'Oorlogsverhaal moet bij beleefwereld van jongeren aansluiten'

Veertien organisaties in Nederland deden de afgelopen twee jaar onderzoek naar de kwaliteit van het onderwijs rondom de Tweede Wereldoorlog. Eén van de conclusies: het verhaal moet meer vanuit de huidige beleefwereld van jongeren worden verteld.

Het is een continue puzzel: hoe spreek je de jongeren van nu aan? Hoe zorg je dat tentoonstellingen aanspreken? En hoe houd je in de toekomst, ondanks de vergrijzing, je hoeveelheid vrijwilligers op peil? Met deze vraagstukken onder de naam Kwaliteits Impuls Educatie (KWIE) hebben veel herinneringscentra in Nederland te maken. Daarom besloten ze samen te werken. Ook Herinneringscentrum Kamp Westerbork nam er aan deel. "We willen voorkomen dat we allemaal los van elkaar het wiel moeten uitvinden en hopen ook als organisaties gemeenschappelijk naar buiten te kunnen treden", vertelt Christel Tijenk, hoofd educatie bij Herinneringscentrum Kamp Westerbork.

'What's in it for me?' belangrijk

In eerste instantie richt het onderzoek zich op beleid. Maar volgens Tijenk hebben de conclusies wel veel gevolgen voor hoe het op de werkvloer gaat. "We hebben nu nog een luxepositie in die zin dat we niet aan de vraag, de hoeveelheid klassen die hier willen langskomen, kunnen voldoen. We zitten vol. Maar straks in een nieuw museum hebben we wel meer ruimte voor schoolklassen en we moeten ons wel behoeden voor de toekomst."

De organisaties hebben zelf succesformules uitgewisseld, maar ook input van andere landen gekregen. "Zo hebben we gekeken naar Vlaanderen en de aanpak rondom de verhalen van de Eerste Wereldoorlog", vertelt Tijenk. "Wat zij goed doen is dat ze niet beginnen bij 1914, maar bij 2020 en de leerling van nu. De: 'What's in it for me?'"

Disney

Een terugkomend thema voor Herinneringscentrum Kamp is de bekende uitspraak van oud-directeur Dirk Mulder 'het moet geen Disney worden'. Waarmee wordt bedoeld dat de beleving bij een thema als holocaust maar tot een bepaalde grens kan gaan.

Het onderzoek stelt ook volgens Tijenk dat het persoonlijke verhaal van een slachtoffer of kampoverlevende daarom erg belangrijk is. "We kunnen van een school uit Zeeland niet verwachten dat ze naar ons herinneringscentrum afreizen. Ze hoeven dat ook niet te doen want vaak zijn in hun eigen omgeving ook sporen van de Tweede Wereldoorlog te vinden die leerlingen ook nog eens meer aanspreken. We zoeken daarom vaak per klas een voorbeeld uit hun woonplaats. De nieuwe handvatten zijn erg gericht op 'burgerschap' als nieuw vak."