Hoogleraar orthopedagogiek kritisch op overdrachtsformulier peuters gemeente Meppel

Peuters in de gemeente Meppel die niet naar een kinderdagverblijf zijn geweest beginnen op de basisschool nog te vaak met een achterstand volgens onderwijsinstanties in de stad. Daarom is hard gewerkt aan een gezamenlijk overdrachtsformulier met informatie over de kinderen om op tijd aandachtspunten in de ontwikkeling te kunnen vaststellen. Dat formulier wordt ingevuld door de ouders zelf, met hulp van een deskundige.
Onderwijsinstanties zijn samen met de gemeente al een lange tijd bezig met het plan dat straks informatie geeft aan alle basisscholen in de gemeente. Kinderdagverblijven vullen naast de basisgegevens opvallende informatie in zoals bijvoorbeeld het taal- en spraakniveau, de oog-handcoördinatie of hoe het kind omgaat met het uiten van gevoelens.  

Aan de hand van die informatie kan de docent op de basisschool problemen makkelijker oplossen. “We weten dat juist die eerste vier jaar voor kinderen zo belangrijk zijn voor hun ontwikkeling”, legt Herman Langhorst van onderwijskoepel PCB in Meppel uit.

“De interne begeleiders van een school, de mensen die belast zijn met de zorg voor leerlingen, kijken ook al naar de peuterspeelzaal", volgens Langhorst. "Dus die kennen de kinderen al. Maar het komt wel voor dat kinderen die niet bekend zijn bij de school, die op een andere manier opvang hebben gehad of helemaal niet naar een opvang zijn geweest, een achterstand hebben. Dan wil je daar als basisschool meer over weten zodat je daar goed op kan inspelen.” 

Kunnen peuters al wel een 'probleemgeval' zijn?
De gemeente en de instanties zijn blij met het nieuwe protocol, maar op dit plan is ook kritiek. Hoogleraar orthopedagogiek en klinische onderwijskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG), Alexander Minnaert, is bang dat kinderen te snel als ‘probleemgevallen’ bestempeld worden. “We zitten toch in een klimaat waar erg snel gelabeld wordt, waar allerlei etiketten worden geplakt op kinderen. Dat gevaar schuilt er in deze bevraging.”

Het gaat ook om bepaalde dingetjes zoals zindelijkheid. Dat zegt verder niets over de verdere ontwikkeling, maar het is natuurlijk wel erg fijn dat je dat weet
Herman Langhorst - onderwijskoepel PCB


Daarnaast wil hij graag weten wat er wordt gedaan met de informatie. “Wordt er straks ook anders naar dit kind gekeken? Ik denk dat het veel beter is om het gesprek aan te gaan met ouders zodat je ook weet wanneer iets zich voordoet zodanig dat we meer en gegrond weten: is het echt een probleem? Of is het een natuurlijke variatie? Want op die leeftijd weten we dat het ene kind sneller is met de motorische ontwikkeling en langzamer in taal en voor het andere kind is het net omgekeerd.”

Volgens Langhorst is dit bij het protocol niet het geval. Het gaat volgens hem namelijk niet over het signaleren van problemen, maar over het praktisch in kaart brengen van de ontwikkeling. “Het gaat ook om bepaalde dingetjes zoals zindelijkheid. Dat zegt verder niets over de verdere ontwikkeling, maar het is natuurlijk wel erg fijn dat je dat weet. Kijk, als je weet dat een kind nog niet zo'n grote woordenschat heeft, dan kun je daar extra aandacht aan besteden, maar stempeltjes geven al op die leeftijd willen we absoluut niet.” 

We moeten daarom niet zomaar die gegevens van de toets of overdrachtsformulier als waarheid bestempelen
Alexander Minnaert - Hoogleraar aan de RUG


Minister Van Engelshoven van Onderwijs besloot op basis van onderzoek eerder al alle verplichte kleutertoetsen af te schaffen. Er zou namelijk nog te veel in de ontwikkeling van peuters veranderen. “We moeten daarom niet zomaar die gegevens van de toets of overdrachtsformulier als waarheid bestempelen”, gaat Minnaert verder.  

Leerlingen weigeren
Wettelijk mogen scholen leerlingen niet weigeren, maar volgens Minnaert kan het wel zo zijn dat de overstap naar Passend Onderwijs sneller aangemoedigd wordt. “Ik vrees dat door het systematisch inventariseren dit kan toenemen. De kans is groter. Als je dingen gaat vastleggen dan kan men zeggen: dit kind heeft zoveel problemen in termen van gedrag of we willen niet dat zoveel mensen aangemeld zijn met dit probleem, laten we dat dan maar doorsturen naar een andere school. Dat soort golfbewegingen tussen scholen is eigenlijk niet wenselijk.”

Maar helemaal tegen het protocol is Minnaert niet. “Ik ben er ook voorstander van om zo snel mogelijk te kijken naar wat een kind nodig heeft en hoe kunnen we dat zo goed mogelijk ondersteunen, maar de vraag is: is een vragenlijst de beste methode om dit te weten te komen?”

Volgens Langhorst is er ook altijd nog een intake-gesprek met de ouders voordat de peuter naar school gaat. Bovendien biedt de AVG ouders de mogelijkheid niet alle informatie met de school te delen. “Als er dan af en toe een leeg formulier is, dan weet je ook dat je als docent nog eens goed moet kijken. Dan is er ook het gesprek bij de intake op school nog, dus dan komt daar de informatie wel boven.”

Nieuw is het initiatief niet. Meerdere gemeenten in de buurt waaronder de gemeente Westerveld en de gemeente Zwolle werken al met soortgelijke overdrachtsformulieren. Het protocol van de gemeente Meppel staat nu vast, het overdrachtsformulier wordt nog wel ieder jaar geëvalueerd.