het gebied?

"Daar blijft altijd een invulling voor", stelt Dirk Strijker, hoogleraar plattelandsontwikkeling en woonachtig in Eexterzandvoort. "Als er gesaneerd moet worden, dan zal het land nog steeds gebruikt worden voor bijvoorbeeld akkerbouw. We gaan meer en meer naar de kringloop-landbouw, dus op dat land zal dan veevoer geteeld gaan worden, denk daarbij aan soja."

"Maar ik denk dat met name de intensieve veehouderij aangepakt wordt", benadrukt Strijker. "Daarvan hebben we er niet veel in Drenthe."

Zorgelijke ontwikkeling
Mark Blom uit Exloërveen is een varkenshouder. Hij heeft bewust geen mega-stal. Maximaal honderd varkens wil hij. Ze lopen buiten. Zijn vader heeft wel een grote stal met 2500 varkens. Tien jaar geleden is die stal voor miljoenen verbouwd. "Voor mijn vader is dit wel een zorgelijke ontwikkeling. Als het moet inkrimpen weet ik niet of het bedrijf dan nog levensvatbaar is."

Zorgen over zijn eigen bedrijf heeft Blom niet, maar toch is het aanstaande advies van de commissie Remkes volgens hem te eenzijdig. "Er zijn zo veel andere bronnen die stikstof uitstoten. Dit probleem moet niet alleen bij de boeren en de wegen neergelegd worden. Als alle sectoren hierin hun verantwoordelijkheid in nemen heeft dit ook voor iedereen minder impact."

Dirk Bruins, voorzitter van LTO-Noord wil nog niet reageren op de voorlopige uitkomsten van de commissie Remkes.