Jehovah's vinden rapport discriminerend en stappen naar rechter

De Jehovah's Getuigen kunnen zich niet vinden in het onderzoeksrapport dat is gepubliceerd over seksueel misbruik. Ze hebben ernstige bedenkingen bij de manier waarop het onderzoek is uitgevoerd. De geloofsgemeenschap met een hoofdkantoor in Emmen stapt daarom naar de rechter.

"Het rapport van de Universiteit Utrecht is discriminerend. Het is enkel gericht op Jehovah's Getuigen, een minderheidsgodsdienst, en kijkt niet naar de situatie bij andere godsdiensten en groeperingen in Nederland. En hoewel het onderzoek zich zou richten op de 'gemeenschap van Jehova's Getuigen', hebben de auteurs maar één gesprek gevoerd met vertegenwoordigers van Jehovah's Getuigen, dat slechts anderhalf uur duurde", aldus de Afdeling Nieuwsdienst van de Jehovah's Getuigen.

Vraagtekens

De Jehovah's Getuigen zetten verder vraagtekens bij de beschuldigingen van seksueel misbruik die in het onderzoek zijn meegenomen. "Alle soorten beschuldigingen zijn meegenomen, ook als de vermeende dader geen Getuige van Jehovah was of een familielid, vriend, kennis of buurman, personen die duidelijk niets te maken hebben met de gemeenschap van Jehovah's Getuigen. Het enige vereiste om in het onderzoek te worden opgenomen was dat het vermeende slachtoffer of de vermeende dader op een bepaald moment in zijn of haar leven het geloof van Jehovah's Getuigen zou hebben beleden."

Mensen die aan het onderzoek konden meedoen, konden dat via een online vragenlijst doen. Volgens de Jehovah's zijn ook hier fouten gemaakt. Deelnemers aan het onderzoek konden bijvoorbeeld meerdere keren meedoen, zeggen de Jehovah's. "Dit kan nauwelijks worden beschouwd als een eerlijke, objectieve, onbevooroordeelde en wetenschappelijke benadering", aldus de Jehovah's.

De geloofsgemeenschap stelt verder: "In het rapport worden verschillende aanbevelingen gedaan. Het betreft maatregelen die in recente jaren al door Jehovah's Getuigen zijn getroffen, waarbij de nadruk ligt op pastorale zorg en aandacht voor slachtoffers van misbruik."

Naar de rechter

Het onderzoeksrapport is vanmiddag openbaar gemaakt. De Jehovah's probeerden dit te voorkomen met een kort geding. Maar de rechter ging niet in hun redenering mee. Nu het rapport openbaar is, komt het opnieuw tot een rechtszaak.

"Wij zullen naar de rechter stappen om de beledigende delen van het rapport van de Universiteit Utrecht wetenschappelijk onjuist, partijdig, discriminerend en lasterlijk te laten verklaren ten aanzien van de goede naam en reputatie van Jehovah's Getuigen in Nederland en over de hele wereld.

In gesprek

Minister Sander Dekker van Rechtsbescherming wil een 'laatste indringend gesprek' met het bestuur van de Jehovah's. Daarin wil hij ze oproepen de aanbevelingen uit het rapport over te nemen, zo schrijft hij in een brief aan de Tweede Kamer. Hij wilde al eens eerder in gesprek, maar toen zonder succes.

"Tot mijn ongenoegen reageerde het bestuur hier afwijzend op. In plaats van in te zetten op het creëren van meer openheid en erkenning voor de positie van slachtoffers binnen de gemeenschap, ontkende het de noodzaak daartoe. Intussen heeft het bestuur tijd, middelen noch moeite gespaard om publicatie van het rapport tegen te houden."

Onderzoek

Het onderzoeksrapport is opgesteld door onderzoekers van de Universiteit Utrecht in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum (WODC). Bij de onderzoekers zijn 751 verhalen binnengekomen over seksueel misbruik binnen de gemeenschap. Het gaat hierbij niet alleen om misbruikslachtoffers zelf.

De Kamer diende in maart 2018 een motie in om het onderzoek te laten uitvoeren, na publicaties in dagblad Trouw. Daarin werd gemeld dat Jehovah's Getuigen misbruikzaken binnen de eigen gelederen zouden afhandelen en dat het doen van aangifte zou worden ontmoedigd.

Het rapport is te lezen op de website van het WODC.

Lees ook:

Meer over dit onderwerp:
Emmen Jehova's Getuigen Jehovah's Getuigen
Deel dit artikel: