Hoe de brandweer steeds meer vat probeert te krijgen op natuurbranden

natuurbrand Appelscha
Bij een 'nockdown' probeert de brandweer het vuur in beginstadium te blussen © Noordernieuws
Afgelopen vrijdag was het voor eerst dit jaar raak: een veenbrand legde naar schatting zo'n 6 tot 8 hectare van natuurgebied Paaskamp in Witten in de as. Nu het droogteseizoen voor de deur staat, zal de brandweer waarschijnlijk vaker moeten uitrukken om natuur te redden van een vlammenzee. Hoe gaat de hulpdienst daarbij te werk?
Een natuurbrand is onvoorspelbaar, zegt Berend Stenveld uit Annen. Hij is medewerker risicobeheersing bij de Veiligheidsregio Drenthe. Veelvuldig houdt hij zich bezig met natuurbranden, met als doel deze zo goed mogelijk te bestrijden als het onheil daar is. Maar onvoorziene omstandigheden maken het werk moeilijker. De wind die plots draait, vrijkomende stoffen of wat te denken van het vuur op een onbereikbare plek? Een natuurbrand is wat betreft complexiteit niet te vergelijken met bijvoorbeeld een woning in lichterlaaie.
Toch heeft Stenveld goed nieuws: de brandweer is beter geworden in het blussen van branden in de natuur. "We doen meer oefeningen", zegt hij. "En dat werpt zijn vruchten af."

Gevaar voor de provincie

De Veiligheidsregio Drenthe (VRD) beseft dat natuurbranden een groot gevaar vormen voor de provincie. Natuurgebieden zitten bijvoorbeeld dicht bij landbouw en recreatie. Trainen - dat doet de VRD naar eigen zeggen met vele partners - voor als het moment daar is, is belangrijk, vindt de veiligheidsregio. Minstens één keer per jaar, maar liever nog vaker.
Het belang van oefenen kreeg begin dit jaar nog wat meer urgentie vanwege een alarmerend rapport van het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV). Onderzoekers stelden dat Nederland steeds vaker met intense branden te maken krijgt die niet meer zijn te blussen en pas stoppen als er geen brandstof meer is. Dit zal leiden tot een grotere impact op 'gezondheid, welzijn, natuur en economie', voorspelden de onderzoekers. Volgens hen neemt, doordat droogte en warmte elkaar versterken, het natuurbrandrisico sneller toe dan het klimaat verandert.
Bij de brand van vrijdag in Witten wist de brandweer erger te voorkomen. Maar met het rapport van het NIPV in het achterhoofd vindt de veiligheidsregio het handelen van vrijdag geen enkele garantie voor de toekomst.

Liever het veld niet in

Mocht straks bij de brandweer wederom een melding binnenkomen van een fik in de natuur, dan is dat in eerste instantie een 'middelbrand'. Dat betekent dat twee brandweervoertuigen en een waterwagen naar de plek van het vuur gaan. Zij krijgen de opdracht voor een 'knock down'. Brandweerlieden proberen het vuur in beginstadium te blussen.
Maar soms blijkt de brand daarvoor te groot. Slaagt een knock down niet, dan wordt opgeschaald naar 'grote brand'. In dat geval komt er een peloton voertuigen bij: vier wagens die speciaal uitgerust zijn voor de bestrijding van vuur in de natuur. "Deze kunnen rijdend blussen", zegt Stenveld. "Bovendien hebben de wagens een grote watertank en kunnen ze eventueel het terrein op. Dat wil je liever niet, want het gaat om veengebied. Voor je het weet zit je vast en brandt ook je voertuig uit."
Met het peloton komen ook nog twee waterwagens mee en hebben twee officieren van dienst de leiding. In totaal zijn bij een grote brand negen wagens aanwezig. Drenthe heeft de beschikking over acht wagens (twee pelotons) die speciaal toegerust zijn op natuurbranden. Deze staan verspreid over Drenthe.
De veiligheidsregio heeft de wagens nog niet zo lang in bezit, maar het voordeel ervan is merkbaar. Stenveld: "Je hebt meer slagkracht. Je kunt bijvoorbeeld gaan pendelen, rondjes rijden. En je kunt een waterwagen als bufferwagen neerzetten."

Concentratie

Bij Paaskamp kwam vrijdag, toen het vuur onder controle was, bij daglicht de zogeheten 'handcrew' naar de plek van het onheil. Dit is een team van twintig brandweermensen dat met handgereedschappen te voet het veld ingaat. Deze hulpdienst kwam uit Overijssel, ook het Zuiden van Nederland heeft zo'n team. Het is niet nodig dat een aparte handcrew voor Drenthe in het leven wordt geroepen, vindt Stenveld. "Dat zou veel geld kosten", zegt hij. "Pas als er iedere week een natuurbrand is, is zo'n team apart voor de provincie misschien rendabel."
Dat is echter niet het belangrijkste argument. De veiligheidsregio laat weten dat de handcrew pas komt wanneer een brand in principe geblust is. De opkomsttijd hoeft daarom niet heel kort te zijn. Volgens de VRD is het slimmer om de kennis en kunde te concentreren in een specialistisch team voor meerdere regio's.
(Tekst gaat verder onder de foto)
Paaskamp, natuurbrand
De Paaskamp na de brand © Persbureau Meter

Honderden meters stoplijn

De brandweer kreeg het vuur in Witten relatief snel onder controle. Hoewel meerdere hectares waren zwartgeblakerd, is door brandweerlieden uitbreiding van het vuur voorkomen door zogeheten 'stoplijnen' aan te leggen. Er wordt dan een kletsnatte lijn aangebracht, met als doel de vlammen op dat punt tegen te houden.
Stoplijnen zijn belangrijk in de bestrijding van natuurbranden. Deze worden door schuimblusvoertuigen geplaatst. De wagens hebben een tank waar 14 kuub water in kan. "Daardoor kunnen we snel een stoplijn maken van een paar honderd meter. Dan hopen we dat het vuur daar doodloopt."

Jeneverbessen

Waar de stoplijn precies wordt gelegd, is nog niet zo makkelijk. De brandweer wil natuurlijk dat deze zo dicht bij het vuur komt te liggen om zo hectares natuur te redden. Maar er moet niet alleen genoeg tijd zijn om de lijn aan te leggen, voorwaarde is ook dat de wagen naar de plek toe moet kunnen rijden. Daarom wordt vaak gekozen voor wat bredere zandwegen. En dan hebben natuurbeheerders ook nog zo hun wensen. "Zij willen bijvoorbeeld graag de jeneverbessen behouden. Dat snappen we, maar dan moeten we er wel met ons voertuig bij kunnen."
Normaal gesproken wordt de stoplijn gelegd in de richting van de wind. Maar het komt regelmatig voor, zegt Stenveld, dat de wind tijdens de brand opeens draait. "Een behoorlijke brand creëert zijn eigen wind door het aanzuigen van zuurstof. Een natuurbrand is de gevaarlijkste brand die er is. Heb je een woningbrand, dan blijft het vuur over het algemeen in de woning, maar een brand in de natuur kan snel uitbreiden. Deze onvoorspelbaarheid maakt dat we liever niet het veld ingaan. Dat is te gevaarlijk."

Heb je een nieuwstip, nieuwe informatie óf heb je een foutje gespot? Stuur een bericht, foto of filmpje via WhatsApp of mail de redactie.