Landsadvocaat: ‘Geen deal tussen justitie en drugscrimineel uit Meppel’

Er is geen bewijs dat officieren van justitie de Meppeler drugscrimineel Ivo J. hebben beloofd dat hij na zijn veroordeling tot drie jaar cel, niet meer de gevangenis in hoefde. Dat zei landsadvocaat Cécile Bitter vandaag namens de Staat bij de rechtbank in Den Haag. Ook is J. in die drugszaak met de naam Maggiora volgens haar niet als dealgetuige gebruikt.

Ivo J. (30), die op 8 januari de gevangenis in moet om de laatste tien maanden van zijn celstraf uit te zitten, beweert het omgekeerde. Daarom sleepte hij vandaag de Staat voor de rechter. De Meppeler was betrokken bij een drugsbende die tussen 2013 en september 2015. Hij was de rechterhand van hoofdverdachte Saied H., die acht jaar gevangenisstraf kreeg.

Geheime verklaringen

J. legde na zijn arrestatie veertig verklaringen in de Maggiora-zaak af, waarmee hij het Openbaar Ministerie enorm hielp en zelf zijn leven riskeerde, waardoor hij maandenlang moest onderduiken. Ook legde hij in het geheim verklaringen af over andere misdrijven. Zowel de landelijke officier Getuigenbescherming, die dat onderzoek leidde, als de officier in de zaak Maggiora beloofde hem te matsen in ruil voor zijn hulp, stelt J.

"Mijn cliënt is tijdens het onderzoek bejegend als een dealgetuige, maar wordt nu met een kluitje in het riet gestuurd. Hij wordt bedankt voor de bewezen diensten en kan gaan zitten", aldus J.'s advocaat Bert Kortz.

Niks op papier

Volgens landsadvocaat Bitter heeft het OM voor de strafzaak, die in juni 2017 in Assen diende, wel met J. onderhandeld over een deal, maar is die er nooit gekomen. Ze benadrukte dat er ook geen afspraken op papier staan. "En zelfs als hij wel zou moeten worden gezien als een dealgetuige, wil dat niet zeggen dat hij geen straf hoeft uit te zitten. Ook deal-of kroongetuigen moeten hun straf ondergaan als ze worden veroordeeld", zei Bitter.

Volgens Kortz wijst de lage strafeis van 3,5 jaar cel, die het OM destijds op tafel legde ook op afspraken met justitie. Volgens Bitter kwam die eis er omdat J. zo goed heeft meegewerkt en vanwege de extreme gevolgen die dat voor hem had: zijn leven was in gevaar.

'Staat kan dit niet beloven'

Kortz stelt dat uit mailwisselingen tussen J. en de twee officieren blijkt dat er wel degelijk een deal was, maar Bitter spreekt dat tegen. De landsadvocaat las stukken uit app-gesprekken voor, die J. had met de officier Getuigenbescherming. De Meppeler, die in hoger beroep was gegaan, appte de officier een jaar na zijn veroordeling dat hij dat beroep zou intrekken als hij zijn straf in twee delen zou mogen uitzitten: één deel in 2020 en één deel in 2021.

"Die afspraak is op papier gezet en kort daarop is het hoger beroep ingetrokken", aldus Bitter. "Nergens blijkt uit dat J. uitging van een eerdere toezegging dat hij zijn straf helemaal niet hoefde uit te zitten." Volgens haar kan het OM zulke dingen ook niet beloven. "De Staat is verplicht straffen die de rechtbank oplegt uit te voeren. Het is niet aan het OM om dat teniet te doen."

Volgens de afspraak moet J. nu vanaf 8 januari tot half juni de cel in. Het tweede deel volgt volgend jaar. Of de straf van tafel gaat, beslist de rechter in Den Haag op 23 december.

Deel dit artikel: