179 broeders Sint-Antoniusgilde in Dwingeloo in kaart gebracht, maar raadsels blijven bestaan

De complete geschiedenis van het Sint-Antoniusgilde in Dwingeloo zal nooit helemaal boven water komen. Over het met mysteries omhulde genootschap staat gewoonweg te weinig op papier. Maar waar mogelijk, wordt de geschiedenis stukje voor stukje in kaart gebracht.

Wie richtten het Sint-Antoniusgilde? Wanneer? En waarom? Op die vragen probeert dorpshistoricus Erwin de Leeuw ooit een antwoord te vinden, maar de kans is klein dat het hem lukt.

Het Sint-Antoniusgilde is een eeuwenoude liefdadigheidsorganisatie in Dwingeloo. Vernoemd naar de heilige Antonius van Egypte, die rijk geboren werd, maar al zijn bezittingen aan armen afstond om als kluizenaar te gaan leven. Vandaag, 17 januari, is zijn naamsdag en dus is het een bijzondere dag voor het gilde dat zijn naam draagt.

Boter en geld

Het Dwingelder gilde bestaat uit twaalf broeders. Zij kwamen vandaag in Hotel Wesseling bijeen om onder andere boter en geld te innen. De bewoners van het Schultehuis aan de Brink in Dwingeloo moeten namelijk de boterpacht betalen: 16 pakjes roomboter, gelijk aan de acht pond boter die vroeger in een klomp werd overhandigd.

De pacht op Havezate Batinge is 15 gulden. "Dat is omgezet naar 15 euro. Het is niet geïndexeerd", vertelt Erwin de Leeuw. Dat is maar goed ook voor de huidige betaler: het zou neerkomen op zo'n 180 euro, volgens een omrekentool van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis.

De regels werden op papier gezet in 1632, nadat andere documenten door een brand waren vernietigd. Het zijn de oudste bekende bronnen waarop onderzoekers zich kunnen baseren. "Er is geen andere bron. Een rijksarchivaris heeft in 1840 wel melding gemaakt over bronnen uit 1598, maar ik heb geen idee waar hij zich op baseert", zegt De Leeuw. De in Dwingeloo geboren en getogen dorpshistoricus doet onderzoek naar het gilde.

Gebruiken

Op 17 januari komen de broeders bij elkaar. Traditioneel worden daarbij Goudse pijpen gerookt, waar dat gebruik vandaan komt is voor De Leeuw een van de mysteries. Er is een traditionele maaltijd, voorheen met stokvis. In de maaltijd wordt veel boter verwerkt, de jongste broeders fungeren als bediende.

Ook wordt de roggepacht in ontvangst genomen, een pacht die tegenwoordig bestaat uit een geldbedrag. Hoeveel mensen zo'n donatie moeten doen, is voor de buitenwereld onbekend.

Van de nieuwe broeder wordt verwacht dat hij geldstukken stopt in de afgedragen boter. De boter en andere giften kwamen ooit ten goede aan de armlastige bewoners van het dorp. Tegenwoordig doet het gilde bijdragen aan maatschappelijke en sociale instellingen.

Duidelijk is in ieder geval dat het gilde flink wat ouder is dan 1632. De manier waarop de gilde was georganiseerd kan niet ineens in 1632 zijn opgezet. "En Sint Antonius is puur katholiek", legt De Leeuw uit. "Dat betekent dat het voor de reformatie is opgezet, in Drenthe was dat in 1598."

Bijzondere dag

Voor De Leeuw is vandaag een bijzondere dag. Een nieuwe broeder is namelijk toegetreden tot het gilde, en zijn onderzoek richt zich vooral op de broeders. "Je kunt niet zomaar toetreden tot het gilde. Aan de 23 bestaande wetsregels werd een paar jaar geleden een toegevoegd: Je moet binnen de voormalige gemeente Dwingeloo wonen."

Om het gesloten karakter nog verder te benadrukken, treden alleen mannen toe na het overlijden of vertrek van een broeder. De Leeuw: "En de laatste honderd jaar wordt er vooral gekeken naar de bloedlijn bij opvolging, waardoor een zoon of neef van een broeder het gilde betreedt."

Notarissen en notabelen

Het bestuurslid van de historische vereniging in het dorp, Dwingels Eigen, brengt alle broeders in kaart. De nieuwe broeder is volgens De Leeuw nummer 179. Springen er voor hem bijzondere broeders uit? "Johan Kien kwam uit het westen, hij huurde Havezate Batinghe en werd lid. Maar ook notarissen en een dominee zijn lid geweest. En er was de familie Prins, een schultefamilie in Dwingeloo die van 1668 tot 1867 lid waren."

De Leeuw heeft sowieso een zwak voor families die lang deel uitmaken van het gilde. "De familie Bloemerts zit al honderden jaren met broeders in het gilde. Egbertus Jan Bloemerts bijvoorbeeld, die trad toe in 1904 en bleef er tot zijn overlijden in 1965 in. Ruim zestig jaar dus."

Door de lidmaatschappen en achtergronden van broeders te onderzoeken, ontdekt De Leeuw patronen. Generaties families komen en gaan bij het broederschap. Maar wat zich voor 1632 heeft afgespeeld in Dwingeloo, blijft waarschijnlijk ook voor de fervente onderzoeker een raadsel. Hij is zich er maar wat van bewust: "Het heeft ook zijn charme."

Lees ook:

Meer over dit onderwerp:
Geschiedenis Dwingeloo Historie Erwin de Leeuw
Deel dit artikel: