Omwonenden bollenboeren en lelietelers vinden dat provincie aan zet is

Een pilot van de provincie Drenthe en het Rijk voor de vermindering van gewasbeschermingsmiddelen is er nog niet. Na een lang debat in Provinciale Staten werd bekend dat áls die pilot er komt, dat die vrijwillig is.

Een stoet aan insprekers, vooral vanuit de gemeente Westerveld, trok vandaag voorbij in Provinciale Staten over die middelen. Het waren vooral veel tegenstanders die hebben het over landbouwgif. Voorstanders hebben het over noodzakelijke gewasbeschermingsmiddelen.

'Provincie moet ingrijpen'

Westerveld is de gemeente waar twintig jaar geleden de eerste bloembollen- en lelietelers zijn begonnen. Nu zitten ze overal. In Westerveld viel er zelfs een college van burgemeester en wethouders over de gewasbeschermingsmiddelen. De partijen staan in Westerveld lijnrecht tegenover elkaar, zo merken onderzoekers Martha Buitenkamp en oud-dijkgraaf Marga Kool in het onderzoek Uitgesproken.

Die titel kun je op drie manieren uitleggen. Eén daarvan is dat partijen niet meer met elkaar praten. Dat werd duidelijk uit de inwoners die inspraken in Provinciale Staten. Daarom had D66-fractievoorzitter Anry Kleine Deters het onderwerp op de agenda van de Staten gezet. De provincie is aan zet om in te grijpen, vindt ze.

Jumelet: 'Onacceptabel dat partijen tegenover elkaar staan'

"Van het nieuwe college van de gemeente Westerveld hoeven we voorlopig niks te verwachten", voorspelt mevrouw Kolthof van de Omwonenden Noord Lheeder Es Lhee Dwingeloo. De insprekers maken zich zorgen over de schimmigheid waarmee een pilot voor de vermindering van de middelen volgens hen omgeven zou zijn. Maar die pilot is nog niet gestart, zegt gedeputeerde Henk Jumelet. Ook Jumelet vindt het onacceptabel dat in Westerveld partijen lijnrecht tegenover elkaar staan en er geen oplossing lijkt te komen.

De pilot is vrijwillig. Een aantal partijen in de Staten, zoals de Partij voor de Dieren, verwacht er niet veel van. Omdat het vrijwillig is, kan er niks worden afgedwongen, zo stelt de partij. Kleine Deters (D66) wil dat er in de Provinciale Omgevingsverordening spuitvrije zones worden vastgelegd. De PvdA wil dat er strenge regels komen voor bodemgebruik.

Tranende ogen en brandende keel

Volgens inspreker De Graaf staan omwonenden en boeren op sommige plekken zó tegenover elkaar, dat telers de omwonenden niet eens meer waarschuwen als ze gaan spuiten. Zoals bij de woning van zijn familie. Dat gebeurt volgens hem vier keer per week op nog geen dertig meter afstand. "Dan zitten we met kinderen en vrienden te eten in de tuin. Je krijgt tranen in je ogen en een brandende keel. Dan weet je het: kinderen naar binnen en het eten op tafel kun je weggooien. Ramen en deuren doen we dicht. Maar dat wil je doen voordat het spuiten begint."

Het spuitseizoen duurt tegenwoordig van februari tot september, concludeert De Graaf. Los van de directe neerslag in hun tuinen maken de omwonenden zich ook zorgen over de verspreiding van de gifstoffen. De Graaf: "Die kunnen wel drie kilometer verwaaien en negentig dagen blijven hangen."

Boven een bepaalde windsterkte mogen de boeren niet spuiten, maar gebeurt dat volgens omwonenden wel. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit constateert de overtreding, maar kan niks doen, zeggen omwonenden. Volgens LTO Noord-voorman Jan Bloemerts -ook inspreker- kan de NVWA gewoon handhaven als boeren toch spuiten bij harde wind, want dan zijn ze in overtreding.

Onvoldoende onderzoek

Veel inwoners die vlak bij een bollen- of lelieveld wonen, willen snel aanvullend en beter onderzoek naar de mogelijke schadelijkheid van de gebruikte stoffen. Een onderzoek van het RIVM wees uit dat de stoffen zijn gevonden in urine van mensen en in de lucht, maar dat die hoeveelheden nog onder de schadelijke norm zitten. Toch sluit het RIVM gevaar voor de volksgezondheid niet uit.

Dan is er nog het het Onderzoek Bestrijdingsmiddelen en Omwonenden. Daarmee vegen tegenstanders de vloer aan. "Er is maar op één middel onderzocht. Bollenboeren spuiten niet met één middel. In het eigen onderzoek van Meten=Weten zijn 51 verschillende middelen aangetroffen."

Rob Crispijn van Meten=Weten vult aan: "Niemand weet welke stoffen samen een versterkende werking hebben. De chemische industrie heeft geen belang bij cumulatief onderzoek naar middelen. Ondertussen zien wij het aantal insecten afnemen. Er zijn middelen aangetroffen in moestuinen en in Natura 2000-gebieden. Ook zijn er sterke aanwijzingen dat gewasbeschermingsmiddelen tot parkinson kunnen leidden. De effecten bij kleine kinderen zijn ook bekend: groeistoornissen en lager IQ."

'Boeren werken hard aan het verminderen'

Volgens Bloemerts van LTO Noord werken de boeren hard aan het verminderen van de gewasbeschermingsmiddelen. "Boeren willen voor 2030 een duurzame teelt. Op de proefboerderij in Valthermond en een proefveld bij Vledder werken we daar hard aan, samen met de universiteit van Wageningen. Wij willen een gezonde teelt en een gezonde leefomgeving. We onderschrijven de uitkomsten van het rapport Uitgesproken."

Partij voor de Dieren-Statenlid Renate Zuiker werpt hem voor de voeten: "U onderschrijft het rapport en u wil geen extra regels in Drenthe?" Bloemerts: "Wij willen geen extra provinciale regels, vooruitlopend of bovenop landelijke regels."

'Maak afspraken over spuitvrije zones'

Sterk Lokaal-Statenlid Alfred Schoenmaker deed een heel pragmatisch voorstel: "Maak in de pilot harde afspraken over spuitvrije zones. De provincie moet de boeren betalen voor het verlies aan inkomsten. Doe dat voor twee jaar, in afwachting van verder onderzoek en definitieve wetgeving."

PvdA-Statenlid Peter Zwiers wil graag dat boeren de almaar verder groeiende bollen- en lelieteelt in Drenthe omzetten naar voedselproductie. Jan Bloemerts reageert: "Die keuze is aan teler zelf, maar als er een betere prijs voor voedselproductie wordt betaald gaan boeren misschien omschakelen."

Voor D66-fractievoorzitter Kleine Deters is de winst van het drie uur durende debat dat de problematiek van de gewasbeschermingsmiddelen voor het eerst goed gesproken is in Provinciale Staten. Omwonenden die tegen het gebruik daarvan zijn, geven aan dat ze gehoord worden. Daarmee doen Provinciale Staten - zo vinden ze - in ieder geval wat de gemeente Westerveld nalaat.

Lees ook: