Hoeveel ooievaars overwinteren in Drenthe?

Blijven er dit jaar net zoveel ooievaars in Nederland als vorig jaar in de winter? STORK (Stichting Ooievaars Research & Knowhow) houdt komend weekend een telling. Met de gegevens die tijdens deze jaarlijkse wintertelling worden verzameld, hoopt de stichting meer inzicht te krijgen in het trekgedrag van deze vogel.

Van alle ooievaars in Nederland trekt circa tweederde naar Afrika en Zuid-Europa om te overwinteren. Er is in de winter namelijk meer voedsel te vinden in warmere landen. Maximaal dertig procent van de ooievaars riskeert de lange reis niet en blijft in Nederland. Ooievaars eten met name regenwormen, insecten, slakken en soms mollen en muizen. Daar kan de vogel niet bij als we een koude winter hebben en de bodem bevroren is. Hoe deze ooievaars overleven, en of er veranderingen zijn in het trekgedrag, daar doet STORK onderzoek naar.

Vorig jaar werd de grootste groep ooievaars in Nederland in het Reestdal geteld: 108. Daar is ook het ooievaarsbuitenstation De Lokkerij, in De Wijk. Zijn er dit jaar meer of minder? Dat zal de telling komend weekend uitwijzen. Iedereen kan meedoen en waarnemingen doorgeven.

Op zoek naar voedsel

Annemieke Enters en Wim van Nee van STORK publiceerden deze maand 'Ooievaars op trek'. Daarin staat dat ooievaars bij kou op zoek gaan naar alternatieve voeding: 'In zachte winters blijven ooievaars graag in de buurt van hun broedplek. Ze kennen de omgeving en ze weten waar hun voedselbronnen zijn. Als de winter strenger wordt, dan zoeken ze meer gegarandeerde voedselbronnen. Dit kan zijn bij dierentuinen of bij (voormalige) ooievaarsstations. De laatste jaren worden steeds vaker ooievaars gezien bij milieustraten. Hier wordt dagelijks afval aangevoerd en verwerkt en dat levert kennelijk voedsel op.'

Zie ook: In september 2019 zagen we een zwarte ooievaar in Tynaarlo.

Meer over dit onderwerp:
ROEG! Natuurnieuws ooievaar
Deel dit artikel: