Leven en werken van Drentse grensbewoners

Eeuwenlang werkten, woonden en trouwden de noordelijke en Duitse grensbewoners met elkaar. Religie en sociaal-economische verschillen waren sterker dan de grens. Men sprak elkaars dialect en men begreep elkaar. Politiek en oorlogen veranderden dat.

"Als ik in de slaapkamer sta, kijk ik naar Duitsland. Duitsland is letterlijk mijn achtertuin. In de wetenschappelijke literatuur las ik heel veel over de Tweede Wereldoorlog, maar dan ging het altijd over het westen of het midden van het land. Ik wilde schrijven over de noordelijke grensstreek, want ik ben een noorderling."

Dat vertelt Dirkje Mulder-Boers uit Coevorden. "Ik begin in Beerta, de eerste plek die echt een landsgrens heeft. Dan volgen Nieuweschans, Bellingwolde, Vlagtwedde, Emmen, Schoonebeek en Coevorden. Dus zeven vooroorlogse gemeenten." Het boek heet: De grens getrokken. Noord-Nederlandse grensbewoners tussen 1914-1964. Aankomende donderdag hoopt Mulder ook op haar onderzoek te promoveren aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Grenssteen in de buurt van het Duitse Twist (foto: RTV Drenthe / Lydia Tuijnman)

Mensen wisten niet eens waar de grens lag"
Dirkje Mulder-Boers

Land aan de andere kant

"In dit gebied zit je met de drooglegging van de Dollard, waardoor de grens steeds verder uitbreidde, en het Bourtanger Moeras. Daar stonden enkele grensstenen. Verder was er eigenlijk niks. De mensen wisten niet eens waar de grens was. In 1824 hebben het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Hannover een grens getrokken: een rechte lijn door het Bourtanger Moeras. Het hield in dat mensen die ineens grond aan de andere kant van de grens hadden, die grond gewoon mochten houden. Dat is ook vastgelegd in het traktaat van 1824. Over dat traktaat is in de jaren na de Tweede Wereldoorlog heel wat te doen geweest."

Stalraampjes tellen

Mensen leefden, werkten én trouwden over de grens. Dirkje Mulder: "Je ziet aan beide kanten van de grens dezelfde namen voorkomen. Voor de bewoners waren interne grenzen veel belangrijker: de religieuze en sociale verschillen. Er zijn uitspraken als: je kunt beter met een katholiek meisje van over de grens trouwen dan met een protestants meisje uit het eigen dorp."

Het waren ook de sociaal-economische omstandigheden die telden. "Ik ken zelf van vroeger nog wel de uitdrukking: 'Je moet wel eerst even de stalraampjes tellen', want je moet wel bij elkaar passen. Ook de Duitse stalraampjes", lacht Mulder. "In de noordelijke grensstreek hadden de mensen allemaal dezelfde cultuur. Ze spraken hetzelfde dialect en kenden dezelfde economische omstandigheden."

Eerste Wereldoorlog

In 1914 verandert er van alles. "Ook al was Nederland neutraal, de Eerste Wereldoorlog speelde hier wel terdege, omdat er aan van alles gebrek was. In de noordelijke grensstreek had je echte voedsel-oproeren. Veenarbeiders hadden alleen nog maar een beetje staatsvet met aardappelen, en dan moest je hele dagen in het veen werken. De Nederlandse regering heeft alleen al voor de veenarbeiders drie keer het rantsoen verhoogd. En je kon de oorlog ook horen. Vlak over de grens had je de Krupp-fabrieken, waar het zware geschut werd getest. Dat ging zover dat in Nederland de ramen in de sponningen trilden." De oorlog leverde een ideale voedingsbodem voor smokkel.

Erica: 'Een zestal smokkelaars aangehouden'. Provinciale Drentsche en Asser courant 24 sept. 1915 (foto: Delpher)

Smokkel

Mulder: "Smokkelen bestaat bij de gratie van een grens. Tijdens de oorlog was er een groot gebrek aan van alles in Duitsland en dat leverde geld op. Het ging vaak lopend, met rugzakken en smokkelvesten. Over en weer. Er werd ook vee naar Nederland gesmokkeld, soms ook complete veestapels. Zelfs jonge biggetjes, met groene zeep in de mond, zodat ze geen lawaai maakten 's nachts. Wat ik opvallend vond, was dat de noorderlingen best een beetje trots waren op de smokkelaars en het stoer vonden om de commiezen (douanebeambten, red.) voor de gek te houden."

Zo werden commiezen naar binnen gelokt voor een borrel of een kop koffie, zodat ingeseinde smokkelaars hun gang konden gaan. "Dat is een groot verschil met Limburg, waar ook veel gesmokkeld werd, maar waar de commiezen als uitschot zijn behandeld. Dat was hier niet zo, en dat vind ik wel fijn van de noorderlingen."

Tweede Wereldoorlog

"Toen Duitsland in september 1939 Polen binnenviel, is de grens afgesloten met prikkeldraad. Dat betekende je niet meer naar familie over en weer kon. Het opvallende hierbij is dat grensbewoners zich voor de komst van de nazi's niet zoveel aantrokken van die grens. Toen de nazi's aan de macht kwamen, werden ze steeds banger om de grens over te steken. Als je nagaat dat je aan de Nederlandse kant van de grens de kampen kon zien van het Emsland, dat je de zwaarbewapende bewakers zag die mensen bewaakten, mishandelden en dreven tot onmenselijke arbeid... Of mensen die vluchten naar Nederland en werden beschoten worden door SS'ers. Ze ervoeren de intimidatie. Ook al kon je hier en daar de grens over, mensen deden dat steeds minder."

Verwerking

"Ik heb mensen gesproken die in de jaren 20 zijn geboren, maar de meesten komen uit de jaren 30 en hebben de Tweede Wereldoorlog dus meegemaakt. Gelukkig wisten ze ook veel van hun ouders, want er wordt toch wel veel gesproken in Nederlandse gezinnen. In Duitsland is dat anders als het over de Tweede Wereldoorlog gaat. Daar zit zoveel verschil tussen. De Duitsers wilden de oorlog vergeten, want dat was zo'n zwarte bladzijde, terwijl de Nederlanders er elk jaar bij stil stonden, met het herdenken van de doden en het vieren van de bevrijding. Ik heb Duitsers gehoord die vertelden: 'We zijn altijd welkom, behalve op 4 en 5 mei'."

Het hele gesprek met Dirkje Mulder-Boers wordt uitgezonden in Drenthe Toen, op Radio Drenthe, zondagmiddag 12 januari, van 14.00-16.00 uur. Daarna terug te luisteren als podcast en via uitzending gemist.

De grens getrokken. Noord-Nederlandse grensbewoners tussen 1914-1964 wordt uitgegeven door Koninklijke van Gorcum in Assen. We mogen een boek verloten. Kans maken? Mail naar drenthetoen@rtvdrenthe.nl.