Asser uitvinding verbeterde het leven van kettinghonden

Een dierenvriend uit Assen, een zekere mijnheer Koning, haalt in 1933 de Provinciale Drentsche en Asser Courant met een uitvinding om het leven van kettinghonden te verbeteren.
Volgens historisch onderzoeker Henk Luning uit Assen geen overbodige luxe; de kettinghond leidde een bar bestaan. "Er is veel hondenleed door gebrekkige slaapplekken of het geheel ontbreken van een rustplek en sommige honden zijn levenslang geketend met veel te korte en zware kettingen. Er is op dat moment geen enkele wettelijke bescherming voor de kettinghond.”

Dit vlugge loopdier
Maar de protesten zwellen aan. Steeds vaker klinkt de roep om een verbod op de kettinghond. Dierenliefhebber Koning onderzoekt de toestand van kettinghonden in 35 Drentse gemeenten en is geschokt door de ’verschrikkelijke toestanden, waarin nog zooveel kettinghonden verkeeren.’ De Asser Courant van 22 april 1933 betoogt dat 'het geheel in strijd is met den aard van dit vlugge loopdier, om het altijd vast te leggen'.

Vrij heen en weer
Hondenvriend Koning zet in diezelfde krant de voordelen van de looplijn uiteen. Een 10 meter lange lijn van sterk ijzerdraad, gespannen op manshoogte tussen een boom of paal en schuur of huis. Aan de lijn is een ring bevestigd, waaraan weer een dunne ketting hangt, die naar beneden aan de halsband van de hond wordt vastgemaakt. "Over den gehelen afstand van het ijzerdraad kan de ruime ring los heen en weer geschoven worden, zoodat de hond, die met zijn ketting daaraan verbonden is, ook dit eind vrij heen en weer kan loopen", juicht Koning.

Kettinghondenvrij
Henk Luning: "Dit denkbeeld wint terrein, maar het duurt nog wel even voordat het breed in zwang komt. Pas in 1963 wordt de looplijn voor kettinghonden verplicht." Zijn er in 1936 nog 65-duizend kettinghonden in ons land, in 1958 schat het Vrije volk dat er nog zeker 10- tot 20-duizend dieren levenslang aan de ketting lagen. Alleen de provincie Zeeland was kettinghondenvrij; tijdens de watersnoodramp waren er zoveel geketende dieren verdronken dat men er daar voorgoed zijn bekomst van had.

Voldoende bewegingsruimte
Nog in 1971 doet de Groningse inspecteur van de dierenbescherming zijn beklag in het Nieuwsblad van het Noorden over de vele erven waar hij honden in bedroevende omstandigheden aantreft. Vandaag de dag mag een hond nog steeds aan de ketting worden gelegd, al mag hij vanwege het Besluit houders van Dieren daarbij niet belemmerd worden door obstakels. Ook moet de hond ’voldoende bewegingsruimte’ hebben.

Het hele gesprek met Henk Luning wordt uitgezonden in het radioprogramma Drenthe Toen dat wordt uitgezonden op zondag 17 november tussen 14 en 16 uur. Daarna te beluisteren via uitzending gemist en de podcast.
Meer over dit onderwerp:
Gemeente Assen dierenwelzijn honden Assen
Deel dit artikel: