'Geen sprake van ruiming, maar er moet wel betaald worden'

Parochie Maria Hertogin van Drenthe vraagt rechthebbenden van graven op de katholieke begraafplaats in Barger-Compascuum om algehele onderhoudskosten. Volgens jurist Jeroen Gepken van SBZ juristen zou er sprake zijn van ‘dreiging met ruiming’ wanneer de onderhoudskosten niet betaald worden.
Vice-voorzitter van de parochie Henk Kuhl zegt echter dat er geen sprake is van ruiming. “We kunnen en mogen de graven van vóór 2002 niet ruimen, maar er moet wel betaald worden.” 

Grafrecht voor onbepaalde tijd
In 1946 werd het kerkhof bij Barger-Compascuum aangelegd. Dit werd gedaan door vrijwilligers; jongens en mannen ouder dan 18 jaar. Als tegenprestatie kregen zij bij overlijden een grafrecht voor onbepaalde tijd, zonder ervoor te hoeven betalen. “Dit was een mondelinge overeenkomst. Het parochiebestuur heeft nooit een document gevonden waarin dit is vastgelegd”, vertelt Kuhl.  

Vanaf 2002 moesten mensen voor bepaalde tijd grafrechten kopen. 

Algehele onderhoudskosten 
In 2002 werd door het toenmalig bestuur bepaald en vastgelegd in het begraafplaatsreglement dat er onderhoudskosten betaald moesten worden. Dit kwam door een terugloop van inkomsten van de parochie en toenemende kosten op de begraafplaats.

Voor de rechthebbenden van graven van vóór 2002 kwam er toen een overgangsregeling van vijftien jaar. Dat betekende dat deze rechthebbenden pas vanaf 1 januari 2017 algehele onderhoudskosten moesten betalen.  

Vrijstelling van onderhoudskosten  
Jurist Gepken verwijst in Dagblad van het Noorden naar een document van het parochiebestuur uit 2016, waarin staat dat voor graven van vóór 2002 een vrijstelling van onderhoudskosten geldt als er niets aan het graf verandert.  

Volgens Kuhl gaat het hier echter om een ‘intern stuk’, dat nooit officieel is gemaakt. Alle rechthebbenden van graven op de begraafplaats, dus ook de rechthebbenden van graven van vóór 2002, moeten dus de onderhoudskosten betalen.  

Ruimen  
Gepken verwijst op de Facebookpagina van SBZ Juristen naar een aan hem gerichte brief van het parochiebestuur, waarin staat dat de graven geruimd mogen worden wanneer de onderhoudskosten niet betaald worden.  

Volgens Kuhl is daar echter geen sprake van: “Wanneer de onderhoudskosten niet betaald worden, kan de parochie een juridisch incassotraject starten om de kosten alsnog te krijgen.” Ook wanneer dit geen oplossing biedt, kan de parochie volgens Kuhl nog steeds niet overgaan tot ruiming, tenzij er geen rechthebbenden van het graf bekend zijn.  

“Als niemand zich meldt als rechthebbende van het graf gaan de rechten na een jaar over op het parochiebestuur. Dit is bij wet geregeld. De wijze van financieren van de onderhoudskosten zijn dan voor rekening van de parochie”, aldus Kuhl.

Kort geding
Gepken schrijft in een brief aan het parochiebestuur dat hij het bestuur twee weken geeft om te bezinnen, omdat hij anders door middel van een kort geding een verbod tot ruiming zal vragen.