Provinciale Staten toch akkoord met opheffen investeringsfonds om geldproblemen NOM op te lossen

Coalitie en oppositie, ze zijn om. Vorige week waren er in Provinciale Staten nog een vragenvuur en gefronste wenkbrauwen over het opheffen van investeringsfonds IFNN en het oplossen van het liquiditeitsprobleem van de Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij. De door gedeputeerde Henk Brink opgetrommelde NOM-directeuren Dina Boonstra en Geert Buiter brachten helderheid over nut en noodzaak.

Waarom heeft de NOM geld tekort?

De NOM, de investerings- en ontwikkelingsmaatschappij voor Noord-Nederland, moet ten minste 30 miljoen euro in kas hebben om nieuwe investeringen te kunnen doen in noordelijke bedrijven. Dina Boonstra: "Dat doen we met achtergestelde leningen of aandelenkapitaal. Die investeringen moeten op een gegeven moment terug komen bij de NOM om weer andere bedrijven te helpen."

Buiter vult aan: "Officieel doen we dat maximaal 8 jaar bij een bedrijf. Maar als wij met ons geld vertrekken en een bedrijf moet daardoor een zware en dure lening bij de bank afsluiten dan helpen we zo'n bedrijf niet. Dus blijven we soms langer." Brink maakt het af: "En dan zijn er nog bedrijven waar je beter nog even niet kunt uitstappen omdat het rendement op dit moment niet goed is en je er dan met verlies uit gaat." Ziehier de redenen dat er geen 30 miljoen meer in het investeringsfonds van de NOM zit.

IFNN: 17 miljoen ongebruikt

In het Innovatiefonds Noord Nederland (IFNN) zit nog 17 miljoen van de 20 die dit fonds ooit groot was. De NOM-aandeelhouders (de drie noordelijke provincies en het ministerie van EZ) willen dit fonds opheffen en het geld in de investeringskas van de NOM stoppen. Geert Buiter: "Het fonds was opgericht zodat innovatieve ideeën en concepten waar nog geen bedrijf aan vast zit toch doorontwikkeld kunnen worden tot een marktgericht product. Daarvoor was geen goede financieringsmogelijkheid. Maar één van de voorwaarden was heel streng en aan dit type financiering is minder behoefte dan gedacht, onder meer omdat er inmiddels ook andere fondsen zijn bij gekomen."

Kortom: in de IFNN-pot zit geld dat niet gebruikt wordt en de investeringspot van de NOM zelf heeft geld nodig. Gedeputeerde Brink wil haast maken. Hij heeft geen directe aanwijzing maar hij wil voorkomen dat het Rijk een deel van het IFNN geld terug haalt: "Het is niet de eerste keer dat Den Haag een greep in de kas doet."

Buiter bevestigt dat. De NOM is al eens 20 miljoen kwijt geraakt in goede tijden omdat het Rijk elders in het land geld nodig had voor een investeringsfonds. "En als dat nu gebeurt gaat het geld niet terug naar Economische Zaken maar naar Financiën, dus dan ben je het kwijt en moet je eerst weer nieuwe plannen maken wil je het weer terug krijgen", waarschuwt Brink de fractievoorzitters van PS.

Fuzz in Drentse staten

Bij Statenleden van zowel oppositie als coalitie ontstond vorige week wrevel. Hoe het kon dat ze niets over het liquiditeitsprobleem van de NOM wisten. Waarom er een evaluatie van het IFNN 2014-2018 is waar geen waarschuwing in stond en een jaar later geconcludeerd wordt dat het fonds geen zin meer heeft. En als het geld in de investeringskas van de NOM rolt, of de oorspronkelijke IFNN-doelgroep er ook nog gebruik van kan blijven maken. Op dat laatste is ja het antwoord.

En waarom de Provinciale Staten zo slecht op de hoogte waren van de situatie bij de NOM? Brink trekt deels het boetekleed aan. Het was handiger geweest om de Staten bij te praten voordat het voorstel voor de geldruil naar PS ging. Op 5 februari valt het besluit. EZ en PS van Groningen en Friesland zijn al om. Met de overheveling van de 17 miljoen naar de NOM komt de minimale investeringspot weer ruim boven de 30 miljoen uit.

Meer over dit onderwerp:
liquiditeitsprobleem NOM
Deel dit artikel: