Het mysterie van het Sint Antoniusgilde in Dwingeloo

Vandaag is het Sint Anthonie. Dan wordt in Hotel Wesseling de zogenaamde 'boterpacht' geïnd door twaalf broeders van het Sint Antoniusgilde. Dat gilde bestaat uit twaalf mannen die al sinds 1600 boter innen van inwoners van Dwingeloo.

Het gaat om een oude traditie. Op de website van het Drents Archief staat daarover het volgende te lezen:

Elk jaar op Sint Anthonie (17 januari) komen de broeders van het eeuwenoude Sint-Anthoniusgilde uit Dwingeloo bijeen voor hun jaarlijkse vergadering. Was het gilde oorspronkelijk een liefdadigheidsinstelling ten behoeve van de plaatselijke armen, tegenwoordig is het gilde ook hulpvaardig bij sociaal-maatschappelijke projecten.

De oudste documenten dateren van 1632 toen een nieuwe administratie werd aangelegd nadat de oude boekhouding in vlammen was opgegaan bij een dorpsbrand. In het gildeboek staat een opsomming van eigendommen, aflosbare en niet aflosbare pachten, de notulen en de opgaven van inkomsten en uitgaven.

Van de diverse pachten is de boterpacht, die rust op het voormalige schultehuis in Dwingeloo, toch wel de opmerkelijkste. Droeg de eigenaar van het schultehuis aanvankelijk een klomp boter van acht pond in één geheel af, tegenwoordig ontvangen de broeders 16 pakjes verse roomboter. En net als vroeger wordt de boter ook nu nog uitgedeeld aan behoeftige huisgezinnen of personen in de voormalige gemeente Dwingeloo. Het Drents Archief bewaart een kopie met transcriptie van het oudste register.

Het gilde bestaat uit louter mannen. 'Broeders' noemen ze zichzelf. "De toetreding tot het Sint Antoniusgilde gaat niet zomaar", vertelt Egbert Muggen. Muggen zit sinds 2005 bij het gilde. "Je moet binnen de gemeentegrenzen wonen en je moet familie zijn van het gildelid dat opgevolgd wordt. Als we niemand kunnen vinden gaan we terug in de bloedlijn van die familie. Het is weleens voorgekomen dat we uiteindelijk in het Drents Archief belandden."

Nieuw lid

Vandaag is een bijzondere dag, want er treedt een nieuw lid toe. In een besloten vergadering besluiten de broeders wie het wordt. Ook dat gaat heel bijzonder in zijn werk. "De twee jongstgedienden halen de voorgestelde kandidaat op van huis." Muggen weet nog goed hoe hij in 2005 werd opgehaald. "Ik stond het dak te repareren."

Geheel vrijwillig is het dus niet. "Het is juist een eer", zegt de nieuw aangetreden Gert-Jan Offerein. Hij was gelukkig thuis toen hij werd opgehaald. Opvolging voor Offerein is lastig: hij heeft enkel dochters. "Maar ik heb wel een hele leuke schoonzoon", lacht hij. "Die kan zijn borst natmaken!"

Erfenis

Aan het einde van de middag wordt de boter geïnd. Een van de mensen die maar liefs twaalf pakjes boter brengt is Michiel Masselink. Hij woont in het Schultehuis. "We hebben het huis 15 jaar geleden gekocht en het is een bijzonder pand. De Schulte was vroeger zo'n beetje de belangrijkste man van het dorp: hij was rechter en hoofd van de politie. De notabelen van het dorp kwamen hier. Het Schultehuis was het centrum van het dorp."

Pacht

Toen de Masselinks het huis kochten, bleek bij de notaris er ook een bijzondere regeling bij te horen. "Bij het huis hoort de boterpacht. We moeten elk jaar acht pond boter betalen als pacht aan het Sint Antoniusgilde. Ik krijg een handgeschreven kaart en dan word ik geacht op een bepaald tijdstip te verschijnen. En als je dan binnenkomt, zitten er twaalf mannen en mag je de pacht overdragen. Het gaat heel officieel. Je doet het omdat het traditie is, en de boter komt weer goed terecht."

Het is de enige pacht die nog in natura wordt betaald. "We doneren alle boter aan de voedselbank", besluit Muggen.

Lees ook:

Deel dit artikel: