'Ieders dna is uniek, maar sommige monsters zijn gelijk zeker bij tweelingen'

Dna-onderzoek bij het NFI (Rechten: ANP)
Dna-onderzoek bij het NFI (Rechten: ANP)
Hoe vaak het precies voorkomt is niet duidelijk, maar dat criminele tweelingbroers aan elkaar gekoppeld worden is zeker niet uniek. Dat zegt Rolf Hoving, docent strafrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG).
Vanochtend was de eerste zitting in een rechtszaak waarbij een 25-jarige man uit Zuidlaren verdacht wordt van het verkrachten van een 76-jarige vrouw. De politie kwam de man uiteindelijk op het spoor via dna.
De vrouw had dna onder haar nagels en dat dna gaf een match in de dna-databank van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Het dna kwam overeen met het dna van een man die in 2014 veroordeeld is voor een geweldsmisdrijf.
De man had echter een alibi en kon de vrouw niet hebben verkracht. Uit onderzoek bleek dat de man een tweelingbroer heeft. Die had geen alibi voor het moment van het misdrijf.

'Dna-monster kan goed overeenkomen'

Dat er uiteindelijk een overeenkomst werd gevonden in de dna-databank is volgens Hoving wel logisch. "Het NFI slaat een klein gedeelte van het dna op in de databank en hoewel elk dna uniek is kan dat kleine stukje heel goed overeenkomen met dat van de tweelingbroer."
"Er wordt gekeken naar afwijkingen tussen de verschillende mensen. Kenmerken binnen het dna verschillen en bij familie nemen die verschillen af", weet Hoving. "Hoe dichter bij in de familie de mensen zitten, hoe meer de kenmerken op elkaar lijken. Bij eeneiige tweelingen zit er heel weinig verschil in de verschillende kenmerken binnen het dna."
Het dna van de tweelingbroer, met al dna in de databank, blijft daar nog zo'n twintig jaar staan. Hij is in 2014 veroordeeld voor een geweldsmisdrijf. Mocht de tweelingbroer - die nu voor de rechter staat - worden veroordeeld voor verkrachting, dan zal zijn dna tachtig jaar in de dna-databank blijven staan. Per veroordeling is de bewaartermijn in de dna-databank verschillend.

Hoe het werkt

De technische recherche onderzoekt een plaats delict en neemt monsters dna af. Die monsters gaan naar het NFI en vervolgens wordt er een dna-profiel opgesteld. Het NFI kijkt dan in de dna--databank of er een overeenkomst te vinden is. Mocht die overeenkomst er zijn, dan komt er richting de politie een terugkoppeling.

Criminele tweelingbroers

De meest opmerkelijke zaak die Hoving zich kan herinneren rondom tweelingen ging over twee broers die juist gebruik maakten van het feit dat ze hetzelfde dna hadden. Wanneer er dna gevonden werd en één van de broers was verdacht, dan had diegene altijd een alibi en de andere broer weer niet en vice versa. Pas later kwam de politie er achter dat er al die tijd een criminele tweeling bezig was.

Heb je een nieuwstip, nieuwe informatie óf heb je een foutje gespot? Stuur een bericht, foto of filmpje via WhatsApp of mail de redactie.